vrijdag 21 december 2012

Als je schildklier te veel hormoon maakt

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel schildklierhormoon. De oorzaken verschillen. Hyperthyreoïdie wordt behandeld met:

Het is belangrijk dat je arts goede uitleg geeft over de behandelingen. De bedoeling is dat je daarna samen met de arts en afhankelijk van de oorzaak van de hyperthyreoïdie kan kiezen voor een behandeling. Voor- en nadelen van de behandelingen zijn een grote kans op terugkomst van hyperthyreoïdie bij schildklierremmers, grote kans op hypothyreoïdie bij radioactief jodium en operatie, en risico’s bij een operatie.

Let op: in de praktijk maakt de arts vaak een keus zonder overleg met jou

Klachten

Veel klachten zijn niet typisch voor een schildklieraandoening. Ze komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten. Als meer klachten aanwezig zijn, is er wellicht sprake van een schildklieraandoening. Het is dan aan te raden een bloedonderzoek te laten doen. Alleen een bloedonderzoek geeft aan of de schildklier zorgt voor deze klachten.

Schildklierremmers

Zoals het woord zegt: schildklierremmers remmen de schildklier. Ze zorgen dat de schildklier minder tot geen schildklierhormoon maakt. Meestal schrijft de arts thiamazol of methimazol (= Strumazol®) voor. De arts kan ook carbimazol (Basolest®) of propylthiouracil (PTU) voorschrijven.

  • Bij de ziekte van Graves kun je kiezen voor de block en replace-therapie. Je slikt in dat geval een (hoge dosis) schildklierremmer + levothyroxine.
  • Ook kun je kiezen voor de titratietherapie. In dat geval slik je alleen een (lage dosis) schildklierremmer.


Radioactief jodium en operatie

Wanneer je kiest voor radioactief jodium (= slok) of een operatie, begint de behandeling van hyperthyreoïdie ook vaak met schildklierremmers. Van belang is hoe ziek je bent en of je de oogziekte van Graves hebt. Het voorkomt complicaties bij de slok of operatie. Ook bij een andere oorzaak van hyperthyreoïdie begint de behandeling vaak met schildklierremmers. In afwachting van een slok (meestal) of een operatie (soms). Of heel zelden totdat andere medicijnen werken, zoals bij secundaire hyperthyreoïdie.

Lees ook:



© Quynh-Nhi Tran. Alleen voor educatief gebruik

maandag 17 december 2012

Overzicht leveringsproblemen Thyrax

In februari 2012 werden de eerste problemen gemeld rond de levering van Thyrax. Dat gebeurde door patiënten op het Hypoforum en door de KNMP op de site Farmanco. Pas op 26 oktober 2012 kwam eindelijk het bericht dat Thyrax weer voldoende beschikbaar was.

Verpakkingsmachine, grondstoffen of technische storingen?

In eerste instantie vertelde MSD dat de problemen kwamen door een kapotte verpakkingsmachine. Later veranderde dat in een tekort aan grondstoffen. Dat schreef MSD aan Farmanco. MSD schreef dat ook aan Schildkliertje in een brief: de problemen kwamen door een tekort aan grondstoffen. Schildklierorganisaties Nederland (SON) besteedde pas in augustus aandacht aan de leveringsproblemen met een oproep. In september volgde het bericht dat tien mensen hadden gereageerd en dat het enkele technische storingen betrof.

Euthyrox

Door de perikelen met Thyrax (100 en 25 mcg) was Euthyrox 112 ook tijdelijk minder beschikbaar. Dat tekort kon opgevangen worden met andere sterktes van Euthyrox, zoals Euthyrox 88 + 25 of Euthyrox 100 + 25.

Ongerust

In combinatie met dit artikel in de NRC van 29 september 2012 dat steeds minder medicijnen op voorraad zijn bij de apotheek, maken mensen zich zorgen. Wat is er nu werkelijk aan de hand en hoe ziet de toekomst eruit?

Preferente middelen

Weliswaar verwijst de NRC naar de blijvende problemen rond de levering van preferente middelen (zie de website van de SFK) en valt levothyroxine daar niet onder volgens de KNMP. In de praktijk lijkt het er veel op dat levothyroxine wel als zodanig wordt behandeld.

