dinsdag 26 augustus 2014

Nieuw onderzoek naar hypothyreoïdie en bewegingsklachten

Deze systematische review beschrijft de gevolgen van hypothyreoïdie op het lichamelijke prestatievermogen bij onbehandelde en behandelde patiënten met hypothyreoïdie.

Impact of overt and subclinical hypothyroidism on exercise tolerance: a systematic review
Jeannette A. C. Lankhaar, Wouter R. de Vries, Jaap A. C. G. Jansen, Pierre M. J. Zelissen, Frank J. G. Backx

Hypothyreoïdie en bewegingsintolerantie: een casusbeschrijving
Jeannette A.C. Lankhaar, J. C. IJzerman, Pierre M. J. Zelissen, Frank J. G. Backx

Van alles over schildklier, sport en spieren
Schildkliertje

Een systematische computer search werd uitgevoerd in biomedische databases. Relevante studies in het Engels, Duits en Nederlands, verschenen vanaf de vroegste datum van elke database tot en met december 2012, werden geïdentificeerd.

Van de 116 studies voldeden 38 studies met 1379 patiënten aan de inclusiecriteria. Deze studies benadrukken de verschillende oorzaken van inspanningsintolerantie bij onbehandelde patiënten. Beperkingen kunnen onder meer het gevolg zijn van spierklachten en een veranderde hartslag.

De studies bevestigen dat de intolerantie bij patiënten zich niet altijd herstelt ondanks adequate hormonale substitutietherapie. Al is er sprake van euthyreoïdie, toch houdt een aanzienlijke groep behandelde patiënten beperkingen in dagelijks sportactiviteiten en een verminderde kwaliteit van leven. Een verklaring hiervoor ontbreekt.

Slechts twee studies onderzochten de effecten van een fysiek trainingsprogramma, die bovendien inconsistente effecten op het prestatievermogen lieten zien bij onbehandelde patiënten met subklinische hypothyreoïdie.

Conclusie

Een beperkte hoeveelheid kennis bestaat over het inspanningsvermogen in behandelde patiënten met hypothyreoïdie. Ook is er een onvoldoende hoeveelheid kwantitatieve studies naar de effecten van een fysiek trainingsprogramma. Om lichaamsbeweging en sportparticipatie voor deze specifieke groep te verbeteren, is meer onderzoek op dit vergeten gebied gerechtvaardigd.




maandag 25 augustus 2014

Vitiligo en schildklier auto-immuniteit

De precieze oorzaak van vitiligo is onbekend. Heel waarschijnlijk is het een auto-immuunziekte. Vitiligo komt vaker tegelijk voor met andere auto-immuunziekten, zoals reuma, schildklieraandoeningen en diabetes. Dit onderzoek richt zich op de relatie tussen vitiligo en schildklier antistoffen. De aanwezigheid van antistoffen tegen schildklierhormoon zou een voorspellende rol kunnen hebben bij vitiligo.

High prevalence of circulating autoantibodies against thyroid hormones in vitiligo and correlation with clinical and historical parameters of patients
Colucci R, Lotti F, Dragoni F, Arunachalam M, Lotti T, Benvenga S, Moretti S.

Wat is vitiligo?
www.huidinfo.nl

Polyglandulair auto-immuun syndroom (PAIS, APGS, PGA, PAS)
Schildkliertje

Antistoffen tegen schildklierhormoon (THAb), T3 (T3-Ab) en/of T4 (T4-Ab) komen heel weinig voor. Ze zijn soms verhoogd bij andere auto-immuunziektes dan de schildklier. Aanwezigheid van THAb lijkt in die gevallen auto-immuun schildklierziektes (AITD) te kunnen voorspellen. Tot nog toe is dit niet onderzocht bij mensen met vitiligo. Met dit onderzoek is de aanwezigheid van THAb bepaald bij een groep mensen met vitiligo.

