zondag 31 mei 2015

Zwangerschap, borstvoeding en ‘snelle schildklier’

Alle vormen van hyperthyreoïdie – de schildklier maakt te veel hormoon – komen voor in de zwangerschap. Graves’ hyperthyreoïdie komt het vaakst voor. Bij een hyperthyreoïdie in de zwangerschap is de kans groter op een miskraam, een vroeggeboorte, een laag geboortegewicht en doodgeboorte. Gelukkig kan de hyperthyreoïdie goed behandeld worden. Maar welke mogelijkheden zijn er? En wat zijn de gevolgen voor de baby en borstvoeding? Hoe zit het toch met die TSI-antistoffen?

Deze aandacht voor de ziekte van Graves en zwangerschap blijft actueel met een ervaringsverhaal als dat van Agnita (zo moet het niet!). De combinatietherapie (schildklierremmer + T4-hormoon) is ongewenst tijdens de zwangerschap (behalve in de uitzonderlijke situatie als de foetus hyperthyreoïdie heeft). En borstvoeding is mogelijk tijdens de behandeling met medicijnen. Gelukkig is alles goed gegaan met moeder en kind!

Aanbevelingen NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen en zwangerschap 2012
In vraag en antwoord

Geen radioactief jodium tijdens zwangerschap

Tijdens de zwangerschap zijn een onderzoek en behandeling met radioactief jodium absoluut taboe. Aangeraden wordt om voor een onderzoek en behandeling met radioactief jodium met een zwangerschapstest te controleren of er sprake is van een zwangerschap.

Zwangerschapswens

Volgens de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen 2007 was de aanbeveling: Artsen behandelen Graves’ hyperthyreoïdie het liefst definitief vóór de zwangerschap. Bij zwangerschapswens kan in overleg gekozen worden voor een behandeling met schildklierremmers en T4-hormoon.

In de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen 2012 luidt de aanbeveling: Thyreotoxische vrouwen dienen bij [2012] voorkeur een definitieve behandeling te ondergaan voordat pogingen tot zwangerschap worden ondernomen. [2012] Naar de mening van de commissie is operatieve behandeling een goede keuze. (sterke aanbeveling).

Tijdens de zwangerschap

Wordt de vrouw zwanger dan wordt gestopt met T4-hormoon en gebruikt zij alleen een schildklierremmer in een zo laag mogelijke dosis. In de nieuwe NIV-richtlijn wordt geen voorkeur uitgesproken voor PTU of MM (strumazol).

TSI en zwangerschap

Bij Graves’ hyperthyreoïdie nu of in het verleden moet tijdens de zwangerschap het bloed altijd gecontroleerd worden op TSI-antistoffen. Dat gebeurt t/m de zesde maand. Als er TSI-antistoffen zijn aangetoond, moet de controle in de laatste drie maanden van de zwangerschap worden herhaald. Deze antistoffen kunnen via de placenta bij de baby terecht komen.

In de laatste drie maanden kunnen die antistoffen de schildklierfunctie beïnvloeden van de baby. Hierdoor kan de baby zelf hyperthyreoïdie krijgen. Dit is gelukkig zeldzaam, bij ongeveer 1 tot 5% van alle zwangerschappen van alle ‘Graves-zwangeren’. Maar als het voorkomt, heeft de baby meer kans op onder andere groei- en ontwikkelingsstoornissen, een te snelle hartslag en een te grote schildklier (struma).

Een struma bij de foetus kan problemen geven bij een bevalling. In dit geval moeten een internist en gynaecoloog de zwangerschap en bevalling goed begeleiden.

Borstvoeding

In de literatuur zijn geen aanwijzingen te vinden dat gebruik van lage doseringen thyreostatica (PTU < 300 mg per dag en thiamazol < 20 mg per dag) tijdens het geven van borstvoeding schadelijk is voor de pasgeborene. Tijdens het geven van borstvoeding wordt thiamazol aanbevolen (max 20 mg). Een behandeling met radioactief jodium mag niet gegeven worden in deze periode.

zaterdag 30 mei 2015

Oogziekte van Graves in perspectief

Oogklachten komen vaak voor bij schildklierpatiënten. Gelukkig komt de oogziekte van Graves niet voor bij alle schildklieraandoeningen. De oogziekte zie je eigenlijk alleen bij de auto-immuunziekten van de schildklier. Voornamelijk bij de ziekte van Graves, maar ook bij de ziekte van Hashimoto.