Schildklierpatiënten meldden immers dat zij door de leveringsproblemen met Thyrax een ander merk of merkloos levothyroxine kregen van de apotheek; een middel dat toevallig 'op de plank ligt'.

Een dergelijke verandering van substitutie kan zorgen voor ongewenste effecten, zoals typische symptomen van overdosering (hartkloppingen, gewichtsverlies, slecht slapen, nervositeit en vermoeidheid) of typische symptomen van onderdosering (droge huid, obstipatie, gewichtstoename, vermoeidheid, haarverlies en onregelmatige menstruatie). Wat kan leiden tot ernstige effecten met onverwacht ziekenhuisbezoek of werkverzuim.

Initiatieven

Enkele verontruste patiënten hebben een brief aan het ministerie van VWS geplaatst op Facebook. Andere schildklierpatiënten hebben een brief naar de woordvoerders Volksgezondheid in de Tweede Kamer gestuurd. In reactie hierop liet SON in het decembernummer van Schild weten te kiezen voor een diplomatieke oplossing met apothekers en artsen. Dat was de enige keer in 2012 dat SON aandacht besteedde aan dit onderwerp in Schild.

Lees ook



vrijdag 14 december 2012

Empowerment en schildklier

Belangrijk is dat je als schildklierpatiënt leert wat de schildklier doet, wat je zelf kunt doen en wat een schildklieraandoening betekent. Kennis maakt je weerbaar en je wordt een gelijkwaardiger gesprekspartner van je arts. Het kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. In het Engels noem je dat: empowerment. (Helaas is er geen mooie vertaling ...)

Amerikaanse websites besteden er veel aandacht aan. Mogelijk dat je aan de aanpak en stijl moet wennen. Maar het neemt niet weg dat je er veel van kunt leren. Informatie is er van makkelijker tot moeilijker. Je kunt uitzoeken wat voor jou belangrijk is. En dat kun je downloaden en printen.

Op deze site is eerder al aandacht besteed aan de aanpak van de American Thyroid Association (ATA). Nu wil ik je wat laten zien van de AACE met hun website Empower your health - about your thyroid. En dan met name enkele magazines die je online kunt lezen.

  • Magazine met aandacht voor schildklier en zwangerschap, schildklier en supplementen om af te vallen en problemen met hypofyse
  • Magazine met aandacht voor schildklier, gewicht (aankomen en afvallen) en wisselwerkingen tussen levothyroxine en andere medicijnen en voeding(ssupplementen)
  • Magazine met aandacht voor vitamine D, schildkliernodussen en wisselwerkingen tussen levothyroxine en andere medicijnen en voedingsmiddelen
  • Magazine met aandacht voor diabetes, de schildklier en de ziekte van Addison (te weinig bijnierhormoon)





donderdag 13 december 2012

Preferentiebeleid ongewenst bij medicijnen schildklier

Geneesmiddelsubstitutie wordt gezien als middel om kosten te besparen in de gezondheidszorg. Generieke substitutie is het onderling vervangen van geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof, dezelfde sterkte en dezelfde farmaceutische vorm. Meestal gaat het om het vervangen van het merkproduct of spécialité door een generiek of parallel-geïmporteerd product. De handleiding van de KNMP gaat over generieke substitutie.


In de apotheek hoort bij generieke substitutie het belangrijkste uitgangspunt te zijn dat de effectiviteit en veiligheid van de middelen gelijkwaardig zijn. Toch kunnen er bepaalde geneesmiddelen of situaties zijn waarin bij voorkeur geen enkel risico wordt genomen. Dat geldt onder andere voor levothyroxine.

Aandacht voor schildklierhormoon

Stoffen waarbij bij voorkeur geen risico wordt genomen

Stoffen waarbij bij voorkeur geen risico wordt genomen uit oogpunt van veiligheid en effectiviteit, zijn stoffen met een smalle therapeutische breedte en stoffen met een niet-lineaire kinetiek.

