vrijdag 26 februari 2016

Wat te doen bij een erfelijk schildklierprobleem

Wat moeten artsen doen als zij vermoeden dat een patiënt een erfelijk schildklierprobleem heeft? Het antwoord op die vraag is onlangs uitgezocht door onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Het resultaat verscheen deze maand in The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism (JCEM).

Wat te doen bij een erfelijk schildklierprobleem
LUMC, nieuwsbericht

IGSF1 deficiency: lessons from an extensive case series and recommendations for clinical management
SD Joustra et al

Zij hebben een draaiboek opgesteld, waarin onder meer staat hoe men patiënten met een erfelijk schildklierprobleem herkent. Het gaat om een specifieke aandoening, waarbij een klier onder de hersenen – die hormonen produceert - minder goed functioneert door een fout in het erfelijk materiaal (het zogenoemde IGSF1-gen). “Deze hormoonklier, de hypofyse, stuurt andere klieren zoals de schildklier aan”, legt LUMC-onderzoeker Sjoerd Joustra van de afdeling Endocrinologie uit. De schildklier stimuleert de stofwisseling en groei. “Bij deze aandoening krijgt de schildklier niet de juiste opdrachten.” Daardoor kunnen volwassen kampen met vermoeidheid en het snel koud hebben. Kinderen kunnen onder meer slecht groeien en hun hersenontwikkeling kan verstoord raken.

“We kwamen deze aandoening in 2012 op het spoor”, vervolgt hij. Met collega’s van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam kwamen steeds meer families in beeld, waarbij dit schildklierprobleem voorkwam. “Daardoor vermoedden we dat de aandoening erfelijk was.”

Het erfelijk materiaal van die families is toen onderzocht. Het resultaat: de aandoening is inderdaad te wijten aan een genetische afwijking. “Dat nieuws was echt het missende puzzelstukje”, zegt Joustra, die vervolgens is begonnen aan een vervolgonderzoek met LUMC-collega’s. “Ik heb zoveel mogelijk mensen met dit syndroom opgespoord.” In drie jaar tijd zijn 87 volwassen en 38 kinderen onderzocht.

Op basis van deze gegevens stelden Joustra en zijn collega’s het draaiboek voor artsen op. “Het is een leidraad voor medici. Er staat in wanneer je moet overwegen een patiënt te laten testen op deze genetische afwijking, welke symptomen deze patiënten kunnen hebben en hoe je deze kunt behandelen.”

De aandoening de wereld uit helpen, is op dit moment niet aan de orde. “Aan het genetisch defect is niets te doen, maar we kunnen wel gericht de symptomen bestrijden.” Joustra gaat de komende tijd verder met vervolgonderzoek. Hij wil onder meer kijken waarom deze genetische afwijking al deze symptomen veroorzaakt.

woensdag 24 februari 2016

Treatment of severe thyroid function disorders and changes in body composition

Hyper- and hypothyroidism are accompanied by altered metabolic rate, thermogenesis, and body weight. The aim of this study was to estimate the relation between treatment-induced changes in thyroid function, and the accompanying body composition in patients with either severe hypo- or hyperthyroidism.

Treatment of severe thyroid function disorders and changes in body composition
M Ruchała, A Stangierski, T Krauze, J Moczko, P Guzik

Dik of dun door je schildklier
Schildkliertje

Wat is precies de reden dat je aankomt?
Schildklierforum

Body composition analysis and hormonal assessment were measured at the initial diagnosis of thyroid disorder, after 3-month treatment and finally after complete recovery from hyperthyroidism (n=18) or hypothyroidism (n=27). Nonparametric Spearman correlation was used to analyze the relation between thyroid hormones and body composition as well as their respective changes.

Results

The applied treatment significantly reduced total body weight, with a simultaneous loss in muscle, water and fat mass in hypothyroid patients, whereas in hyperthyroid patients it caused a weight gain, mainly due to an increase in fat mass. Total body weight and fat mass were significantly correlated with thyroid hormones’ concentrations in all patients. Changes of fat, water or muscle masses were strongly correlated with the changes in patients’ hormonal status.

Conclusions

Body composition is related to the concentration of thyroid hormones in thyroid dysfunction. Treatment-induced changes in thyroid hormones concentrations are correlated with the magnitude of the change of body weight, including muscle, water and fat amount.

donderdag 18 februari 2016

Een gewaarschuwd mens telt voor twee!




Waarom?

Een schildklieraandoening is een serieuze aandoening. Bij hypothyreoïdie kun je niet zomaar je levothyroxine laten staan. Zonder schildklierhormoon ga je dood. 1

Alleen Thyrax?

In het artikel wordt gesuggereerd dat er alleen Thyrax wordt geslikt. Dat is niet waar. In totaal zijn er in Nederland tussen de 450.000 en 500.000 gebruikers van levothyroxine. Thyrax heeft (nog) wel een groot marktaandeel. 2 3

Wat heeft Aspen wel/niet gedaan?

