donderdag 28 februari 2013

Informatie over de hielprik en schildklier

In de eerste week na de geboorte worden bij een baby met de hielprik (website RIVM) enkele druppels bloed afgenomen uit de hiel. In een laboratorium wordt het bloed onderzocht op een aantal zeldzame erfelijke ziektes, zoals aangeboren hypothyreoïdie. Aan de hielprik zijn geen kosten verbonden.

Aangeboren hypothyreoïdie

Wanneer de schildklier van een pasgeborene geen of te weinig hormoon maakt, heet dit congenitale hypothyreoïdie. Afgekort is dat CHT.

Heel soms komt aangeboren hypothyreoïdie door congenitaal hypopituïtarisme. In dat geval werkt de hypofyse niet goed. Afgekort is dat CHP.

Lees ook



maandag 25 februari 2013

Onderzoek naar relatie vermoeidheid en hypothyreoïdie

Patiënten die schildklierhormoon slikken ervaren vaak blijvende vermoeidheidsklachten. Onderzoek naar het welzijn van deze patiënten is dus gerechtvaardigd. In deze studie is gekeken of de oorzaak van hypothyreoïdie gevolgen heeft voor dergelijke vermoeidheidsklachten. De oorzaak kon zijn schildklierkanker of autoimmuun hypothyreoïdie. Hierbij werd de relatie tussen vermoeidheid en een gemeenschappelijke genetische variant van de TSH-receptor geanalyseerd.

Fatigue and fatigue-related symptoms in patients treated for different causes of hypothyroidism
M Louwerens, BC Appelhof, H Verloop, M Medici, RP Peeters, TJ Visser, A Boelen, E Fliers, JWA Smit en OM Dekkers

Objective

Research on determinants of well-being in patients on thyroid hormone replacement is warranted, since persistent fatigue-related complaints are common in this population. In this study we evaluated the impact of different states of hypothyroidism on fatigue and fatigue-related symptoms. Furthermore the relationship between fatigue and the TSHR-Asp727Glu polymorphism, a common genetic variant of the thyroid stimulating hormone receptor (TSHR), was analysed.

Design

A cross-sectional study was performed in 278 patients (140 patients treated for differentiated thyroid carcinoma (DTC) and 138 with autoimmune hypothyroidism (AIH)) genotyped for the TSHR-Asp727Glu polymorphism.

DTC = differentiated thyroid carcinoma
AIH = autoimmune hypothyroidism

Methods

The multidimensional fatigue inventory (MFI-20) was used to assess fatigue, higher MFI-20 scores indicating more fatigue-related complaints. MFI-20 scores were related to disease status and Asp727Glu polymorphism status.

Results and conclusions

AIH patients scored significantly higher than DTC patients on all five MFI-20 subscales (p <0.001), independent of clinical and thyroid hormone parameters. The frequency of the TSHR-Glu727 allele was 7.2%. Heterozygous DTC patients had more favourable MFI-20 scores than wild-type DTC patients on 4 of 5 subscales. The modest effect of the TSHR-Asp727Glu polymorphism on fatigue was found in DTC patients only.

AIH patients had significantly higher levels of fatigue compared to DTC patients, which could not be attributed to clinical or thyroid hormone parameters. The modest effect of the TSHR-Asp727Glu polymorphism on fatigue in DTC patients should be confirmed in other cohorts.




donderdag 21 februari 2013

Levothyroxine: a review of clinical and quality considerations

MHRA review of levothyroxine products in response to concerns about potential inconsistencies of different products.

Document


Detail

The review started in January 2011 and MHRA reviewed medical and scientific literature to assess:
  • whether there could be differences in the bioavailability (extent/rate of absorption) of levothyroxine between different tablet products and/or batches
  • what clinical implications this may have
  • whether additional controls were needed

dinsdag 19 februari 2013

Geen aandacht voor schildklier en arbeid in revisie NIV-Richtlijn

Onlangs is de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen Revisie 2012 verschenen. Op pagina 38 staat: ‘Hoofdstuk VI (Schildklierziekten en arbeid) is niet meegenomen in de herziening 2012 en komen te vervallen. Bij een volgende herziening zal met de NVAB worden onderzocht hoe dit onderwerp het beste kan worden geadresseerd.’ Een reden ontbreekt.

Patiëntenperspectief

Het is uitermate spijtig dat de werkgroep en de patiëntenorganisatie dit belangrijke onderwerp lieten liggen. In 2007 heeft de patiëntenwerkgroep zich juist zo ingezet dat een hoofdstuk over schildklierziekten en arbeid opgenomen werd in de NIV-Richtlijn, zie pagina 92 en verder. Het is het enige stuk waarmee patiënten een vuist kunnen maken binnen de werkomgeving.

