zaterdag 25 februari 2012

Restklachten bij de ziekte van Hashimoto

De ziekte van Hashimoto is een auto-immuunziekte waarbij het lichaam te veel TPO-antistoffen produceert tegen de schildklier waardoor deze minder hormonen produceert. Het is een veel voorkomende oorzaak van hypothyreoïdie. Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig schildklierhormoon. Wanneer met medicijnen de TSH-waarde weer normaal is, zou je verwachten dat de ziekte van Hashimoto geen invloed meer heeft op de levenskwaliteit. Uit onderzoek blijkt dat dit niet zo hoeft te zijn. Ook als de TSH-waarde normaal is, kan de ziekte van Hashimoto voor problemen zorgen.

Hashimoto’s thyroiditis can affect quality of life even when thyroid gland function is normal
J Ott, R Promberger, F Kober, N Neuhold, M Tea, JC Huber, M Hermann

De ziekte van Hashimoto wordt geassocieerd met een reeks van symptomen, waaronder:
  • chronische vermoeidheid
  • droog haar
  • chronische geïrriteerdheid
  • moeite met concentreren
  • constipatie
  • chronische nervositeit


Kwaliteit van leven

Patiënten die hier last van hebben, geven aan een verlaagde levenskwaliteit te hebben. Chronische vermoeidheid is de voornaamste verstoorder van de kwaliteit van leven.

Uit genoemd Oostenrijks onderzoek blijkt dat vrouwen met meer TPO-antistoffen meer last hebben van bovengenoemde symptomen, ook al wijkt hun TSH-waarde niet af van die van patiënten zonder verhoogde waarde van TPO-antistoffen. Hypothyreoïdie blijkt dus niet de enige factor te zijn die bijdraagt aan de symptomen. Verder onderzoek moet uitwijzen welke factoren nog meer bijdragen tot chronische vermoeidheid en andere symptomen die de kwaliteit van leven beïnvloeden.

dinsdag 21 februari 2012

Bloedonderzoek TSH, T4, T3

Bij de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen is bloedonderzoek belangrijk. Denk aan TSH, T4, T3, FT4, FT3, normaalwaarden en antistoffen. Als eerste wordt de TSH bepaald. Bij een afwijkende waarde wordt de FT4 getest.

Bloedafname

Een laboratorium bepaalt op verzoek van de arts diverse waarden in het bloed:
  • Bij de diagnose de TSH-waarde
  • Bij behandeling meestal de TSH- en FT4-waarde
  • Soms de T4-, T3- of FT3-waarde
  • Soms de antistoffen


Klik op de afbeelding voor een groter beeld

TSH

De schildklier wordt aangestuurd door TSH (schildklier stimulerend hormoon). De hypofyse maakt dit hormoon. De TSH-waarde reageert op de hoeveelheid schildklierhormoon in het bloed.

Hypothyreoïdie

Als er te weinig schildklierhormoon in het lichaam is, maakt de hypofyse veel TSH. Je noemt dit hypothyreoïdie.

Hyperthyreoïdie

Is er te veel schildklierhormoon, dan maakt de hypofyse weinig TSH. Dit is hyperthyreoïdie.



T4 en T3

De schildklier maakt de schildklierhormonen thyroxine (T4, ± 120 µg per dag) en trijodothyronine (T3, ± 8 µg per dag) en geeft die af aan het bloed.

Een deel van het T4-hormoon ligt opgeslagen in de schildklier, de rest zit in het bloed. In het bloed is het meeste T4 gebonden aan eiwitten (zoals TBG), een klein deel stroomt rond als ‘vrij T4’. Vrij T4 wordt naar behoefte van het lichaam, weefsels en cellen omgezet in T3. Dat gebeurt onder andere in de lever, de spieren en de hersenen.

FT4 en FT3

Het grootste deel van het T4- en T3-hormoon bindt zich aan eiwitten in het bloed. Een klein beetje hormoon is direct beschikbaar. Dit geef je aan met de letter F van free = vrij. FT4 = vrij T4 en FT3 = vrij T3.

Diagnose en behandeling hypothyreoïdie

Als gedacht wordt aan hypothyreoïdie, wordt eerst het TSH in het bloed bepaald. Als de TSH-waarde verhoogd is, wordt ook FT4 geprikt. Bij hypothyreoïdie is de FT4-waarde verlaagd.

Bij subklinische of milde hypothyreoïdie is de TSH-waarde verhoogd en de FT4-waarde normaal.