Stoffen met smalle therapeutische breedte

Voor middelen met een smalle therapeutische breedte gelden strengere eisen betreffende de bio-equivalentie dan voor andere middelen. De betekenis hiervan voor de uitwisselbaarheid is niet bekend.

maandag 10 december 2012

Schildklier en hart - hoger overlijdensrisico bij lagere TSH-waarde

Hoe lager de TSH-waarde, hoe hoger de kans op atriumfibrilleren. Het risico op atriumfibrilleren blijkt echter ook verhoogd bij een subklinische hyperthyreoïdie, aldus een Deense cohortstudie door Christian Selmer e.a.

Eind november is de Deense studie gepubliceerd.

Vaker atriumfibrilleren bij lager TSH
Sophie Broersen

The spectrum of thyroid disease and risk of new onset atrial fibrillation: a large population cohort study
Christian Selmer e.a

Sterfte bij subklinische hyperthyreoïdie
Lily Kessel



vrijdag 7 december 2012

Wanneer slik jij je schildklierhormoon?

Waar voel jij je ’t prettigst bij? Wat past het beste in jouw leven? En op welke manier vergeet jij je schildklierhormoon niet? Is dat als je je levothyroxine kort voor het ontbijt slikt? Of is dat als er meer dan 30 minuten tussen slikken of ontbijt zit? Of slik jij je pilletje middenin de nacht? Of komt het jou het beste uit als je je pilletje slikt voordat je naar bed gaat?

Uit onderzoek blijkt dat veel mogelijk is. Advies is wel: kort voor het ontbijt, ’s ochtends of ’s avonds, of middenin de nacht, doe het consequent. Neem je levothyroxine in op een nuchtere maag. Zorg voor voldoende tijd tussen de inname van levothyroxine en andere geneesmiddelen. Een groter gebruikersgemak zorgt dat je minder snel een pilletje vergeet.

Lees ook





donderdag 6 december 2012

ThyroWorld Newsletter

Een keer per jaar verschijnt ThyroWorld, het blad van Thyroid Federation International. Bij de TFI zijn allerlei schildklierorganisaties aangesloten. (SON is ook lid.) Lees in ThyroWorld onder meer over het TRUST-project (pagina 13), over kwaliteitscriteria schildklierzorg (pagina 14 en 15) en over problemen rond de samenstelling en levering van Eltroxin (pagina 18 en 19). Meer daarover is hieronder te lezen.

ThyroWorld Newsletter
uitgave 2012

TRUST-project

TRUST is een onderzoeksproject onder ouderen met een licht verminderde schildklierwerking gehouden door vijf Europese universiteiten. Het onderzoek heet voluit: Thyroid Hormone Replacement for Subclinical Hypo-Thyroidism Trial (TRUST). Het is onbekend of het nuttig is om ouderen met een licht verminderde schildklierwerking te behandelen met schildklierhormoon. Bekend is dat een licht verminderde schildklierwerking een iets hogere kans hebben op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten. Uit eerder kleinschalig onderzoek blijkt dat het behandelen met schildklierhormoon mogelijk positieve effecten heeft op hart- en bloedvaten bij ouderen met een licht verminderde schildklierwerking. Anderzijds heeft het slikken van schildklierhormoon mogelijk ook nadelen. Zowel de voor- als nadelen zijn nooit onomstotelijk bewezen.

Kwaliteitscritera schildklierzorg vanuit patiëntenperspectief

In het boekje Kwaliteitscriteria schildklierzorg vanuit patiëntenperspectief heeft het Ondersteuningsburo (HOB) het ‘goud’ verwerkt uit het samenwerkingsproject ‘Goud in handen; ervaringskennis effectief inzetten’ van Schildklierstichting Nederland en de Nederlandse Vereniging van Graves Patiënten. Met het ‘goud’ wordt de ervaringskennis van patiënten bedoeld. In 11 gespreksgroepen deelden 61 deelnemers hun ervaringen met de onderzoekers en met elkaar. (Naar schatting zijn er 500.000 patiënten.)

Uit het ‘goud’ blijkt dat niet elke patiënt behandeld wordt volgens de geldende behandelrichtlijnen (huisartsen 2006, internisten 2007 en schildklierkanker 2005).