Conclusie

77 van de 79 (97,5%) vitiligo patiënten hadden ten minste één type THAb (11/79 T3-Ab, 10/79 T4-Ab, 56/79 T3-Ab en T4-Ab). In de controlegroep had slechts 1/100 (1%) THAb. Bij vitiligo patiënten was er een duidelijke relatie tussen T3-Ab en antistoffen tegen de schildklier. De afwezigheid van T3-Ab liet een verband zien met een individuele geschiedenis met kanker. Aanwezigheid van T4-Ab had een duidelijk verband met de activiteit en duur van vitiligo.

Dat THAb in zo’n hoge mate aanwezig is bij vitiligo patiënten veronderstelt een mogelijke rol in het ziekteverloop van vitiligo en benadrukt de sterke relatie tussen vitiligo en auto-immuunziekten van de schildklier. Meer onderzoek is nodig om duidelijker uitspraken te kunnen doen.


woensdag 20 augustus 2014

Diabetes type 2, subklinische hypothyreoïdie en een verminderde nierfunctie

Patiënten met diabetes type 2 en subklinische hypothyreoïdie, hebben relatief vaak beginnende nierschade. Hoewel niet duidelijk is wat de oorzaak is, zou behandelen van de schildklier mogelijk een positief effect kunnen hebben op de nieren, schrijft een groep onderzoekers in het tijdschrift van de Japanse Vereniging voor Endocrinologie.

Diabetes, trage schildklier en een verminderde nierfunctie
Merel Dercksen, NierNieuws

Association between subclinical hypothyroidism and diabetic nephropathy in patients with type 2 diabetes mellitus
Furukawa S, Yamamoto S, Todo Y, Maruyama K, Miyake T, Ueda T, Niiya T, Senba T, Torisu M, Kumagi T, Miyauchi S, Sakai T, Minami H, Miyaoka H, Matsuura B, Hiasa Y, Onji M, Tanigawa T

In NierNieuws geeft Merel Dercksen een duidelijk verslag van het Japanse onderzoek. In eerdere onderzoeken is een verband gevonden tussen een subklinische hypothyreoïdie en diabetes. Hypothyreoïdie en een verminderde nierfunctie zouden vaker samengaan dan op grond van toeval verwacht kan worden.

In deze studie dachten de onderzoekers een verband waar te nemen tussen subklinische hypothyreoïdie en beginnende nierschade bij patiënten met diabetes type 2. Die beginnende nierschade uit zich dan als eiwitverlies met de urine. Onduidelijk is of er sprake is van oorzaak en gevolg, of alleen van gelijktijd voorkomen.

De onderzoekers denken dat met behandeling van de schildklier achteruitgang van de nierfunctie bij diabetespatiënten zou kunnen vertragen. De Japanse onderzoekers doen de aanbeveling dat bij patiënten met diabetes type 2 en diabetische nefropathie ook de werking van de schildklier gecontroleerd wordt.


vrijdag 15 augustus 2014

Gesprek nieuw geneesmiddel

Vanaf 1 januari 2015 wijzigt de naam van de zorgprestatie ‘eerste terhandstellingsgesprek’ in ‘begeleidingsgesprek nieuw geneesmiddel’. Dit begeleidingsgesprek kan de apotheker apart in rekening brengen als er aan de patiënt een nieuw geneesmiddel wordt overhandigd en er een begeleidingsgesprek plaatsvindt over onder andere het gebruik en mogelijke bijwerkingen van het nieuwe geneesmiddel.

Wijzigingen in zorgprestaties apotheekzorg per 2015
Nederlandse Zorgautoriteit

Wel gerekend, niet geleverd
Consumentenbond

Begeleidingsgesprek nieuw geneesmiddel
Schildklierforum

Let op uw eigen risico en het eerste-uitgiftegesprek
Yvonne Schoolderman

De kosten voor een begeleidingsgesprek mogen vanaf januari 2015 alleen in rekening worden gebracht als:
  • het geneesmiddel nog niet eerder in de apotheek verstrekt is;
  • de werkzame stof van het geneesmiddel wijzigt;
  • de toedieningsvorm van het geneesmiddel wijzigt;
  • het geneesmiddel meer dan 12 maanden geleden voor het laatst is verstrekt in de apotheek.