Wat er precies gebeurd is en wie verantwoordelijk is, daar is het laatste woord nog niet over gezegd. 4


Meer informatie

  1. Wat is hypothyreoïdie?
  2. Was jij in 2014 ook een van de 452.240 gebruikers van levothyroxine?
  3. ‘Ophef over bijwerkingen Thyrax laat markt onberoerd’
  4. Van alles over Aspen en Thyrax

donderdag 11 februari 2016

Foetal programming by maternal thyroid disease

Foetal programming is an emerging concept that links a wide range of exposures during foetal life to later development of disease. Thyroid disorders are common in women of reproductive age, and careful management of pregnant women suffering from thyroid disease is important considering the crucial role of thyroid hormones during early brain development.

Foetal programming by maternal thyroid disease
Stine Linding Anderson, Jorn Olsen, Peter Laurberg

It is possible that maternal thyroid dysfunction in pregnancy may lead to structural and/or functional changes during foetal brain development. Such an effect could later predispose the offspring to an increased risk of neurologic or psychiatric disease. We recently observed that children born to mothers with thyroid dysfunction had an increased risk of developing seizure disorders, autism spectrum disorders, attention-deficit hyperactivity disorders and psychiatric disease in adolescence and young adulthood. In the review, we discuss the concept of potential foetal programming by maternal thyroid disease.

Introduction

Thyroid hormones are essential developmental factors. In 1912, Gudernatsch showed that the feeding of tadpoles with small pieces of the thyroid gland triggered the transition into frogs. This finding suggested that amphibian metamorphosis (postembryonic transition) was controlled by a substance from the thyroid gland.

In humans, thyroid hormones play a crucial role especially during brain development in foetal and early postnatal life. The role of thyroid hormones in early brain development is well-established from the irreversible developmental consequences in children with untreated congenital hypothyroidism, but also many other developmental disturbances in brain structure and function may occur. The foetus is able to synthesize thyroid hormones from the second trimester, but maternal thyroid hormones play an important role in foetal brain development both before and after the onset of foetal thyroid hormone production.

We recently observed that children born to mothers with thyroid dysfunction had an increased risk of neurologic and psychiatric diseases later in life. Thus, it can be speculated whether maternal thyroid dysfunction during a pregnancy may affect foetal brain development in a way that programs the foetus to later development of disease. Neurodevelopmental disorders are disorders of brain function caused by impaired development of the brain. The group includes specific defects such as impairments in language, vision and hearing, and a neurodevelopmental origin has also been proposed for a number of neurobehavioural disorders including seizure disorders, autism spectrum disorders (ASD), attention-deficit hyperactivity disorder (ADHD), psychotic disorders and anxiety disorders.

In this review, we discuss the concept of foetal programming in relation to maternal thyroid disease focusing on the role of thyroid hormones in early brain development and the risk of various neurobehavioural disorders in the offspring later in life. There may be important associations between maternal thyroid dysfunction and neurocognitive outcomes including child IQ. However, this is not the topic of this review.

Conclusion

Thyroid hormones are crucial regulators of early brain development. Maternal thyroid dysfunction in pregnancy may program the foetus to later development of disease via structural and/or functional changes during early brain development. Further studies are needed to expand the hypothesis of foetal programming by maternal thyroid disease. For the spectrum of neurobehavioural disorders in the offspring, all studies have been observational in design and prospective intervention studies are needed similar to the ongoing studies on neurocognitive outcomes.

maandag 8 februari 2016

Behandelopties als de ziekte van Graves terugkomt

Een behandeling met een lage dosis schildklierremmers voor langere tijd kan een alternatief zijn als de ziekte van Graves (GD) terugkomt na een eerste behandeling met MMI (schildklierremmers).

Outcomes in relapsed Graves’ disease patients following radioiodine or prolonged low dose of methimazole treatment
Danilo Villagelin, João H. Romaldini, Roberto B. Santos, Ana B.B.P. Milkos, Laura S. Ward
Thyroid. Vol 25 (12), 2015 [Epub ahead of print]

Comparison of treatment options for recurrent Graves’ disease
Whitney Woodmansee MD

Mijn behandeling, mijn keus: wat moet ik weten?
Sarah Chapman / September 25, 2015 / Evidently Cochrane

Met dit onderzoek zijn 238 patiënten met de ziekte van Graves gevolgd. Bij deze patiënten was de hyperthyreoïdie teruggekomen na het staken van de behandeling met MMI (schildklierremmer). Behandeling met radioactief jodium (RAI) en levothyroxine werd gebruikt bij 114 patiënten. Een lage dosis strumazol (MMI; 2,5-7 mg / dag) werd gebruikt bij 124 patiënten.

Geëvalueerd werden schildklierdisfunctie, Graves oftalmopatie (GO), de kwaliteit van leven (KvL) en het lichaamsgewicht tijdens de follow-up.