In het boekje met kwaliteitscriteria en in het rapport Goud in Handen wordt echter geen enkele keer verwezen naar de richtlijnen waaraan patiënten hebben bijgedragen namens de patiëntenorganisaties (CRoSS). Een dergelijke verwijzing was welkom geweest omdat in die richtlijnen de (evidence-based) aanbevelingen en aanwijzingen staan voor een goede behandeling.

Uit ervaringsverhalen (1, 2 en 3) blijkt dat die aanbevelingen en aanwijzingen zeker niet algemeen bekend zijn bij artsen, bij patiënten(organisaties) en bij het HOB.

Het rapport is ondanks de medewerking van patiënten en overheidssubsidie niet online in te zien.

Eltroxin

Al langer zijn er wereldwijd problemen met de levering en/of samenstelling van levothyroxine. Een paar jaar terug veranderde de fabrikant van Eltroxin de samenstelling van dit middel en de breuklijn werd verwijderd. Patiënten in Nieuw-Zeeland wisten van niets en kregen klachten.

Dit bericht geeft een vraag en antwoord over leveringsproblemen van Eltroxin in Ierland. De Irish Times schrijft ook over die leveringsproblemen. Ook de British Thyroid Foundation meldt geregeld problemen met Eltroxin op haar website. In ThyroWorld gaat het over de problemen in Israël met Eltroxin.




woensdag 5 december 2012

TRUST: onderzoek naar behandeling met levothyroxine bij ouderen

TRUST is een onderzoeksproject onder ouderen met een licht verminderde schildklierwerking gehouden door vijf Europese universiteiten. Het onderzoek heet voluit:

Thyroid Hormone Replacement for Subclinical Hypo-Thyroidism Trial (TRUST)

Schildklierhormoon heeft verschillende belangrijke functies in het lichaam, bijvoorbeeld het ondersteunen van de functie van hart- en bloedvaten, spieren en hersenen en stofwisseling. Wanneer er een duidelijk tekort aan schildklierhormoon is, kan dit de werking van het lichaam belemmeren. Bij een duidelijk tekort aan schildklierhormoon bestaat er geen twijfel over dat er behandeld moet worden met schildklierhormoon.

Bij een licht verminderde schildklierwerking is de schildklierhormoonspiegel binnen de normale waarden, maar zijn er in het bloed tekenen dat het lichaam de schildklier harder wil laten werken. Dit wordt meestal bij toeval ontdekt. De afwijkende bloedwaarde komt veel voor bij ouderen: van de mensen boven de 65 jaar heeft 1 op de 6 mogelijk een licht verminderde schildklierwerking.

Het is onbekend of het nuttig is om ouderen met een licht verminderde schildklierwerking te behandelen met schildklierhormoon. We weten dat het hebben van licht verminderde schildklierwerking een iets hogere kans hebben op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten. Uit eerder kleinschalig onderzoek blijkt dat het behandelen met schildklierhormoon mogelijk positieve effecten heeft op hart- en bloedvaten bij ouderen met een licht verminderde schildklierwerking. Anderzijds heeft het slikken van schildklierhormoon mogelijk ook nadelen. Zowel de voor- als nadelen zijn nooit onomstotelijk bewezen.

Het doel van het TRUST onderzoek is om te onderzoeken wat de voor- en nadelen zijn van behandeling van schildklierhormoon bij ouderen met licht verminderde schildklierwerking. Het onderzoek is specifiek gericht op het voorkómen van hart- en vaatziekten, én het verbeteren van kwaliteit van leven (bijvoorbeeld door verminderen van vermoeidheidsklachten), spierkracht en denkvermogen.

In totaal zullen 3000 personen aan de TRUST-studie meedoen in Nederland, Schotland, Ierland en Zwitserland. In Nederland zullen 750 personen meedoen.

zondag 2 december 2012

Over schildklier en meten is weten

De schildklier maakt hormonen die belangrijk zijn bij de stofwisseling van alle weefsels in het lichaam. Bij volwassenen beïnvloedt de stofwisseling zaken als gewicht, concentratie, hartritme, energie en geestelijke stabiliteit. Bij kinderen heeft de stofwisseling invloed op de geestelijke ontwikkeling en groei.