Bij de behandeling van hypothyreoïdie met levothyroxine worden de TSH- en FT4-waarde bepaald.

Diagnose en behandeling hyperthyreoïdie

Om een hyperthyreoïdie vast te stellen, wordt eerst het TSH in het bloed bepaald. Bij een lage TSH-waarde wordt ook FT4 bepaald. Als het nodig is - bij een normale FT4 - bepaalt men ook de T3-waarde. Als alleen de T3-waarde hoog is, noem je dat een T3-toxicose. De verschijnselen daarbij zijn hetzelfde als bij een gewone hyperthyreoïdie; het treedt op bij ongeveer 15% van de patiënten met hyperthyreoïdie.

Bij subklinische of milde hyperthyreoïdie is de TSH-waarde verlaagd en de FT4-waarde normaal.

Bij de behandeling van hyperthyreoïdie met medicijnen (schildklierremmer (en levothyroxine)) worden de TSH- en FT4-waarde bepaald.

Ga naar de woordenlijst voor uitleg van het jargon!

Normaalwaarden

Normaalwaarden of referentiewaarden zijn de grenswaarden die horen bij een normale werking van de schildklier. De arts vergelijkt een gemeten waarde met de normaalwaarden. Zo ziet hij of deze binnen de normale grenzen ligt. Als deze waarde buiten de grenzen valt, doet een arts verder onderzoek. Als de waarde binnen de normaalwaarden ligt, kijkt een arts eerder naar andere oorzaken van de klachten.

Let op: elk laboratorium heeft zijn eigen normaalwaarden.

De meest gebruikelijke waarden

  • TSH : 0,4 – 4,0 mU/l
  • T4 : 58 - 160 nmol/l - - - (4,5 - 12,6 μg/dl)*
  • FT4 : ca. 7,0 - 16 pmol/l tot ca. 10 - 23 pmol/l - - - (0,7 – 1,8 ng/dl)*
  • T3 : 1,2 – 3,4 nmol/l - - - (80 – 180 ng/dl)*
  • FT3 : 3,5 - 7,7 pmol/l - - - (0,2 – 0,5 ng/dl)*
*De normaalwaarden tussen haakjes zie je wel in Duitsland en België

TSH- en FT4-waarde bij gebruik van levothyroxine (Thyrax, Euthyrox)

De fijn-instelling van levothyroxine bij de behandeling van hypothyreoïdie gebeurt aan de hand van laboratoriumuitslagen en klachten. Doel is een zo goed mogelijke regulatie van het metabolisme (de stofwisseling). Goedingestelde patiënten voelen zich vaak beter bij een TSH-waarde in het laag-normale gebied (TSH-waarde +/- 1) waarbij de FT4-waarde in het algemeen hoognormaal is.



Voor het eerst online op www.schildklier.nl: 1 april 2008
Laatste wijziging: 2 maart 2016

zaterdag 18 februari 2012

Patiëntencommunities op het WEB

In 2007 besteedden Jeanine de Bruin en Astrid Ventevogel al aandacht aan het belang van Patiëntencommunities op het WEB. Patiëntencommunities verdienen een betere plek in de communicatie rondom medische vragen. Dat was een van hun belangrijkste conclusies. Ruim twee derde van de volwassen Nederlanders zoekt informatie over zijn gezondheid. Een deel daarvan komt terecht bij patiëntencommunities op het web. Wat via andere kanalen onvoldoende lukt, lukt via lotgenoten wel: het vinden van informatie, herkenning en steun.

Schildklier

Aanraders zijn de besloten groep Schildkliertje, het Schildklierforum en de besloten groep Ziekte van Graves.

Het populaire en goedgeïnformeerde Hypoforum is inmiddels (oktober 2015) alleen toegankelijk als archief.

Patiënten uit succesvolle communities hebben een haast wetenschappelijke manier van werken, zo zorgvuldig checken ze de betrouwbaarheid van nieuwe informatie, stellen De Bruin en Ventevogel. Soms weten patiënten meer dan een arts doordat ze ervaringsverhalen koppelen aan medische feiten.



vrijdag 17 februari 2012

Levothyroxine: ’s avonds of ’s ochtends slikken?

Levothyroxine - Thyrax of Euthyrox - wordt gebruikt voor de behandeling van hypothyreoïdie. Traditioneel krijgt de patiënt het advies om de medicatie ’s ochtends nuchter in te nemen, voor het ontbijt. In deze studie is onderzocht of het verschil maakt of de patiënt de levothyroxine ’s avonds of ’s ochtends een half uur voor het ontbijt inneemt.