Nog niet zo lang geleden betekende ziek zijn dat je was vrijgesteld van maatschappelijke verplichtingen. Zieken mochten verzuimen van hun werk en zieken hoefden niet mee te doen aan sociale evenementen die zij niet aankonden. Tegenwoordig ligt dat heel anders. Van zieken wordt verwacht dat zij zoveel mogelijk blijven werken en hun normale taken blijven doen.

Conclusies NIV-Richtlijn 2007

Aanbeveling
Een schildklierfunctiestoornis kan op grond van de symptomatologie aanleiding geven tot beperkingen in het functioneren. De bedrijfsarts moet met de verzamelde informatie van behandelend arts, patiënt en de literatuur omtrent de beperkingen de belastbaarheid in het werk van de patiënt bepalen. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat ook lange tijd na de behandeling er nog beperkingen kunnen zijn, waarbij psychosociale problematiek een rol kan spelen. Psychosociale begeleiding van de patiënt bij deze problematiek kan hierbij van belang zijn.

Belastbaarheid bij schildklierfunctiestoornissen
  • Patiënten met de ziekte van Graves, met of zonder oogziekte (oftalmopathie) ervaren een verminderde kwaliteit van leven. C Elberling, G Kahaly
  • Patiënten behandeld voor hyperthyreoïdie kunnen nog lange tijd na behandeling een verminderde kwaliteit van leven ervaren. Een belangrijk gedeelte van deze patiënten keert niet terug in zijn/haar eigen werk. Psychosociale problematiek behoeft soms aparte behandeling. B Fahrenfort, C Terwee
  • Patiënten met een adequaat behandelde hypothyreoïdie ervaren ondanks een biochemisch goede instelling soms restklachten, bijvoorbeeld aandachts- en geheugenproblemen. EM Wekking

Informatie op Schildkliertje over schildklierziekten en arbeid


vrijdag 15 februari 2013

Subklinische hypothyreoïdie bij jongeren en kinderen

Studies regarding the natural history of SH and its consequences in childhood are lacking and very few studies have examined the effects of levothyroxine (l-T4) replacement therapy in young people with SH. The aim of this review is to summarize what is known about the natural course of SH in children and adolescents and the potential effects of a replacement therapy.

Natural history of subclinical hypothyroidism in children and adolescents and potential effects of replacement therapy: a review
A Monzani, F Prodam, A Rapa, S Moia, V Agarla, S Bellone and G Bona

Objective

Subclinical hypothyroidism (SH) is quite common in children and adolescents. The natural history of this condition and the potential effects of replacement therapy need to be known to properly manage SH. The aim of this review is to analyze:
  1. the spontaneous evolution of SH, in terms of the rate of reversion to euthyroidism, the persistence of SH, or the progression to over hypothyroidism; and
  2. the effects of replacement therapy, with respect to auxological data, thyroid volume, and neuropsychological functions.

Methods

We systematically searched PubMed, Cochrane, and EMBASE (1990–2012) and identified 39 potentially relevant articles of which only 15 articles were suitable to be included.

Results and conclusions

SH in children is a remitting process with a low risk of evolution toward overt hypothyroidism. Most of the subjects reverted to euthyroidism or remained SH, with a rate of evolution toward overt hypothyroidism ranging between 0 and 28.8%, being 50% in only one study (nine articles). The initial presence of goiter and elevated thyroglobulin antibodies, the presence of celiac disease, and a progressive increase in thyroperoxidase antibodies and TSH value predict a progression toward overt hypothyroidism. Replacement therapy is not justified in children with SH but with TSH 5–10 mIU/l, no goiter, and negative antithyroid antibodies. An increased growth velocity was observed in children treated with levothyroxine (l-T4; two articles). l-T4 reduced thyroid volume in 25–100% of children with SH and autoimmune thyroiditis (two studies). No effects on neuropsychological functions (one study) and posttreatment evolution of SH (one study) were reported.



dinsdag 12 februari 2013

Wisselwerking TRH, TSH en schildklierhormoon

De schildklierfunctie wordt geregeld vanuit de hypothalamus en de hypofyse.

  • TRH (= thyrotropin-releasing hormone) uit de hypothalamus stimuleert de hypofyse om TSH te maken.
  • TSH zet de schildklier aan om de schildklierhormonen thyroxine (T4) en tri-joodthyronine (T3) te maken.


Klik op figuur voor een beter beeld
Als er voldoende schildklierhormoon in het bloed aanwezig is, reageren de hypothalamus en de hypofyse daarop.

Zij verminderen de productie van respectievelijk TRH en TSH. Dit noem je terugkoppeling of negatieve feedback.

Door die terugkoppeling ontstaat een evenwicht tussen TRH, TSH, T4 en T3.





Schildklier

Bij schildklierfunctiestoornissen is het evenwicht verstoord
Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel hormoon. Is er te veel schildklierhormoon, dan maakt de hypofyse weinig TSH. De schildklier maakt te veel hormoon bij de ziekte van Graves.

Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig of geen hormoon. Als er te weinig schildklierhormoon in het lichaam is, maakt de hypofyse veel TSH. De ziekte van Hashimoto is een vorm van hypothyreoïdie.