De oogziekte van Graves noem je met een moeilijk woord Graves’ oftalmopathie. Afgekort ook wel GO. De ernst van Graves’ oftalmopathie (GO) varieert sterk, van mild tot zeer ernstig. Meestal zijn beide ogen in gelijke mate aangedaan, maar 15% van de patiënten heeft een unilaterale GO (= één oog is aangedaan).

Operatie en oogziekte

Meestal en bij voorkeur wordt pas definitief behandeld, met een operatie, als de schildklierziekte tot rust is gekomen. Operatieve correcties kunnen bestaan uit een:
  • oogkas-verruimende operatie (orbita-decompressie)
  • oogspieroperatie
  • ooglidcorrectie

Bij sommige patiënten ontstaat vrij snel een daling van het gezichtsvermogen. In die gevallen is ‘acute decompressie’ nodig. Onder decompressie versta je een operatie waarbij een deel van de inhoud van de oogkas, gelegen achter de oogbol, wordt verwijderd. Er ontstaat dan meer ruimte voor het oog.

Swinging eyelid

In deze korte versie van de film wordt ingegaan op de oogziekte van Graves in al zijn facetten. En er wordt een hoofdpersoon gevolgd die de operatietechniek ‘Swinging Eyelid’ ondergaat in het Oogziekenhuis in Rotterdam.




Meer informatie over de oogziekte van Graves




vrijdag 29 mei 2015

‘Snelle schildklier’ en sporten ... wees voorzichtig

Een schildklieraandoening kan voor beperkingen zorgen bij het beoefenen van sport. Reden genoeg om stil te staan bij aandoeningen van de schildklier, het klachtenpatroon en de relatie met sporten.

Aandoeningen van de schildklier kunnen verschillende klachten geven. Een aantal van deze klachten kunnen invloed hebben op het beoefenen van sport, zoals spierklachten, een veranderde hartslag en een verminderd inspanningsvermogen. Hierdoor moeten veel schildklierpatiënten (tijdelijk) minderen of stoppen met sporten. Na een goede instelling op medicatie is beweging weer mogelijk.

Doe rustig aan

Mensen met hyperthyroïdie krijgen van hun arts vaak (terecht) het advies om rustig aan te doen. Hun hart wordt in deze fase van hun ziekte zwaar belast en vaak hebben ze weinig kracht in arm- en beenspieren.

Acute hartdood door te snel werkende schildklier
Over schildklier, spieren en sport ...

Advies om niet op te volgen

Volgens het artikel Schildklieraandoeningen en sport zouden mensen met hyperthyreoïdie (als de schildklier te veel hormoon maakt) baat hebben bij duurtrainingen zoals hardlopen, zwemmen en fietsen.

Met enige regelmaat duikt dit onderwerp weer op met verwijzing naar genoemd artikel. Vandaar deze aandacht. Bij hyperthyreoïdie wordt het hart al extra belast, wat niet onschuldig is. Laat staan dat hardlopen in die situatie een goed idee is. Nee dus! Het wordt juist afgeraden.

In het artikel wordt een verschil verondersteld tussen spieren bij de diagnose en na behandeling van hypo- of hyperthyreoïdie. Hyperthyreoïdie zou minder ingrijpend zijn door een kortere ziekteduur en een snellere instelling op medicatie (= schildklierremmers).

De behandeling van hyperthyreoïdie wordt hiermee onderschat. Bij veel patiënten met hyperthyreoïdie is die behandeling met schildklierremmers immers tijdelijk en onvoldoende. Daarna volgt een definitieve behandeling met meestal radioactief jodium waarna de schildklier van de patiënt weinig tot geen schildklierhormoon meer maakt. Gevolg is: dezelfde behandeling met schildklierhormoon en dezelfde spierklachten als iemand met een andere oorzaak van hypothyreoïdie.






donderdag 28 mei 2015

Uit je gewone doen zijn door een ‘snelle schildklier’

De werking van de schildklier kan door allerlei oorzaken verstoord raken. De schildklier maakt dan bijvoorbeeld te weinig of te veel hormoon. Schildklierhormoon oefent op alle organen invloed uit. Het regelt de groei, de stofwisseling, en de ontwikkeling en werking van het centraal zenuwstelsel. Te veel of te weinig schildklierhormoon heeft invloed op aandacht, concentratie (denkvermogen), agressiviteit, angst en seksualiteit.