Effects of evening vs morning levothyroxine intake, a randomized double-blind crossover trial
Nienke Bolk, Theo J. Visser, Judy Nijman, Ineke J. Jongste, Jan G. P. Tijssen, Arie Berghout

Het bleek dat door het ’s avonds innemen van de medicatie de schildklierwaarden verbeterden.

Het onderzoek

Voor het onderzoek zijn 90 patiënten gedurende zes maanden gevolgd. De eerste drie maanden kregen zij elke ochtend en avond een capsule, waarvan één levothyroxine bevatte en de ander een placebo was. De laatste drie maanden werd de volgorde van de pillen omgewisseld. De patiënten zijn onderzocht op schildklierwaarden, creatinine- en vetwaarden, BMI, hartslag en kwaliteit van leven.

Waardoor is er ’s avonds een betere opname?

Van invloed kan zijn dat veel patiënten 's ochtends koffie drinken in plaats van dat zij ontbijten. Andere medicijnen kunnen de opname van levothyroxine beïnvloeden. Bij de inname ’s avonds van levothyroxine vertelden de meeste patiënten in onze studie dat zij geen voedsel of snacks hadden gegeten enkele uren vóór de inname. Waarschijnlijk wordt T4 ’s avonds beter opgenomen in de darmen, omdat de darmen tijdens de slaap rustiger zijn. Ook is er ’s nachts minder storing door voedsel. Mogelijk is ook de zuurgraad van de maag ’s nachts gunstiger.

Patiëntenvoorkeur

Aan het eind van het onderzoek zeiden 34 van de 90 deelnemers dat ze zich beter voelden als ze de levothyroxine ’s ochtends innamen. 31 patiënten gaven de voorkeur aan ’s avonds slikken van de levothyroxine. 25 patiënten hadden geen voorkeur. Na één jaar na het voltooien van het onderzoek gaf meer dan de helft van de patiënten nog steeds de voorkeur aan het ’s avonds slikken van de levothyroxine.

Conclusie

Avondinname van levothyroxine wordt geassocieerd met hogere concentraties FT4 en lagere concentraties TSH in vergelijking met eenzelfde ochtendinname van levothyroxine. Deze uitkomst zou betekenen dat een patiënt kan kiezen of hij ’s ochtends of ’s avonds zijn dosis T4 slikt.



dinsdag 14 februari 2012

History: trials with desiccated thyroid

This article shows you some trials from the 1940's. Desiccated thyroid was the treatment. Accurate TSH-tests were not available yet. When you see the amounts of hormone used, it is as if the patients were a kind of guinea pigs.

Serum iodine of euthyroid subjects treated with desiccated thyroid

In the present paper (1), the influence of thyroid feeding on serum iodine as well as on basal metabolism of euthyroid subjects is described, and the mechanism of euthyroid tolerance to large doses of desiccated thyroid is discussed.

The changes in serum iodine and basal metabolic rate which occur when myxedematous patients are treated with desiccated thyroid have been reported in the preceding paper (2).

Many euthyroid subjects differ from myxedematous patients in their ability to tolerate comparatively large amounts of dried thyroid without manifesting significant signs or symptoms of hypermetabolism (3).

Data from 2 groups of patients are presented. The first group consisted of 4 female schizophrenic patients in the Fairfield State Hospital, who were chosen for their willingness to cooperate in an extended experimental study. None of the 4 showed any evidence of thyroid dysfunction, and all were in reasonably good physical condition. The medical and psychiatric status of each patient is summarized at the end of the paper. The second group consisted of 9 ambulatory patients followed for considerable periods of time in the metabolism clinic of the New Haven Hospital. The clinical status of each of these patients is described in the legend of Figure 2.

Literature

1. Riggs, D.S, Man, E.B., Winklers, A.W.,
Serum iodine of euthyroid subjects on desiccated thyroid [pdf].
J. Clin. Invest., 1945

2. Winkler, A. W., Riggs, D. S., and Man, E. B.,
Serum iodine in hypothyroidism before and during thyroid therapy [pdf].
J. Clin. Invest., 1945.