‘Apothekers negeren eigen regels’

Veel apothekers houden zich niet aan de voorwaarden voor het gesprek dat ze moeten voeren als iemand een nieuw medicijn krijgt, blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond. Wel wordt voor zo’n gesprek een rekening gestuurd.

Sinds 1 januari 2014 moet ongeveer 6 euro uit het eigen risico worden betaald voor een ‘uitgiftegesprek’, waarin de apotheker de werking en bijwerkingen van een middel toelicht en nagaat wat de klant al over het geneesmiddel weet.





maandag 11 augustus 2014

Aandacht voor schildklier screening bij zwangere vrouwen

Jaarlijks hebben naar schatting 1.000 zwangeren in Nederland een ernstige, niet gediagnosticeerde schildklierafwijking die schadelijk is voor de ongeboren vrucht. Daarom moet er een standaard screening van de schildklierfunctie komen voor zwangeren. Dat stellen onderzoekers van Tilburg University en de Universiteit van Amsterdam in een publicatie in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Thyroid.

The attitude towards hypothyroidism during early gestation: time for a change of mind?
VJ Pop, M Broeren, WM Wiersinga

Aanbevelingen NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen en zwangerschap
In vraag en antwoord

Van alles over schildklier en zwangerschap
Schildkliertje

Screening for maternal thyroid dysfunction in pregnancy: a review of the clinical evidence and current guidelines
DL Chang, EN Pearce

Ongeveer twee tot drie procent van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd heeft een schildklierfunctiestoornis. Bij een derde van hen maakt de schildklier te veel hormoon (hyperthyreoidie) en bij de rest maakt hij te weinig hormoon (hypothyreoidie). Een stoornis wordt vaak niet opgemerkt omdat er niet altijd sprake is van duidelijke symptomen. Onderzoekers van Tilburg University en de Universiteit van Amsterdam hebben nu aangetoond dat 0,62 procent van de zwangere vrouwen een niet gediagnosticeerde vorm van hypothyreoidie (te weinig schildklierhormoon) heeft, zonder dat er sprake is van opvallende klachten. Omgerekend voor de totale zwangere populatie in Nederland betekent dit dat er jaarlijks ruim 1.000 vrouwen zwanger worden terwijl er sprake is van een nog niet ontdekte ernstige hypothyreoidie.

De onderzoekers vinden dat screenen op mogelijk bestaande ernstige schildklierfunctiestoornis vroeg in de zwangerschap niet langer achterwege kan en mag blijven. Een screening is volgens de onderzoekers kosteneffectief: er wordt bij iedere zwangere al standaard bloed geprikt bij 8 tot 12 weken en de diagnostische test is zeer gevoelig en goedkoop (15-20 euro).

In de media

Onder meer de Volkskrant, de Nationale Zorggids en Santé magazine besteedden aandacht aan dit onderzoek. Waarom vertelt de directeur van SON in haar reactie in de Nationale Zorggids niet dat deze patiëntenorganisatie betrokken was bij de hieronder genoemde richtlijn? En daar ligt toch een heel belangrijk rol voor SON: voorlichting aan vrouwen over schildklier en zwangerschap?!

Het lijkt nu alsof er helemaal niets gebeurt, maar dat is niet het geval. Dat de schildklierfunctie niet standaard wordt gescreend van alle zwangere vrouwen komt vooral doordat er geen eenduidig bewijs is dat behandeling met levothyroxine helpt. Maar ook: wat zijn goede waarden? Die verschillen per moeder. Zolang niet duidelijk is wie behandeld moet worden en wat de effecten van een behandeling zijn, is screening niet dé oplossing.

Screening rond zwangerschap in de NIV-richtlijn

In de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen 2012 is de uitgebreide onderbouwing van screening van de TSH én TPO-antistoffen rond de zwangerschap te vinden in hoofdstuk V.2, pagina 158 en verder. Alle aanbevelingen voor screening zijn samengevat op pagina 16 t/m 18 van de richtlijn. Hieronder vind je de aanbevelingen over de TSH-test in de zwangerschap.