Herken jij deze klachten?

Als de schildklier te veel schildklierhormoon maakt, veroorzaakt dat overactiviteit met onder andere:
  • rusteloosheid
  • verscherpte waarneming (overgevoeligheid voor geluid)
  • nervositeit
  • concentratiestoornissen
  • prikkelbaarheid, ongeduldigheid
  • versterkt emotioneel gedrag
  • angst (bijv. straatvrees)
  • verhoogde spanning
  • wisselende depressieve gevoelens
  • huilbuien

Typerend voor iemand met een snelle schildklier zijn rusteloosheid, overactiviteit en gevoelens van agressie. Genoemd worden ‘een constante onrust voelen’, ‘geen moment stil kunnen zitten’, ‘het gevoel te hebben uit elkaar te kunnen barsten, alsof het van binnen kookt’, ‘op en top gespannen zijn, als het ware onder stroom staan’. De dwang om steeds maar bezig te moeten zijn en de onmogelijkheid je te concentreren op je bezigheden, kan uitmonden in agressie. Ook een geluid of bepaald gedrag van huisgenoten, kan makkelijk agressie opwekken en leiden tot uitbarstingen, ruzie en geschreeuw.

Veranderde persoonlijkheid

Te veel schildklierhormoon kan leiden tot een verandering van de persoonlijkheid. Partner, huisgenoten en collega’s herkennen de persoon soms nauwelijks meer. Ze begrijpen ook de reden niet van de verandering. De patiënt weet het zelf ook niet en kan het dus ook niet uitleggen. Deze situatie legt een grote druk op partner, huisgenoten en collega’s op het werk. Zij moeten zich vaak in allerlei bochten wringen om de sfeer goed te houden.


Als de diagnose is gesteld en de behandeling begonnen is, wordt de oorzaak van het afwijkende gedrag pas duidelijk. Vaak hoort de patiënt dan pas hoe hij of zij veranderd was en hoe moeilijk het om met hem of haar om te blijven gaan. Het zal niemand verbazen dat bij deze patiënten veel verbroken relaties voorkomen. Van groot belang is dat patiënt en partner op een zo vroeg mogelijk tijdstip op de hoogte zijn van de gevolgen van een functiestoornis van de schildklier.


woensdag 27 mei 2015

‘Snelle schildklier’, schildklierremmers, radioactief jodium of operatie

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel schildklierhormoon. De oorzaken verschillen. Hyperthyreoïdie wordt behandeld met:

Samen met de arts en afhankelijk van de oorzaak van de hyperthyreoïdie (snelle schildklier) kiest de patiënt voor een behandeling. Van belang is goede uitleg over voor- en nadelen van de drie behandelingen. Denk hierbij aan grote kans op terugkomst van hyperthyreoïdie bij schildklierremmers, grote kans op hypothyreoïdie bij radioactief jodium en operatie, en risico’s bij een operatie.

In de praktijk maakt de arts vaak een keus zonder overleg met de patiënt.


Behandelopties bij hyperthyreoïdie op basis van ziekte van Graves of multinodulair struma


Schildklierremmers

Zoals het woord zegt: schildklierremmers remmen de schildklier. Ze zorgen dat de schildklier minder tot geen schildklierhormoon maakt. Meestal schrijft de arts thiamazol of methimazol (= Strumazol®) voor. De arts kan ook carbimazol (Basolest®) of propylthiouracil (PTU) voorschrijven.

  • Bij de ziekte van Graves kan gekozen worden voor de blokkade + substitutietherapie. De patiënt slikt in dat geval een schildklierremmer met schildklierhormoon (levothyroxine).
  • Ook kan de patiënt kiezen voor de titratietherapie. In dat geval slikt de patiënt alleen een schildklierremmer.

Beide behandelingen zijn goed bruikbaar. In de praktijk maakt de arts helaas vaak een keus voor schildklierremmers met schildklierhormoon zonder overleg met de patiënt. Van gedeelde besluitvorming - wat gewenst is - blijkt vaak geen sprake, vertellen patiënten op onder meer het Schildklierforum.