3. Winkler, A. W., Lavietes, P. H., Robbins, C. L., and Man., E. B.,
Tolerance to oral thyroid and reaction to intravenous thyroxine in subjects without myxedema [pdf].
J. Clin. Invest., 1943.

zaterdag 11 februari 2012

Wat kun je zelf doen met schildkliergedoe?

Wanneer je maar klachten blijft houden, neem dan zelf initiatief. Het gaat om jou! Wat kun je zelf allemaal doen?

Tips





donderdag 9 februari 2012

Opbouw van de voorraad T4

Opbouw van de voorraad T4, bij inname van ongeveer 135 µg levothyroxine per dag

Het voorbeeld houdt geen rekening met eetpatroon, met medicijngebruik, met beweging, met ziekten, met de individuele manier van afbreken van schildklierhormonen, en met andere processen in je lichaam. De tabel is bedoeld om een idee te geven waarom regelmatige inname belangrijk is. En om te laten zien na hoeveel tijd het zinvol is om het effect van de nieuwe dosis te checken.


Iemand zonder schildklierfunctie moet eerst een T4-voorraad opbouwen

In dit voorbeeld wordt er 133,2 µg levothyroxine per dag geslikt. Daarvan wordt 75% in het bloed opgenomen. Van 133,2 µg levothyroxine komt dus 100 µg in het bloed terecht. De rest verdwijnt in het riool.

Een maximale voorraad (= eindvoorraad) is bereikt als er iedere dag evenveel wordt verbruikt als opgenomen. Je noemt dat ook steady state. In dit voorbeeld wordt 100 µg levothyroxine in het bloed opgenomen. Als het niveau van de eindvoorraad is bereikt, dan wordt er ook 100 µg per dag verbruikt. Het blijkt dat de waarde van de eindvoorraad in dit voorbeeld 1000 µg levothyroxine is.





In het kort

  • Iedere dag wordt ongeveer 1/10 deel van de opgebouwde voorraad verbruikt.
  • De eerste dag komt 100 µg levothyroxine in je bloed. Daarvan wordt in de loop van de dag 1/10 deel verbruikt = 10 µg.
  • De tweede dag heb je 90 µg over van de voorraad van de eerste dag.
  • Daarbij slik je weer je dosis. De voorraad is dan opgebouwd tot 90 + 100 = 190 µg. Daarvan wordt weer 1/10 deel opgesoupeerd.
  • De derde dag begin je met een voorraad van 171 µg, waarbij je je dagelijkse dosis voegt: 171 + 100 = 271 µg.

De opbouw van de voorraad gaat in het begin heel snel. Na een week heb je al een voorraad van 500 µg opgebouwd. Dat is al de helft van de maximale voorraad met die dagelijkse dosis. Daarna gaat het al wat trager: na twee weken zit je op ongeveer 750 µg. En de laatste weken kruipt de voorraad steeds langzamer naar het stabiele eindniveau. Je ziet dat terug in de cijfers van de tabel.

Berekening voor de liefhebbers


De halfwaardetijd van levothyroxine is 7 dagen, wat betekent dat de waarde van de tijdconstante t gelijk is aan 10 dagen. De waarde van 10 dagen wordt gevonden door de halfwaardetijd van 7 dagen te delen door de natuurlijke logaritme van 2. (7/ln(2) = 10)

Het getal e is gelijk aan 2,71... en is het grondtal van de natuurlijke logaritme.

De afname A per 24 uur is dan gelijk aan e tot de macht -0,1 {of ook wel geschreven als exp(-0,1)} maal de eindvoorraad Ae.
Dat wil zeggen dat per dag 0,1 deel van de eindvoorraad is verbruikt.
Oftewel, er blijft dus 0,9 deel van de eindvoorraad over.

Dat betekent dat 0,1 x de eindvoorraad gelijk is aan de opgenomen dosis.
De opgenomen dosis in dit voorbeeld is 100 µg.
Dan is de eindvoorraad dus 100 µg : 0,1 = 1000 µg.

Onderstaande formule geeft de algemeen geldende waarde voor de eindvoorraad Ae.
Hierbij is t gerekend in eenheden van 24 uur en de waarde van t kan liggen tussen 9 en 12 dagen. In ons voorbeeld is t gelijk aan 10 dagen.

In formulevorm is de eindvoorraad Ae gelijk aan :
de opgenomen hoeveelheid gedeeld door {1 - exp(-1/10)}

In de famacokinetiek ( dat is de leer die bestudeert wat, waarom en hoelang het lichaam met een stof doet) staat t voor het doseringsinterval, in ons geval 1 dag.
Om de berekening goed te krijgen wordt de correctiefactor k gelijk aan 0,1.