Resultaten

De gemiddelde follow-up was 80,8 ± 35,3 maanden voor de RAI-groep, en 71,3 ± 40,3 maanden voor de lage dosis MMI-groep. Geen noemenswaardige bijwerkingen werden waargenomen in beide groepen.

  • Schildklierdisfunctie was overheersend in de RAI-groep en euthyreoïdie kwam vaker voor in de MMI-groep.
  • Achteruitgang van Graves oftalmopatie (GO) is vooral geëvalueerd met de klinische activiteit score (CAS), die hoger was in de RAI-groep over alle periodes van de follow-up. Analyse toonde aan dat met RAI-behandeling geen verbetering optrad in CAS tijdens de follow-up.
  • De beoordeling van de kwaliteit van leven met behulp van de Short Form Health Survey van 36 parameters in stabiele euthyroid patiënten (minstens zes maanden) was vergelijkbaar in beide groepen.
  • De patiënten uit de groep RAI-behandeling kwamen aan in gewicht, vooral na 24 maanden follow-up.

Conclusies

Het gebruik van lage doses MMI is efficiënt en veilig, en biedt betere resultaten voor GO dan RAI-behandeling. Langdurige lage doses van MMI kan een alternatief zijn voor recidiverend GD-patiënten, in het bijzonder voor GO-patiënten of voor patiënten die geen definitieve behandeling  willen.





maandag 1 februari 2016

Alertheid geboden bij omzetting levothyroxine

Thyrax Duotab (levothyroxine) 0,025 mg is vanaf februari niet leverbaar waardoor schildklierpatiënten massaal moeten substitueren. Uit een toenemend aantal meldingen bij het Nederlands Bijwerkingencentrum Lareb blijkt dat bij substitutie tussen verschillende levothyroxinebevattende producten extra waakzaamheid geboden is.

Dat is te lezen op de website van het Pharmaceutisch Weekblad in de inleiding van een belangrijk artikel over de substitutie van levothyroxine.

Alertheid geboden bij omzetten levothyroxine
Jan Span, Michel Kooijman, Florence van Hunsel en Doerine Postma

Levothyroxine is een geneesmiddel met een smal therapeutisch venster waarvan de dosering per patiënt moet worden vastgesteld. Dit gebeurt in eerste instantie op laboratoriumwaarden (tsh en fT4). Een verdere finetuning gebeurt op basis van de klachten van de patiënt. Omdat de blootstelling op patiëntniveau kritisch is, moet bij alle omzettingen van schildkliermedicatie rekening worden gehouden met de mogelijke problemen met betrekking tot over- en onderdosering.

Omdat geen bio-equivalentie tussen de 
referentiegeneesmiddelen van levothyroxine is aangetoond, 
zouden deze niet uitgewisseld mogen worden.

Generieke substitutie is op basis van de vereisten bij registratie in theorie mogelijk, maar doordat er meerdere referentiegeneesmiddelen (= het originele of innovatorproduct) zijn, geldt voor levothyroxine-bevattende producten de algemene aanbeveling dat zowel generieke substitutie als substitutie tussen de referentiegeneesmiddelen moet worden afgeraden.

Generieken worden als bio-equivalent beschouwd
als het 90%-betrouwbaarheidsinterval
van de auc-ratio (area under the curve)
en de Cmax (maximale serumconcentratie) ligt
binnen 80-125% van het referentieproduct.
Voor middelen met een smal therapeutisch
venster geldt dat het 90%-betrouwbaarheidsinterval
van de auc-ratio en de Cmax (indien
van belang) binnen 90-111,11% moeten
liggen.

Bij levothyroxine bestaat bij substitutie risico op veranderde werking. Omdat geen bio-equivalentie tussen de referentiegeneesmiddelen van levothyroxine is aangetoond, zouden deze niet uitgewisseld mogen worden. Ook de uitwisseling met generieke producten van Euthyrox wordt belemmerd, doordat in de samenvatting van productkenmerken (SmPC) van de verschillende generieken niet wordt genoemd waarmee equivalentie is aangetoond.

Voor substitutie bij deze producten zonder klinische controle is de enige mogelijkheid substitutie met een parallelproduct van het desbetreffende referentiemiddel (ter herkennen aan het parallelteken “//” in het RVG-nummer).

Voorwaarde voor substitutie is
dat effectiviteit en veiligheid van de te substitueren
middelen gelijkwaardig zijn, aangetoond
met bio-equivalentieonderzoek.

In een aantal SmPC’s en in het substitutiebeleid van de KNMP wordt aangegeven dat levothyroxine-bevattende producten niet uitwisselbaar zijn. Ook bij geneesmiddelentekorten wordt gewezen op alertheid bij omzetting. De meldingen bij Lareb onderschrijven dat bij substitutie tussen verschillende merken bij goed ingestelde patiënten extra waakzaamheid geboden is.

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.


Translate / Vertaal