Radioactief jodium en operatie

Er kunnen allerlei argumenten zijn waardoor een patiënt de voorkeur geeft aan een snelle, definitieve oplossing. Daarvoor moet ruimte zijn. In de praktijk blijkt dat er (te) veel patiënten niet geïnformeerd worden over die mogelijkheden.

Meer informatie op Schildkliertje




dinsdag 26 mei 2015

Diagnose ‘snelle schildklier’ ... wat dan?

Wanneer net de diagnose is gesteld 'er is iets met je schildklier', dan komt er veel over je heen. Je krijgt te maken met onderzoeken en het jargon is een soort abracadabra. Dat jargon is wel de taal van je arts en bijvoorbeeld de doktersassistent. Kennis van die taal helpt jou op weg.

Wat doet de schildklier?

De schildklier maakt hormonen die belangrijk zijn bij de stofwisseling van alle weefsels in het lichaam. Bij volwassenen beïnvloedt de stofwisseling zaken als gewicht, concentratie, hartritme, energie en geestelijke stabiliteit. Bij kinderen heeft de stofwisseling invloed op de geestelijke ontwikkeling en groei. Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel hormoon. Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig hormoon.

Een schildklieraandoening kan zorgen voor allerlei klachten. Lang niet iedereen heeft alle klachten. Veel klachten komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het voor de arts moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten. Als meer van de genoemde klachten aanwezig zijn, is er wellicht sprake van een schildklieraandoening. Het is dan aan te raden een bloedonderzoek te laten doen. Alleen een bloedonderzoek geeft aan of de schildklier de oorzaak is van deze verschijnselen.


Bloedafname

Een laboratorium bepaalt op verzoek van de arts diverse waarden in het bloed: meestal de TSH- en FT4-waarde; soms de T4-, T3- of FT3-waarde; soms de antistoffen. Dit bloedonderzoek komt telkens terug.

TSH

De schildklier wordt aangestuurd door TSH (schildklier stimulerend hormoon). De hypofyse maakt dit hormoon. Aan de TSH-waarde is goed te zien hoe de schildklier werkt. Als er te weinig schildklierhormoon in het lichaam is, maakt de hypofyse veel TSH. Je noemt dit wel een trage schildklier of hypothyreoïdie. Is er te veel schildklierhormoon, dan maakt de hypofyse weinig TSH. Je noemt dit wel een snelle schildklier of hyperthyreoïdie.

T4 en T3

De schildklier maakt twee soorten hormonen aan: T4 (thyroxine) en T3 (thyronine). Het hormoon T4 is een soort voorraad. T3 is het actieve hormoon. Naar behoefte van het lichaam, weefsels en cellen wordt T4 omgezet in T3. Dat gebeurt onder andere in de lever, de spieren en de hersenen.

FT4 en FT3

Het grootste deel van het T4- en T3-hormoon bindt zich aan eiwitten in het bloed. Een klein beetje hormoon is direct beschikbaar. Dit geef je aan met de letter F van free = vrij. FT4 = vrij T4 en FT3 = vrij T3.

Hyperthyreoïdie

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel hormoon. Is er te veel schildklierhormoon, dan maakt de hypofyse weinig TSH. De schildklier maakt te veel hormoon bij de ziekte van Graves. Hyperthyreoïdie noem je ook wel een snelle schildklier.

Behandeling

De behandeling bestaat uit schildklierremmende medicijnen (Strumazol of PTU), radioactief jodium of een operatie.

Hypothyreoïdie

Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig of geen hormoon. Als er te weinig schildklierhormoon in het lichaam is, maakt de hypofyse veel TSH. De ziekte van Hashimoto is een vorm van hypothyreoïdie. Hypothyreoïdie noem je ook wel een trage schildklier.

Behandeling

De behandeling bestaat uit het slikken van schildklierhormoon.

Antistoffen

Bij aandoeningen van de schildklier zoals de ziekte van Hashimoto en de ziekte van Graves werkt het afweersysteem van het lichaam niet goed. Dat afweersysteem noem je ook wel immuunsysteem. Dit immuunsysteem gaat indringers in ons lichaam te lijf, zoals virussen en bacteriën. Het komt voor dat het immuunsysteem zich vergist en mogelijk het eigen lichaam aanvalt. Het immuunsysteem ziet dan eigen cellen als vijandelijke indringers, is de gedachte. Het maakt antistoffen tegen deze eigen cellen. Als iemand daardoor ziek wordt, spreken we van een auto-immuunziekte.