De formule volgens de farmacokinetiek voor de eindvoorraad Ae wordt dan:
de opgenomen hoeveelheid gedeeld door {1 - exp(-k.t )}


woensdag 8 februari 2012

Hoe bevalt jouw behandeling met schildklierhormoon?

Goed ingesteld raken op schildklierhormoon is geen sinecure. De optimale waarden en dosis hormoon verschillen per persoon. TSH en FT4 kunnen geïnterpreteerd worden als veiligheidslimiet. De patiënt is een mens met zijn/haar kwaliteit van leven en geen testresultaat. Zowel mensen met hyperklachten als mensen met hypoklachten krijgen te horen: waarden zijn goed dus je kunt geen klachten hebben. Maar zoals gezegd optimale waarden verschillen: de één kan zich prima voelen met een TSH van 2, terwijl de ander pas van de bank komt met een TSH van 0,4, en weer een ander stuitert met die 0,4.

Behandelrichtlijnen

In de NHG-standaard Schildklieraandoeningen 2013 staat:
  • ‘Het doel van de behandeling van hypothyreoïdie is dat de patiënt klachtenvrij is dan wel zich zo optimaal mogelijk voelt en dat het TSH en vrije T4 normaal zijn. Het TSH bevindt zich bij goed ingestelde patiënten veelal in het laag-normale gebied (het vrije T4 is dan meestal hoog-normaal). 14) 21)
  • Pas de dosering levothyroxine aan op geleide van de klachten van de patiënt en streef daarbij naar een normaal TSH en vrije T4, met inachtneming dat het TSH en vrije T4 sneller verbeteren dan de klachten.
  • Een kleine verhoging van de dosering met 12,5 mcg levothyroxine, ook al zijn TSH en vrije T4 al normaal, kan ervoor zorgen dat de patiënt zich beter voelt.’
  • ‘Een combinatiebehandeling van levothyroxine met liothyronine (T3) wordt niet aanbevolen. Er zijn geen voordelen aangetoond van de combinatiebehandeling boven behandeling met alleen levothyroxine en data over de veiligheid op lange termijn ontbreken. 26)’

In de NIV-richtlijn Schildklierfunctiestoornissen Revisie 2012 staat:
  • Op pagina 13: ‘Blijf bij primaire hypothyreoïdie de dosering levothyroxine verhogen tot de TSH-concentratie binnen het referentiegebied is gekomen en de patiënt klachtenvrij is. Verhoog de dosering niet verder als de TSH-waarde 0,5 mU/l is.’
  • Op pagina 14: ‘Bij persisterende klachten kan, na uitsluiting van alternatieve oorzaken, de combinatie levothyroxine met liothyronine worden overwogen. Deze behandeling dient als experimenteel te worden beschouwd en bij voorkeur door de internist te worden toegepast. Voor patiënten met hartritmestoornissen is combinatietherapie gecontraïndiceerd. Indien na 3 maanden geen verbetering optreedt dient combinatietherapie te worden gestaakt. Voor een nadere toelichting op het bepalen van de juiste dosering en de te gebruiken preparaten zij verwezen naar Wiersinga et al, 2012.’

Aandachtspunten bij de behandeling van schildklieraandoeningen

  • Het belang van goede kennis van de schildklier bij reguliere artsen.
  • Een goede respectvolle wijze van communicatie met de patiënt.
  • Een volledige voorlichting over de kwaal, het verloop van de aandoening, de mogelijkheden van behandeling en de gevolgen van wel/niet behandelen.
  • De aanvulling met schildklierhormoon geeft niet de normale bloeduitslagen weer van gezonde mensen.
  • Het hormooneffect op weefselniveau is moeilijk te meten en in getallen weer te geven. Vaststelling van een optimale hormoonbehandeling is alleen mogelijk binnen bepaalde grenzen. Het is daarom belangrijk te bedenken dat aanvullende hormoontherapie niet altijd leidt tot volledig herstel van de kwaliteit van leven. Erkenning van niet-perfecte medicatie is van groot belang voor begrip van klachten door artsen en patiënten.