Voldoende schildklierhormoon - dus niet te veel en niet te weinig - is ook heel belangrijk voor de vruchtbaarheid van mannen en vrouwen en tijdens de zwangerschap.


Lang niet iedereen heeft alle klachten. Veel klachten zijn aspecifiek en komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het voor de arts moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten. Als meer van de genoemde klachten aanwezig zijn, is er wellicht sprake van een schildklieraandoening. Het is dan aan te raden een bloedonderzoek te laten doen. Dat onderzoek geeft het beste aan of de schildklier de oorzaak is van deze verschijnselen.

Ook bij de behandeling van schildklieraandoeningen kan bloedonderzoek meer vertellen over klachten en symptomen.

Meten en weten




donderdag 29 november 2012

Oogziekte van Graves in perspectief

Ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan heeft de Nederlandse Vereniging van Graves Patiënten (NVGP) een speciale brochure uitgegeven. Met teksten uit voorgaande Graves Bulletins die allerlei aspecten van de oogziekte behandelen.



Inhoud

Informatiebijeenkomsten Amphia, Breda
Symposium over Graves orbithopathy
Consensusverklaring Eugogo
De Belgische aanpak van de oogziekte van Graves
Kwaliteit van zorg bij patiënten met de oogziekte van Graves
Beoordelingscriteria oogbewegingen en uitkomst therapie oogziekte
Hulpmiddelen bij Graves orbitopathie
Metingen van het volume van oogkas, oogkasvet en oogspieren
Productie orbitale fibroblasten onder invloed van PDGF-BB
Onderzoek afweersysteem van ziekte van Graves
Kweken van orbitale weefstels als potentiële geneesmiddelen
Combispreekuren ziekenhuizen

Bestellen

Je kunt de brochure bestellen bij SON voor 2 euro.

Lees ook

Informatie over de oogziekte.









maandag 26 november 2012

Over schildklier, spieren en sport ...

Een schildklieraandoening kan voor beperkingen zorgen bij het beoefenen van sport. Reden genoeg om stil te staan bij aandoeningen van de schildklier, het klachtenpatroon en de relatie met sporten.

Aandoeningen van de schildklier kunnen verschillende klachten geven. Een aantal van deze klachten kunnen invloed hebben op het beoefenen van sport, zoals spierklachten, een veranderde hartslag en een verminderd inspanningsvermogen. Hierdoor moeten veel schildklierpatiënten (tijdelijk) minderen of stoppen met sporten. Na een goede instelling op medicatie is beweging vaak weer mogelijk.

Opmerking Schildkliertje

In de hieronder genoemde Nederlandse artikelen (1,2,3,4) en in het Nederlandse onderzoek (5) wordt een verschil verondersteld tussen spiervezels bij de diagnose en na behandeling van hypo- of hyperthyreoïdie. Hyperthyreoïdie zou minder ingrijpend zijn door een kortere ziekteduur en een snellere instelling op medicatie (= schildklierremmers). Schildkliertje meent dat de behandeling van hyperthyreoïdie hiermee onderschat wordt. (6) Bij veel patiënten met hyperthyreoïdie is die behandeling met schildklierremmers immers tijdelijk en onvoldoende. Daarna volgt een definitieve behandeling waarna bij de patiënt sprake kan zijn van hypothyreoïdie met dezelfde behandeling met schildklierhormoon en dezelfde spierklachten. (7,8).

Muscle symptoms like myalgia, muscle weakness, stiffness, cramps and easy fatiguability are very prevalent in hypothyroid patients. [...] The symptoms are also prominent during the rapid onset of hypothyroidism after surgery or 131I therapy.

Tussen (behandelde) hypothyreoïdiepatiënten bestaan onderling wel degelijk verschillen, zo is bijvoorbeeld de duur en de diepte van de aandoening van invloed op de mate waarin een spier verandert, ook heeft maar een bepaald deel van de schildklierpatiënten spierklachten. Of hier de oorspronkelijke aandoening een rol speelt? Daar is geen onderzoek over te vinden. Allicht is literatuur welkom!