Hypothyreoïdie noem je ook wel een trage schildklier. Hyperthyreoïdie noem je ook wel een snelle schildklier.

Hypofyse

Bij een secundaire hypothyreoïdie en secundaire hyperthyreoïdie werkt de hypofyse niet goed.

Lees ook





zaterdag 9 februari 2013

Roken en autoimmuun schildklierziektes: het net sluit zich

Nieuwe onderzoeken hebben aangetoond dat roken enerzijds kan beschermen tegen de ontwikkeling van TPO-antistoffen, wat zou leiden tot een kleinere kans om de ziekte van Hashimoto te krijgen. Anderzijds stimuleert roken de ontwikkeling van de ziekte van Graves - hyperthyreoïdie en de oogziekte. In het kort: roken vergroot de kans om de ziekte van Graves te krijgen en verkleint de kans om de ziekte van Hashimoto te krijgen.

Smoking and autoimmune thyroid disease: the plot thickens
GE Krassas en W Wiersinga

Roken is een van de factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling of verergering van de oogziekte van Graves. Daarnaast is het effect van de behandeling van de oogziekte van Graves minder succesvol bij rokers vergeleken met niet-rokers. Er bestaan ook zorgen over de gevolgen van passief roken bij autoimmuun schildklierziektes. Aangetoond is dat passief roken een negatieve invloed kan hebben op de oogziekte van Graves bij kinderen.

Dat er een relatie bestaat tussen roken en autoimmuunziektes blijkt duidelijk uit epidemiologische studies en is de laatste tien jaar algemeen bekend geworden. Er bestaat geen twijfel over de negatieve gevolgen bij de ziekte van Graves - hyperthyreoïdie en de oogziekte. Hoe dat precies zit met de ziekte van Hashimoto is minder duidelijk.

Lees ook




woensdag 6 februari 2013

Wanneer gemeten vrij T4 en vrij T3 misleidend kunnen zijn ...

Het gebeurt wel dat uitslagen van bloedonderzoek een verrassend beeld geven. In genoemd onderzoek beschrijven de auteurs een dergelijke situatie. Aangeraden wordt dus om altijd je bloed bij hetzelfde lab te laten prikken.

Abstract

A 59-year old female patient presented with apathy and 6 kg weight gain. Investigations revealed severe primary hypothyroidism (TSH>100 μIU/ml). L-thyroxine (L-T4) was started and titrated up to 75 μg, once daily, with clinical improvement. Other investigations revealed very high titres of anti-thyroid peroxidase (anti-TPO) and anti-thyroglobulin (anti-Tg) antibodies.

Case report: When measured free T4 and free T3 may be misleading. Interference with free thyroid hormones measurements on Roche® and Siemens® platforms
Krzysztof C Lewandowski, Katarzyna Dąbrowska and Andrzej Lewiński

Laat je bloed altijd op dezelfde tijd en in hetzelfde lab prikken
Schildkliertje

After three months, there was a fall in TSH to 12.74 μIU/ml, however, with unexpectedly high free T4 (FT4) - 6.8 ng/ml and free T3 (FT3) - 6.7 pg/ml concentrations [reference range (rr): 0.8-1.9 ng/ml and 1.5-4.1 pg/ml (Siemens®), respectively].

At this stage L-T4 was stopped, and this was followed by a rapid increase in TSH (to 77.76 μIU/ml) and some decrease in FT4 and FT3, however FT4 concentration remained elevated (2.1 ng/ml). Following this, L-T4 was restarted. On admission to our Department, she was clinically euthyroid on L-T4, 88 μg, once daily. Investigations on Roche® platform confirmed mildly elevated TSH - 5.14 (rr: 0.27-4.2 μIU/ml) with high FT4 [4.59 (rr: 0.93-1.7 ng/ml)] and FT3 [4.98 (rr: 2.6-4.4 pg/ml)] concentrations. Other tests revealed hypoechogenic ultrasound pattern typical for Hashimoto thyroiditis.

There was no discrepancy in calculated TSH value following TSH dilution (101% recovery). Concentrations of FT4 and FT3 were assessed on the day of discontinuation of L-T4 and after four days by the means of Abbott® Architect I 1000SR platform. These revealed FT4 and FT3 concentrations within the reference range [e.g., FT4 - 1.08 ng/ml (rr: 0.7-1.48)] vs 4.59 ng/ml (rr: 0.93-1.7, Roche®), FT3 - 3.70 pg/ml (rr: 1.71-3.71) vs 4.98 (rr: 2.6-4.4, Roche®)], confirming assay interference. Concentrations of ferritin and SHBG were normal.

Conclusions

Clinicians must be aware of possible assay interference, including the measurements of FT4 and FT3 in the differential diagnosis of abnormal results of thyroid function tests that do not fit the patient clinical presentation.


Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.


Translate / Vertaal