Normaalwaarden

Normaalwaarden zijn de grenswaarden die horen bij een normale werking van de schildklier. De arts vergelijkt een gemeten waarde met de normaalwaarden. Zo ziet hij of deze binnen de normale grenzen ligt. Als deze waarde buiten de grenzen valt, doet een arts verder onderzoek. Als de waarde binnen de normaalwaarden ligt, kijkt een arts eerder naar andere oorzaken van de klachten.

Wat is een ‘normale’ TSH-waarde?

De TSH-waarde van de meeste gezonde mensen bevindt zich in het laag-normale gebied. Bij een Noors onderzoek onder 65.000 gezonde mensen zonder TPO-antistoffen was de meest voorkomende TSH-waarde 1,25. De gemiddelde TSH-waarde was 1,68. En de middelste TSH-waarde was 1,50. Klik hier voor de TSH-curve.

Fijn-instelling dosis levothyroxine

De meeste schildklierpatiënten hebben uiteindelijk een hypothyreoïdie, wat een levenslange behandeling met levothyroxine betekent. Bij een goede instelling op levothyroxine voelen veel patiënten zich het beste bij een TSH-waarde in het laag-normale gebied, waarbij de FT4-waarde in het algemeen boven het midden van het normale bereik is. Een verhoging/verlaging van de dosering met 6,25 mcg levothyroxine, ook al zijn de TSH- en FT4 al normaal, kan ervoor zorgen dat je je beter voelt.

TSH-FT4 setpoint

Uit onderzoek blijkt dat iedereen een unieke schildklierfunctie heeft. Met een uniek TSH-FT4 setpoint. De TSH en FT4 van een individu bestrijken een veel kleiner gebied binnen de referentiewaarden vergeleken met die van een groep. Een testresultaat binnen de referentiegrenzen van een laboratorium is daardoor niet per se normaal voor een individu. Omdat de TSH-waarde sterk reageert op kleine veranderingen van T4 en T3, kan een afwijkende TSH-waarde erop wijzen dat T4 en T3 niet normaal zijn voor een individu. Bij de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen is aandacht hiervoor gewenst.


© Hans van Eck, www.vaneckdesign.nl

• TSH is laag-normaal
Patiënt voelt zich goed: FT4-waarde is goed > dosis levothyroxine is goed.
Patiënt voelt zich ‘hyper’: fT4-waarde is te hoog > dosis levothyroxine iets verlagen.

• TSH is hoog-normaal
Patiënt voelt zich goed: fT4-waarde is goed > dosis levothyroxine is goed.
Patiënt voelt zich ‘hypo’: fT4-waarde is te laag > dosis levothyroxine iets verhogen.

maandag 25 mei 2015

Schildkliertjes aftrap #weekvandeschildklier met ‘snelle schildklier’!

Bij hyperthyreoïdie of een ‘snelle schildklier’ is er te veel schildklierhormoon in het bloed. Vaak maakt de schildklier te veel hormoon, zoals bij de ziekte van Graves.

Soms is de hyperthyreoïdie tijdelijk, zoals bij een thyreoïditis. Bij een thyreoïditis gaan er cellen kapot, waardoor er tijdelijk te veel T4 en T3 uit deze cellen in het bloed lekt. De schildklier gaat daarna vaak weer normaal werken. Het komt ook voor dat hij daarna te weinig hormoon maakt (hypothyreoïdie).

Soms ontstaat hyperthyreoïdie door jodium in supplementen (o.a. kelp), voeding (zeewier) of door het gebruik van te veel schildklierhormoon.




Enkele jaren terug is 25 mei uitgeroepen als Dag van de Schildklier.
Met als doel om rond die dag extra aandacht te besteden aan de schildklier.
Bij Schildkliertje staat dit jaar hyperthyreoïdie door de ziekte van Graves centraal.