Ervaringsverhalen

Mogelijk wil je graag de ervaringen lezen van anderen? Lees de tips van Anna Roos. Zij heeft hypothyroïdie. Haar restklachten vormden de aanleiding om onderzoek te doen naar de effecten van bewegen. (9) Marcel heeft de ziekte van Graves gehad. Hij fietst graag en loopt elk jaar de Vierdaagse. (10)

Als je meer wilt lezen over schildklier, spieren en sport ...

  1. Schildklieraandoeningen en sport
    N Kruijs
  2. Klachten bij sport en inspanning
    N Kruijs en JC IJzerman
  3. Hypothyreoïdie en bewegingsintolerantie: een casusbeschrijving
    J Lankhaar, J IJzerman, P Zelissen, F Backx
  4. Fysieke fitheid van patiënten met behandelde hypothyreoïdie; sportdeelname en effecten van een trainingsprogramma op beweegklachten
    J Lankhaar, W de Vries, P Zelissen, H Wittink, F Backx
  5. Neuromuscular findings in thyroid dysfunction: a prospective clinical and electrodiagnostic study
    RF Duyff, Joan Van den Bosch, DM Laman, B-J Potter van Loon, WHJP Linssen
  6. Sporten met hyperthyreoïdie ... wees voorzichtig!
  7. Adult hypothyroidism - Muscoskeletal system
    Thyroid Manager
  8. Graves’ disease and the manifestations of thyrotoxicosis - Muscles
    Thyroid Manager
  9. Bewegen is goed voor je ... met tips en ervaringen
  10. Meten is weten





donderdag 22 november 2012

Verkrijgbaarheid medicijnen schildklier: niet vanzelfsprekend

Thyrax, PTU, Thyrogen en Thyreoidum (schildklierpoeder)

Vier middelen die ingezet worden bij de behandeling van schildklieraandoeningen, staan op de site van Farmanco. Dat is omdat er leveringsproblemen waren of zijn. Het gaat om Thyrax, Propylthiouracil (PTU), Thyrogen en Thyreoidum.

Bijzonderheden

  • Het beschikbaarheidsprobleem met Thyrax is opgelost.
  • Thyrogen is weer voldoende beschikbaar.
  • Update PTU d.d. 5 maart 2013: PTU kan weer uitgeleverd worden.

Lees ook





dinsdag 20 november 2012

Met stamcellen een nieuwe schildklier kweken

Bron: Kennislink.nl

De schildklier doet mee. Belgische wetenschappers hebben het orgaan toegevoegd aan het rijtje weefsels dat uit embryonale stamcellen gekweekt kan worden. Hiermee hopen ze de weg te bereiden voor de behandeling van congenitale hypothyreoïdie met stamceltherapie.

Stamcel

Met embryonale stamcellen – cellen uit een jong embryo die in theorie nog tot ieder type lichaamscel kunnen uitgroeien – kan je in het lab weefsels bouwen. Door aan embryonale stamcellen in een kweekbakje de juiste combinatie eiwitten toe te voegen, kunnen wetenschappers de cellen sturen uit te groeien tot een specifiek weefsel of orgaan. Zo lukte het vorig jaar bijvoorbeeld al met embryonale stamcellen van muizen een adenohypofyse – een erg ingewikkeld orgaantje in de hersenen – aan te leggen.

Science Daily
Generation of functional thyroid tissue from stem cells

Belgische onderzoekers van de Universiteit van Brussel, onder leiding van Sabine Costagliola, en hun Amerikaanse collega’s boekten onlangs weer een succes. Zij hebben embryonale stamcellen van muizen nu weten te sturen tot de vorming van een schildklier. Dit weefsel kon bovendien muizen met een niet-werkende schildklier beter maken, schreven ze in het tijdschrift Nature.