  1. Dienen alle zwangeren te worden getest op serum TSH in het eerste trimester van de zwangerschap?
    [2012] Er is onvoldoende bewijs om routinematig testen van alle zwangeren op een schildklierziekte d.m.v. bepaling van TSH en/of vrij T4 in de zwangerschap aan te bevelen.
  2. Bij welke doelgroepen van zwangeren dient serum TSH getest te worden?
    • Aan alle zwangeren moet bij het eerste bezoek vanwege zwangerschap worden gevraagd naar een verleden van schildklierfunctiestoornissen en/of belaste familiegeschiedenis en/of gebruik van schildklierhormoon (LT4) of thyreostatica (MMI, carbimazol, of PTU).
    • [2012] Serum TSH-waarden dienen vroeg in de zwangerschap te worden verkregen bij de volgende vrouwen met een hoog risico op klinische hypothyreoïdie:
      • geschiedenis van schildklierfunctiestoornissen of vroegere schildklierchirurgie
      • symptomen van een schildklierfunctiestoornis of de aanwezigheid van struma
      • TPOAb positiviteit (uitleg en aanbevelingen staan in de richtlijn)
      • type 1 diabetes of andere auto-immuunziekte
      • geschiedenis van meerdere miskramen of vroegtijdige bevallingen
      • geschiedenis van bestraling van hoofd of hals
      • familiegeschiedenis van schildklierfunctiestoornissen
      • gebruik van amiodaron of lithium
      • recente toediening van jodium houdende contrastmiddelen.

Tot slot

Daar ligt een belangrijke taak - ook voor SON - om artsen, verloskundigen en vrouwen (met een kinderwens) veel meer opmerkzaam te maken op een optimale behandeling van de schildklier. De schildklier zou verplichte kost moeten worden bij vervolgopleidingen voor zorgverleners. Goede voorlichting en zorg van vrouwen met een schildklieraandoening is nodig om complicaties in de zwangerschap te voorkomen!

Of een onderzoeksrapport als ‘Een kleine klier met grote gevolgen’ van SON en HOB een rol kan spelen bij de voorlichting is onwaarschijnlijk. Op punten is de informatie onjuist en uitleg over en verwijzingen naar wetenschappelijk onderbouwde behandelingen ontbreken.

Het is heel belangrijk dat vrouwen met hypothyroïdie die overwegen om zwanger te raken hun schildklierfunctie laten testen! Voor de ontwikkeling van de baby is het namelijk erg belangrijk dat je goed bent ingesteld, en meestal moet ook de dosering in de zwangerschap worden opgehoogd. Daarom is ook frequente controle van de schildklier in de zwangerschap nodig.

Op haar website pleit SON voor standaardonderzoek naar schildklierwaarden bij alle zwangere vrouwen en vrouwen met een kinderwens. Onduidelijk is waarom SON hiermee wil afwijken van de geldende richtlijnen. Standaardonderzoek naar schildklierwaarden bij alle zwangere vrouwen en vrouwen met een kinderwens is helemaal niet conform de richtlijnen die gelden bij zwangerschap van (mogelijke) schildklierpatiënten. Er is immers onvoldoende bewijs om routinematig testen van alle zwangeren op een schildklierziekte d.m.v. bepaling van TSH en/of vrij T4 in de zwangerschap aan te bevelen.


zaterdag 9 augustus 2014

Heel blij en trots met 300.000 pageviews :-)

Tweeënhalf jaar geleden begon ik met Schildkliertje. Vanmiddag om 15.43 uur was het raak! Ik heb het zelf gezien, toen de teller van 299.999 naar 300.000 ging.

Het eerste bericht dateert van 17 januari 2012; het gaat over therapeutische breedte. Zoals je kunt lezen op Schildkliertje, is dit onderwerp nog steeds actueel.

Het hoe en waarom ...

Al jaren houd ik me bezig met de schildklier. Wellicht denk je: wat moet je in vredesnaam met zo'n klier? Ik heb er zelf mee te maken (gehad). Uit ervaring weet ik hoe vervelend het is als een arts van niets weet, maar daarentegen weet ik ook hoe prettig het is als je artsen treft die wel van de hoed en de rand weten.