Een veilige TSH-waarde

Bron
Uit een Brits onderzoek van Graham Leese en Robert Flynn van de Universiteit van Dundee, Tayside blijkt inmiddels dat een TSH tussen 0,04 en 0,4 voor patiënten die levothyroxine slikken veilig is. Van ongeveer 17.000 patiënten die levothyroxine slikten, werden de gegevens over een periode van 8 jaar onderzocht. Gekeken werd of de TSH-waarde gevolgen had voor de gezondheid op de lange termijn van de patiënten.

Uit de tabel blijkt dat patiënten met een hoge TSH (> 4,0) of onderdrukte TSH (< 0,03) vaker last hadden van hart- en vaatziekten, hartritmestoornissen en botbreuken dan patiënten met een normale TSH (0,4-4,0). Bij patiënten met een iets lagere TSH (0,04-0,4) was de uitkomst hetzelfde als bij die patiënten met een normale TSH. Zij hadden geen grotere kans om deze problemen te krijgen. Een te hoge TSH is dus niet goed. Maar de TSH mag ook weer niet onderdrukt zijn. Meer onderzoek is nodig. Maar dit onderzoek kan schildklierpatiënten al op weg helpen.

Combinatie T4 + T3

De meeste patiënten slikken alleen levothyroxine. Dat is de standaardbehandeling. Een deel van de patiënten houdt restklachten na het optimaal instellen op levothyroxine. Soms proberen deze patiënten en hun artsen of aanvullend T3-hormoon (liothyronine) verbetering geeft van deze restklachten. T3-hormoon is bekend als Cytomel, Cynomel of Thybon. Tot voor kort was er geen richtlijn voor de behandeling met T4+T3. Gelukkig is die richtlijn er nu wel.

2012 ETA Guidelines: The Use of L-T4 + L-T3 in the Treatment of Hypothyroidism
Wilmar M. Wiersinga, Leonidas Duntas, Valentin Fadeyev, Birte Nygaard, Mark P.J. Vanderpump

Hopelijk behoort het snel tot de verleden tijd dat artsen zich vaak houden aan de bijsluiter van Cytomel aan. Deze bijsluiter is niet geschreven voor de T4+T3-behandeling en bevat onduidelijke aanwijzingen ten aanzien van de dosis. Een startdosering volgens de bijsluiter van 25 mcg is veel te hoog bij een T4+T3-behandeling. Meestal voelen patiënten zich prettiger met een aanvullende lagere dosering T3 van 6,25 mcg of 12,5 mcg, meestal verdeeld over de dag. Deze dosis komt meer overeen met de normale T3-productie van een goed werkende schildklier.

Wanneer je maar klachten blijft houden, neem dan zelf initiatief. Het gaat om jou! Wat kun je zoal doen?

  • Leer hoe de schildklier werkt en wat schildklierhormoon doet.
  • Schrijf na elk bloedonderzoek de TSH- en FT4-waarde (en eventueel T3) op in een schriftje.
  • Noteer daarbij hoe je je voelt. Zijn er klachten? Hoeveel weeg je?
  • Laat bloed prikken voordat je hormoon hebt geslikt. Dan is de TSH hoger en de FT4-waarde lager. Dit kan je een betere onderhandelingspositie geven als je meer T4-hormoon nodig hebt.
  • Print de pagina’s van de richtlijnen en leg die voor aan je arts.
  • Slik schildklierhormoon op een tijdstip waarbij je je prettig voelt en wat handig uitkomt met je werk of andere bezigheden: ’s ochtends, ’s avonds of ’s nachts. Overleg dit eventueel met je arts.
  • Zorg voor voldoende tijd tussen eten en inname van T4-hormoon. Meer tijd tussen eten en pil slikken zorgt voor meer opname van T4 in de darm.
  • Let op de wisselwerking met andere medicijnen. Vraag je arts en/of apotheker daarnaar of lees de bijsluiter.
  • Wijt niet alles aan de schildklier. ‘Normale’ mensen zijn ook wel eens moe en hebben ook wel eens een kort lontje.

maandag 6 februari 2012

Hypothyreoïdie, als de schildklier geen of te weinig hormoon maakt

Hypothyroidism is common, potentially serious, often clinically overlooked, readily diagnosed by laboratory testing, and eminently treatable. The condition is particularly prevalent in older women, in whom autoimmune thyroiditis is common. Other important causes include congenital thyroid disorders, previous thyroid surgery and irradiation, drugs such as lithium carbonate and amiodarone, and pituitary and hypothalamic disorders. Worldwide, dietary iodine deficiency remains an important cause.