Autoimmuun schildklierziekten

Of een dergelijke schildklier ook mensen kan helpen met de ziekte van Hashimoto of de ziekte van Graves is nog wel de vraag. Deze mensen hebben namelijk antistoffen tegen de schildklier. Daar is (nog) geen behandeling voor.



donderdag 15 november 2012

Rechten en plichten van arts en patiënt

Hoe kunnen schildklierpatiënten zich misschien prettiger voelen? Wat kan er beter in het contact tussen arts en patiënt? Hoe is het een en ander nu geregeld? Wat is er mogelijk? Wat vertellen arts en patiënt elkaar? Welke rechten en plichten hebben zij? Allemaal vragen en hopelijk vind je hier een antwoord.

Aan de orde komen: wat vertellen de arts en de patiënt elkaar, vier leestips, het consult en de second opinion.

Rechten en plichten van arts en patiënt

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) geldt voor iedereen die met medische zorg te maken heeft. Als een arts jou behandelt, heb je automatisch een afspraak over de geneeskundige behandeling met hem of haar. In de WGBO staan de rechten en plichten die horen bij zo'n afspraak. De rechten en plichten gelden voor de arts en de patiënt. Hieronder lees je enkele rechten en plichten.

Wat vertellen arts en patiënt elkaar over een medische behandeling?

Je hebt recht op alle informatie die nodig is om een beslissing te nemen over een medische behandeling. De arts vertelt jou in heldere taal wat er aan de hand is. Je kunt doorvragen als de arts dingen zegt die je niet begrijpt. Daarnaast vertel je wat jouw klachten zijn.

Jouw arts vertelt je

  • wat je mankeert (de diagnose)
  • hoe de behandeling verloopt
  • of nader onderzoek nodig is
  • wanneer en hoe je die uitslag te horen krijgt
  • wat eventuele risico's van het onderzoek of de behandeling zijn
  • wat je vooruitzichten na de behandeling zijn
  • hoe je zelf kunt bijdragen aan een goed resultaat van de behandeling
  • of en wanneer je moet terugkomen

Leestips


Jij vertelt je arts (tip: zet je klachten van tevoren op papier)

  • waarom je de arts bezoekt
  • welke gezondheidsklachten je hebt
  • wanneer je deze klachten hebt en hoe lang
  • welke medicijnen je gebruikt
  • welke behandelingen je al hebt gehad
  • je wensen over de te voeren behandeling
  • welke vragen je wilt stellen

Het consult

Het gesprek dat je met de arts hebt wordt ook wel consult genoemd. Er zijn ook artsen die een telefonisch consult houden. Wil je meer informatie van je arts, dan kun je die altijd vragen. Je kunt ook vragen om het nog een keer te vertellen als je iets niet meteen begrijpt. Misschien vind je het prettig om een familielid of goede bekende mee te nemen naar het gesprek. Dat kan altijd. Een arts hoort dat goed te vinden. Het consult moet worden gevoerd in een aparte spreekkamer. Anderen mogen je niet kunnen zien of horen. Dat geldt ook als je in een ziekenhuis op zaal ligt.

Second opinion

Met ‘second opinion’ wordt een tweede mening bedoeld. Je vraagt een andere deskundige dan je eigen arts, om zijn mening over een diagnose of een behandeling. Hij neemt de behandeling niet over. Je mag altijd een second opinion vragen. Daarvoor heb je van niemand toestemming nodig, ook niet van je eigen arts. Wel is het aan te raden dit te bespreken met je eigen arts. Vraag aan je zorgverzekering in hoeverre deze een second opinion vergoedt. Dan sta je niet voor onaangename verrassingen.

maandag 12 november 2012

Thyroid function and longevity: new insights into an old dilemma

Thyroid function changes in the elderly, and many studies in the last 30 yr have investigated the role of thyroid function in the aging process. Recent reports have convincingly shown that serum TSH levels increase with age, independent of the presence of antithyroid antibodies.

Thyroid Function and Longevity: New Insights into an Old Dilemma
Robin P. Peeters
Erasmus University Medical Center, Department of Internal Medicine, 3015 GE Rotterdam, The Netherlands

This suggests that thyroid function decreases with age. In contrast, other studies have shown low levels of serum TSH in the elderly. With regard to other thyroid function tests, most studies demonstrated an age-dependent decline in serum free T3 levels, whereas free T4 (FT4) levels remained relatively unchanged and rT3 levels increased with age.