Klachten

Veel klachten zijn niet typisch voor een schildklieraandoening. Ze komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten. Als meer klachten aanwezig zijn, is er wellicht sprake van een schildklieraandoening. Het is dan aan te raden een bloedonderzoek te laten doen. Alleen een bloedonderzoek geeft aan of de schildklier zorgt voor deze klachten.

Behandeling

Hyperthyreoïdie wordt behandeld met medicijnen, radioactief jodium en/of een operatie. Voor welke behandeling gekozen wordt hangt af van de oorzaak van de hyperthyreoïdie, de ernst en/of aanwezigheid van de oogziekte en natuurlijk de wens van de patiënt. Een thyreoïditis wordt niet behandeld met schildklierremmers, radioactief jodium of met een operatie.

Tips

Ziekte van Graves

Ongeveer 70-80% van de patiënten met hyperthyreoïdie heeft de ziekte van Graves. Deze aandoening wordt ook wel ziekte van Basedow genoemd. De ziekte van Graves komt voor zonder of met een gering struma (= verdikking van de schildklier). Geregeld komt de ziekte voor samen met de oogziekte van Graves (oftalmopathie).

Bij de diagnose van deze ziekte is bloedonderzoek belangrijk. De TSH is verlaagd en de T4, T3 en vrij T4 zijn verhoogd. Het percentage (%) geeft aan hoeveel patiënten met de ziekte van Graves welke antistoffen hebben. TSH-receptor antistoffen dragen bij aan het ziekteproces. Zij doen de werking na van TSH, waardoor de schildklier extra gestimuleerd wordt schildklierhormoon te maken. TPO- en Tg-antistoffen dragen niet bij aan het ziekteproces, maar lijken verband te houden met de hoeveelheid schade aan de schildklier.

Bron: Erasmus MC, Schildkliercentrum

Know the facts: thyroid disorder hypothyroidism

International Thyroid Awareness Week May 25-31, 2015 (#ITAW2015)


More than 300 million people worldwide have some form of thyroid disorder and, despite being very common, thyroid disorders may go undiagnosed for many years in some patients. 1 2 3

We may excuse feeling tired or depressed, ongoing constipation, lack of concentration or unexplained weight gain as a consequence of stress or even getting older, and as a result, many people may endure the most common, but simply treated thyroid disorder called hypothyroidism – also known as an underactive thyroid gland. 4 5 6

Thyroid disorders can have a significant impact on a person’s quality of life. It’s important that people are aware of the signs and symptoms of thyroid disorder and seek help for the condition. 3

donderdag 21 mei 2015

Graves’ hyperthyreoïdie in en rond de zwangerschap

Hyperthyroidism in women of reproductive age is predominantly caused by Graves’ disease. Pregnancy-associated changes in the immune system may influence the onset of disease, but population-based incidence rates in and around pregnancy have not been reported.

The objective of Stine Linding Andersen, Jørn Olsen, Allan Carlé and Peter Laurberg was to estimate the incidence of maternal hyperthyroidism (defined by prescriptions for antithyroid drugs being filled) in and around pregnancy and to compare this with the incidence of other autoimmune diseases, such as rheumatoid arthritis (RA) and inflammatory bowel disease (IBD).


Hyperthyroidism incidence fluctuates widely in and around pregnancy and is at variance with some other autoimmune diseases: a Danish population-based study
Stine Linding Andersen, Jørn Olsen, Allan Carlé, Peter Laurberg

The incidence of Graves’ hyperthyroidism increases in early pregnancy and the late postpartum period
Jorge H. Mestman, analyse en commentaar

Graves’ hyperthyreoïdie, zwangerschap en borstvoeding
Schildkliertje

Methods

Danish nationwide registers provided for a population-based cohort study. In women giving birth to singleton liveborn children in Denmark from 1999 to 2008 (n = 403,958), the main outcome investigated was the incidence rates (IR) of maternal hyperthyroidism during a 4-year period beginning 2 years before and ending 2 years after the date when the mother gave birth for the first time during the study period.

Results

Altogether 3673 women (0.9%) were identified as having the onset of hyperthyroidism from 1997 to 2010. The IR of hyperthyroidism in and around pregnancy varied widely and was high in the first 3 months of pregnancy (incidence rate ratio [IRR] as compared with the remaining study period, 1.50), very low in the last 3 months of pregnancy (0.26), and at the highest level 7 to 9 months post partum (3.80). The incidence variation in and around pregnancy was different for RA and IBD.