Begin 2012 ben ik begonnen met Schildkliertje met een dapper anjertje dat aan kwam waaien op mijn balkon als symbool!

Schildkliertje heeft een blog, is op facebook en twitter.

Kennis en informatie kunnen ertoe bijdragen dat je achter je behandeling staat. Na uitgebreide voorlichting over voor- en nadelen van behandelingen, kon ik in overleg met de arts een keuze maken. Maar ook kan de kennis van een arts ertoe bijdragen dat je genoeg hormoon krijgt waarmee je je als vanouds voelt.

  • Als vrijwilliger begon ik in 2002 als telefooncontactpersoon bij de Schildklierstichting.
  • In 2004 was ik lid van de patiëntenklankbordgroep die commentaar gaf op de brochure Medicijnen bij schildklieraandoeningen en de oogziekte van Graves.
  • Vijf jaar - van 2007 tot en met 2011 - ben ik betrokken geweest bij het Schildkliermagazine [pdf]: als redactielid, als eindredacteur en als hoofd- en eindredacteur. Twee artikelen uit het magazine die veel gelezen worden op Schildkliertje, zijn Tips om goed ingesteld te raken op schildklierhormoon en Slik jij genoeg schildklierhormoon (vanzelfsprekend geüpdatet).
  • De content voor www.schildklier.nl heb ik verzameld, ge- en herschreven in 2008. In 2010 heb ik gezorgd voor een update. Tot begin 2012 hield ik de website actueel. De website kreeg in 2011 een HON-certificaat.
  • De social media - facebook en twitter - van de Schildklierstichting heb ik op poten gezet en tot begin 2012 beheerd.
  • Als ‘ervaringsdeskundige’ nam ik namens de Nederlandse Vereniging van Graves Patiënten deel in de subgroep thyreotoxicose van de werkgroep Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen [pdf].
  • Voor het vakblad De Doktersassistent heb ik een artikel geschreven. En de schildklier-informatie voor een Zorgboek van de Stichting September heb ik beoordeeld en waar nodig aangepast.

Daarom

Op internet, in bladen, in de krant staat veel onvolledige, onduidelijke en zelfs verkeerde informatie. Betrouwbare informatie is dus heel belangrijk. In deze tijd wordt dat meer en meer verwacht: patiënten die kunnen meepraten over hun behandeling. Dat kan alleen maar als zij beschikken over goede ‘evidence based’ informatie. Als patiënten goede, betrouwbare informatie krijgen, dan pas kunnen zij iets kiezen. Daar staat Schildkliertje voor!


vrijdag 8 augustus 2014

Ieder individu heeft een te berekenen TSH-FT4 setpoint

In deze verhandeling laten de auteurs voor het eerst zien hoe met de TSH en de FT4 het persoonlijke setpoint berekend wordt. Dit setpoint is voor iedereen anders, ondanks dat de TSH en FT4 binnen de referentiewaarden vallen. Nu ligt eindelijk een snellere instelling op levothyroxine binnen handbereik.

The homeostatic set point of the hypothalamus-pituitary-thyroid axis - maximum curvature theory for personalized euthyroid targets
MK Leow, SL Goede
Theoretical Biology and Medical Modelling 2014, doi:10.1186/1742-4682-11-35
Published: 8 August 2014; Free access

A novel minimal mathematical model of the hypothalamus-pituitary-thyroid axis validated for individualized clinical applications
SL Goede, MK Leow, JW Smit, JW Dietrich

Background

Despite rendering serum free thyroxine (FT4) and thyrotropin (TSH) within the normal population ranges broadly defined as euthyroidism, many patients being treated for hyperthyroidism and hypothyroidism persistently experience subnormal well-being discordant from their pre-disease healthy euthyroid state. This suggests that intra-individual physiological optimal ranges are narrower than laboratory-quoted normal ranges and implies the existence of a homeostatic set point encoded in the hypothalamic-pituitary-thyroid (HPT) axis that is unique to every individual.