Hypothyroidism
Caroline G P Roberts, Paul W Ladenson

Hypothyroidism can present with nonspecific constitutional and neuropsychiatric complaints, or with hypercholesterolaemia, hyponatraemia, hyperprolactinaemia, or hyperhomocysteinaemia. Severe untreated hypothyroidism can lead to heart failure, psychosis, and coma. Although these manifestations are neither specific nor sensitive, the diagnosis is confirmed or excluded by measurements of serum thyrotropin and free thyroxine.

Caroline Roberts en Paul Ladenson behandelen in dit artikel allerlei aspecten van schildklieraandoeningen die hypothyreoïdie veroorzaken. Aan bod komen diagnose, behandeling, wisselwerking met medicijnen, te hoge of te lage dosis levothyroxine, TSH-waarde, enzovoorts.

In patients with primary hypothyroidism, serum thyrotropin concentration should be assessed, with the aim of restoring the thyrotropin value to the lower half of the normal range (about 1.0 mU/L).

Thyroxine replacement therapy is highly effective and safe, but suboptimal dosing is common in clinical practice. Patient noncompliance, drug interactions, and pregnancy can lead to inadequate treatment. Iatrogenic thyrotoxicosis can cause symptoms, and, even when mild, provoke atrial fibrillation and osteoporosis.

We summarise present understanding of the history, epidemiology, pathophysiology, and clinical diagnosis and management of hypothyroidism.

vrijdag 3 februari 2012

Klachten en symptomen bij hyperthyreoïdie

Veel klachten zijn niet typisch voor een schildklieraandoening. Ze komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten. Als meer klachten aanwezig zijn, is er wellicht sprake van een schildklieraandoening. Het is dan aan te raden een bloedonderzoek te laten doen. Alleen een bloedonderzoek geeft aan of de schildklier zorgt voor deze klachten.

In het kort

  • Hartkloppingen (tachycardie)
  • Vermoeidheid
  • Kortademigheid bij inspanning
  • Snelle, regelmatige polsslag
  • Struma (vergrote schildklier)
  • Last van warmte (overmatig transpireren), voorkeur voor koude
  • Warme, vochtige handen
  • Trillende handen/vingers
  • Zenuwachtig, nervositeit, gejaagdheid
  • Angst
  • Bewegingsonrust, niet stil kunnen zitten
  • Spierzwakte, krachtverlies in spieren
  • Spaarzame menstruatie
  • Darmklachten, diarree/vaker ontlasting
  • Geheugenzwakte
  • Instabiliteit, geïrriteerdheid, angst, andere psychische klachten
  • Boezemfibrilleren, onregelmatige, snelle hartslag (fladderen)
  • Oogklachten
  • Retractie (terugtrekking) bovenooglid
  • Longembolie
  • Snelle stofwisseling
  • Honger, dus vaker en meer eten
  • Concentratieverlies
  • Slecht slapen
  • Veel dorst
  • Onvermoeibaar
  • Prikkelbaar en stemmingswisselingen
  • Psychische klachten: geen remmingen meer op gedachten, geen vat meer krijgen op gedachten
  • Uitputting door weinig slaap en maar door blijven gaan

Reacties zijn welkom

Kun jij deze lijst aanvullen? Zet die klachten en symptomen alsjeblieft onder de foto bij 'reacties'.


Klachten en symptomen bij hypothyreoïdie

Veel klachten zijn niet typisch voor een schildklieraandoening. Ze komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten. Als meer klachten aanwezig zijn, is er wellicht sprake van een schildklieraandoening. Het is dan aan te raden een bloedonderzoek te laten doen. Alleen een bloedonderzoek geeft aan of de schildklier zorgt voor deze klachten.

In het kort

  • Vermoeidheid
  • Kouwelijkheid
  • Droge, koude, bleekgele huid
  • Traagheid in denken en handelen
  • Langzame spraak
  • Geheugenverlies (concentratiestoornissen)
  • Psychische klachten zoals depressiviteit en apathie
  • Myxoedeem, verdikte huid waarin je geen ‘putjes’ kan drukken, bijv. rond de ogen en op de onderbenen
  • Spierzwakte
  • Spierpijn en stijfheid, met name in armen, benen en heupen
  • Gewrichtspijn
  • Carpale tunnelsyndroom: tintelingen in de handen
  • Hartklachten
  • Bros en uitvallend haar
  • Breekbare, brosse nagels
  • Wenkbrauwuitval
  • Gewichtstoename
  • Kortademigheid (oppervlakkige ademhaling), benauwdheid
  • Hese, krakende stem
  • Verstopping
  • Doofheid
  • Nervositeit
  • Oftalmopathie (oogziekte komt ook voor bij ziekte van Hashimoto)
  • Heftige menstruaties
  • Slaapapneu