Conclusions

The incidence of hyperthyroidism was high in early pregnancy and post partum, whereas this particular pattern was not observed for other diseases of autoimmune origin.

Referenties analyse en commentaar Jorge H Mestman

  1. H Tamaki, E Itoh, T Kaneda, K Asahi, N Mitsuda, O Tanizawa, N Amino. Crucial role of serum human chorionic gonadotropin for the aggravation of thyrotoxicosis in early pregnancy in Graves’ disease. Thyroid 1993;3:189-93.
  2. R Jansson, PA Dahlberg, B Winsa, O Meirik, J Safwenberg, A Karlsson. The postpartum period constitutes an important risk for the development of clinical Graves’ disease in young women. Acta Endocrinol (Copenh) 1987;116:321-5.
  3. H Tada, Y Hidaka, E Tsuruta, T Kashiwai, H Tamaki, Y Iwatani, N Amino. Prevalence of postpartum onset of disease within patients with Graves’ disease of child-bearing age. Endocr J 1994;41:325-7.
  4. D Benhaim Rochester, TF Davies. Increased risk of Graves’ disease after pregnancy. Thyroid 2005;15:1287-90.
  5. M Rotondi, B Pirali, S Lodigiani, S Bray, P Leporati, S Chytiris, S Balzano, F Magri, L Chiovato. The post partum period and the onset of Graves’ disease: an overestimated risk factor. Eur J Endocrinol 2008;159:161-5. Epub May 15, 2008.
  6. N Amino, O Tanizawa, H Mori, Y Iwatani, T Yamada, K Kurachi, Y Kumahara, K Miyai. Aggravation of thyrotoxicosis in early pregnancy and after delivery in Graves’ disease. J Clin Endocrinol Metab 1982;55:108-12.
  7. AP Weetman. The immunology of pregnancy. Thyroid 1999;9:643-6.
  8. M Zakarija, JM McKenzie. Pregnancy-associated changes in the thyroid-stimulating antibody of Graves’ disease and the relationship to neonatal hyperthyroidism. J Clin Endocrinol Metab 1983;57:1036-40.

vrijdag 1 mei 2015

‘Snelle schildklier’ in de schijnwerpers in de #weekvandeschildklier!

Schildklieraandoeningen komen vaak voor. Of het nu gaat om hypothyreoïdie, hyperthyreoïdie, de oogziekte van Graves of schildklierkanker.

Thyroid Awareness / Schildklierbewustzijn

Wereldwijd zijn allerlei mensen actief om alle aandacht te vestigen op de schildklier, de aandoeningen en behandelingen. Educatie van patiënten en zorgverleners speelt daarbij een grote rol. Behandelrichtlijnen vind je tegenwoordig online. Er is veel betrouwbare informatie in allerlei soorten en maten en veelal online en direct te downloaden: folders, brochures, wetenschappelijke informatie vertaald naar een toegankelijker formaat en boeken.

Omdat deze schildklieraandoeningen en -behandelingen veel meer aandacht verdienen,
is er elk jaar de Schildkliermaand, de Schildklierweek en de Schildklierdag.

Week van de Schildklier

In Nederland wordt dit jaar van 25 tot 31 mei voor de zesde keer de Week van de Schildklier (#weekvandeschildklier; #wvds) georganiseerd.

Schildkliertje grijpt deze week aan om zich helemaal te richten op de ‘snelle schildklier’.
Of preciezer: hyperthyreoïdie door de ziekte van Graves, als de schildklier te veel hormoon maakt. De ziekte van Graves is een aandoening die flink ingrijpt in het dagelijkse leven.
De behandelingen zijn dezelfde behandelingen als zestig jaar geleden.

Gedeelde besluitvorming bij de behandelingen is de wens van patiënten. Helaas blijkt daar in de praktijk te weinig van terecht te komen. Iets wat zorgt voor verwarring, maar zelfs ook voor complicaties.

Bij SON staan kinderen en jongeren centraal. Tijdens deze week lanceert SON samen met ‘Artsen voor kinderen’ de Cyberpoli voor jonge schildklierpatiënten. De Agenda laat zien wat er zoal te doen is.

Overzicht onderwerpen Week van de Schildklier in vorige jaren



Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.


Translate / Vertaal