Methods

We have previously shown that the dose-response characteristic of the hypothalamic-pituitary (HP) unit to circulating thyroid hormone levels follows a negative exponential curve. This led to the discovery that the normal reference intervals of TSH and FT4 fall within the 'knee' region of this curve where the maximum curvature of the exponential HP characteristic occurs. Based on this observation, we develop the theoretical framework localizing the position of euthyroid homeostasis over the point of maximum curvature of the HP characteristic.

Results

The euthyroid set points of patients with primary hypothyroidism and hyperthyroidism can be readily derived from their calculated HP curve parameters using the parsimonious mathematical model above. It can be shown that every individual has a euthyroid set point that is unique and often different from other individuals.

Conclusions

In this treatise, we provide evidence supporting a set point-based approach in tailoring euthyroid targets. Rendering FT4 and TSH within the laboratory normal ranges can be clinically suboptimal if these hormone levels are distant from the individualized euthyroid homeostatic set point. This mathematical technique permits the euthyroid set point to be realistically computed using an algorithm readily implementable for computer-aided calculations to facilitate precise targeted dosing of patients in this modern era of personalized medicine.


vrijdag 1 augustus 2014

Generieke schildklierhormoon-substitutie: info op een rijtje

Het preferentiebeleid houdt de gemoederen flink bezig. Zonder uitleg of informatie krijgen te veel patiënten te vaak opeens een ander merk of merkloos levothyroxine bij hun apotheek. Dit is een ongewenste ontwikkeling doordat zulke veranderingen in medicatie kunnen zorgen voor over- of onderdosering.

Vraag je arts het merk en medische noodzaak (MN) op het recept te zetten!

Om je te helpen zet Schildkliertje weer het een en ander op een rijtje. Inmiddels blijkt uit informatie op schildklierfora dat goedgeïnformeerde gebruikers van schildklierhormoon vaker hun eigen merk kunnen blijven slikken.

Overleg met je apotheker!

Generieke levothyroxine-substitutie: wel of niet doen

In 2011 verscheen het rapport Generieke geneesmiddelsubstitutie: wel of niet doen. In het rapport werd levothyroxine als middel genoemd waarbij verandering van merk ongewenst is. De ongewenste effecten die worden genoemd, zijn typische symptomen van overdosering (hartkloppingen, gewichtsverlies, slecht slapen, nervositeit en vermoeidheid) of typische symptomen van onderdosering (droge huid, obstipatie, gewichtstoename, vermoeidheid, haarverlies en onregelmatige menstruatie).

KNMP-Handleiding Geneesmiddelensubstitutie

Generieke levothyroxine-substitutie gaat in tegen het advies in de Handleiding Geneesmiddelensubstitutie en de informatie op de website Apotheek.nl, beide van de KNMP. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie is de beroeps- en brancheorganisatie voor apothekers.

Stroomdiagram
In de apotheek hoort bij generieke substitutie het belangrijkste uitgangspunt te zijn dat de effectiviteit en veiligheid van de middelen gelijkwaardig zijn. Toch kunnen er bepaalde geneesmiddelen (zoals levothyroxine) of situaties zijn waarin bij voorkeur geen enkel risico wordt genomen:
  • Het stroomdiagram (pag. 7 in de handleiding) geeft keuzemomenten bij substitutie. De letters a t/m f verwijzen naar de toelichting in hoofdstuk 3.
  • Stoffen waarbij bij voorkeur geen risico wordt genomen uit oogpunt van veiligheid en effectiviteit, zijn stoffen met een smalle therapeutische breedte en stoffen met een niet-lineaire kinetiek.
  • Voor middelen met een smalle therapeutische breedte gelden strengere eisen betreffende de bio-equivalentie dan voor andere middelen.