woensdag 1 februari 2012

Individual TSH and thyroxine (T4) levels vary within the wide population range

When compared with the normal reference TSH range established by the NHANES III, TSH levels within the general population vary widely, with 95% falling between 0.45 and 4.0 mIU/L. This variation is probably due to age, gender, and comorbidities or drugs that interfere with normal thyroid function. Individual TSH and thyroxine (T4) levels vary within the wide population range. Of note, small nonpersistent increases in TSH may result in a misdiagnosis of mild thyroid failure in some individuals with TSH levels near the upper edge of the normal range.


In addition, TSH is secreted from the pituitary in a periodic, diurnal manner, with TSH levels generally higher in the morning and lower in the late afternoon and evening hours. Thus, a single TSH measurement may not provide an accurate representation of a patient’s TSH range. Repeat TSH testing should be carried out consistently, with measurements taken at the same time of day, in order to determine an individual’s TSH range and to properly diagnose thyroid dysfunction.

Ziekte van Graves - opties rond zwangerschap

Alle vormen van hyperthyreoïdie – de schildklier maakt te veel hormoon – komen voor in de zwangerschap. Graves’ hyperthyreoïdie komt het vaakst voor. Bij een hyperthyreoïdie in de zwangerschap is de kans groter op een miskraam, een vroeggeboorte, een laag geboortegewicht en doodgeboorte. Gelukkig kan de hyperthyreoïdie goed behandeld worden. Maar welke mogelijkheden zijn er? En wat zijn de gevolgen voor de baby en borstvoeding? Hoe zit het toch met die TSI-antistoffen?

Ga naar dit blog voor de laatste informatie


Deze aandacht voor de ziekte van Graves en zwangerschap werd actueel na het ervaringsverhaal van Agnita. De combinatietherapie (schildklierremmer + T4-hormoon) is ongewenst tijdens de zwangerschap. En borstvoeding is mogelijk tijdens de behandeling met medicijnen. Gelukkig gaat alles goed met moeder en kind!

Geen radioactief jodium tijdens zwangerschap

Tijdens de zwangerschap zijn een onderzoek en behandeling met radioactief jodium absoluut taboe.

Zwangerschapswens

Artsen behandelen Graves’ hyperthyreoïdie het liefst definitief vóór de zwangerschap met radioactief jodium of een operatie. Bij zwangerschapswens kan in overleg gekozen worden voor een behandeling met schildklierremmers en T4-hormoon.

Tijdens de zwangerschap

Wordt de vrouw zwanger dan wordt gestopt met T4-hormoon en gebruikt zij alleen een schildklierremmer in een zo laag mogelijke dosis. In de nieuwe NIV-richtlijn is geen voorkeur meer voor PTU.

TSI en zwangerschap

Bij Graves’ hyperthyreoïdie nu of in het verleden moet tijdens de zwangerschap het bloed altijd gecontroleerd worden op TSI-antistoffen. Dat gebeurt t/m de zesde maand. Als er TSI-antistoffen zijn aangetoond, moet de controle in de laatste drie maanden van de zwangerschap worden herhaald. Deze antistoffen kunnen via de placenta bij de baby terecht komen.

In de laatste drie maanden kunnen die antistoffen de schildklierfunctie beïnvloeden van de baby. Hierdoor kan de baby zelf hyperthyreoïdie krijgen. Dit is gelukkig zeldzaam, bij ongeveer 1 tot 5% van alle zwangerschappen van alle ‘Graves-zwangeren’. Maar als het voorkomt, heeft de baby meer kans op onder andere groei- en ontwikkelingsstoornissen, een te snelle hartslag en een te grote schildklier (struma).

Een struma kan problemen geven bij een bevalling. In dit geval moeten een internist en gynaecoloog de zwangerschap en bevalling goed begeleiden.

Borstvoeding

Tijdens het geven van borstvoeding lijkt behandeling met schildklierremmende tabletten (PTU < 300 mg per dag en thiamazol < 20 mg per dag) veilig voor het kind. Een behandeling met radioactief jodium mag niet gegeven worden in deze periode.


Meer informatie








Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.


Translate / Vertaal