Bio-equivalentie

Generieken worden als bio-equivalent beschouwd, als het 90%-betrouwbaarheidsinterval van de AUC-ratio en de Cmax ligt binnen 80-125% van het referentieproduct. Indien het betrouwbaarheidsinterval binnen deze grenzen ligt, betekent dit dat het gemiddelde veel minder zal afwijken van de waarde gevonden bij het spécialité.
Voor middelen met een smalle therapeutische breedte zoals levothyroxine geldt dat het 90%-betrouwbaarheidsinterval van de AUC-ratio en de Cmax (indien van belang) binnen 90-111,11% moeten liggen. Bij stoffen met een niet-lineaire kinetiek kan een kleine afwijking in kinetiek leiden tot een aanzienlijk verschil in de biologische beschikbaarheid. Hoewel stoffen met een smalle therapeutische breedte of met een niet-lineaire kinetiek aan de eisen voor bio-equivalentie zullen voldoen, kunnen er dus patiëntgebonden factoren zijn die de uitwisselbaarheid negatief beïnvloeden. Middelen met een smalle therapeutische breedte of een niet-lineaire kinetiek dienen niet te worden gesubstitueerd.

Juridisch kader

De KNMP geeft aan dat juridisch gezien de apotheker alleen het voorgeschreven geneesmiddel mag afleveren. Substitutie vereist toestemming van de arts en patiënt. In de praktijk betekent dit meestal dat artsen en apothekers hier afspraken over maken. Via het preferentiebeleid mag de verzekeraar de aanspraak van de verzekerde beperken tot door de zorgverzekeraar aangewezen geneesmiddelen. Vanwege de prijs zijn dit in de praktijk vrijwel altijd generieke geneesmiddelen. De zorgverzekeraar vergoedt echter alleen het in de polisvoorwaarden aangewezen geneesmiddel. Alleen als de voorschrijver kan aangeven waarom het in de polisvoorwaarden aangewezen geneesmiddel medisch onverantwoord is (medische noodzaak), heeft de patiënt recht op het voorgeschreven middel.

NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (tweede herziening)

De nieuwe huisartsenrichtlijn verwijst in noot 24 naar het standpunt van de KNMP en adviseert artsen afspraken te maken met de apotheker om steeds hetzelfde geneesmiddelmerk levothyroxine af te leveren in verband met mogelijke verschillen in resorptie.

Thuisarts.nl geeft patiënten het advies om altijd hetzelfde merk schildklierhormoon te slikken.

Meldpunten medicijnen

Bij de meldpunten Meldpunt Medicijnen, Lareb en Mijn Medicijn kunnen gebruikers van medicijnen klachten en bijwerkingen anoniem melden. Iedereen kan de meldingen inzien.


Zorgverzekeraars Nederland

Zorgverzekeraars Nederland geeft in een brief aan SON aan dat de behandelend arts altijd een merkgeneesmiddel kan voorschrijven als het medische bezwaren tegen het aangewezen generieke middel wegneemt. Dat neemt niet weg dat patiënten aangeven dat zij pas na enkele keren overzetten terug kunnen naar hun vertrouwde merk.

‘Betere afspraken en communicatie preferentiebeleid gewenst’

Volgens de NPCF krijgt het preferentiebeleid veel draagvlak onder patiënten. De KNMP schaart zich achter de conclusie van de NPCF dat ‘de problemen met preferente medicijnen voor een groot deel zijn op te lossen door betere informatie richting de patiënt, en door duidelijkheid aan de patiënt’.

Nieuwe richtlijn?

SON spreekt op haar website over een overleg met apothekers, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties op initiatief van de KNMP om tot een richtlijn substitutie te komen. Aandachtspunten zijn: een helder overzicht van uitzonderingen voor substitutie, maatwerk, gebruik van het stroomdiagram, ontwerp van een patiëntenversie, een bruikbare tool in de apotheek, goede randvoorwaarden voor implementatie en aandacht voor communicatie.

Volgens nieuwe informatie is die richtlijn van de baan, maar komt er mogelijk een digitale lijst van niet te substitueren geneesmiddelen bij de apotheek.

Tot slot

Tot nu toe konden de rapporten, handleidingen en richtlijnen er niet voor zorgen dat gebruikers van schildklierhormonen altijd hetzelfde merk krijgen. Dat komt doordat de overheid de ruimte biedt. Iedere zorgverzekeraar mag levothyroxine onderbrengen in zijn preferentiebeleid, ongeacht welke richtlijn dan ook.




Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.


Translate / Vertaal