The difficulty in interpreting these results is that the evaluation of thyroid function in the elderly is often complicated by the increased prevalence of chronic illness and the use of medication. Chronic illness is associated with low levels of T3 and high levels of rT3, and, depending on the duration and the severity of the illness, TSH and FT4 levels may be low as well. Some of these changes are similar to the changes in thyroid hormone levels observed in the elderly. Therefore, distinguishing between changes related to “normal” aging per se and changes that are abnormal, i.e. disease-related, is a major challenge. In addition, differences in iodine intake and in the presence of autoimmune thyroid disease between these study populations may play an important role as well.

There is evidence that a low activity of thyroid hormone might be beneficial in the elderly, whereas subclinical hyperthyroidism is a predictor of mortality. It has been demonstrated that subjects with exceptional longevity (centenarians; median age, 98 yr) have higher levels of TSH compared with controls.

donderdag 8 november 2012

Over schildklier en psychiatrische stoornissen

De psychiatrie kijkt niet alleen meer naar de geest, maar ook naar het lichaam. Misschien is een overactief immuunsysteem wel de bron van sommige psychiatrische ziekten. De tv-uitzending Een ontstoken brein van Labyrint besteedde daar aandacht aan.


Er bestaan steeds meer aanwijzingen dat psychiatrische ziekten niet op Freudiaanse wijze uitgelegd kunnen worden als onverwerkte trauma's in de jeugd. In het Erasmus MC is professor Drexhage overtuigd van de biologische oorsprong van veel psychiatrische ziekten. Met name speelt een verstoord immuunsysteem daar een grote rol.

Met schildklier naar de psychiater
Malou van Hintum

Net zoals je soms kunt hallucineren als je koorts hebt, zo kunnen er biochemische oorzaken zijn voor een psychose. Ook in het brein zijn cellen actief voor onderhoudswerkzaamheden, die in geval van binnendringen van virussen en/of bacteriën in gevecht gaan met deze virussen/bacteriën. Soms staat het immuunsysteem verkeerd afgesteld: het onderhoud van de zenuwcellen is dan verstoord, en de cellen blijven knokken. Dus het systeem reageert anders.

Het blijkt dat een psychiatrische aandoening vaak getriggerd wordt door een infectie, allerlei soorten virussen, of door psychische stress. Dit zou kunnen zorgen voor overgevoelige immuuncellen. Ontdekt is dat zwangerschappen tijdens de hongerwinter 1944-1945 vatbare kinderen opleverden. Deze kinderen lijken levenslang geprogrammeerd voor psychiatrische ziekten én auto-immuunziekten.

Misschien zorgt de verstedelijking van de afgelopen eeuwen ook voor makkelijker overdracht van virussen en bacteriën, waardoor meer psychosen. Zo zou een psychose niet behandeld hoeven te worden met een medicatie uit de psychiatrie, maar bijvoorbeeld met een behandeling tegen een herpesvirus. Er bestaat nog veel tegenwerking voor deze hypothese. Toch levert de praktijk steeds meer grond.

Wat is een kraambedpsychose? Lees meer >

Ook was er in deze uitzending aandacht voor de kraambedpsychose, vaak het begin van een manische depressie. 1 : 1000 vrouwen overkomt dit binnen een maand na de bevalling. De vrouwen slapen slechter, en worden druk, druk, druk. Ook 's nachts, want ze zijn immers toch wakker. Het blijkt dat de immuuncellen van deze vrouwen gevechtsklaar zijn, en soms worden TPO-antistoffen gevonden. Vaak worden deze vrouwen levenslang psychiatrisch begeleid met de bijbehorende levenslange medicatie. Terwijl eenmalige behandeling mogelijk een oplossing is.

woensdag 7 november 2012

De schildklier maakt te veel hormoon ... zoek de verschillen

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel schildklierhormoon. Er zijn verschillende vormen van hyperthyreoïdie:
  • ziekte van Graves (50%)
  • toxisch multinodulair struma (ziekte van Plummer) (35%)
  • toxisch adenoom (5%)
  • thyreoïditis (9%)
  • en de ziekte van Quervain (± 1%)

Drie voorbeeldpatiënten

Aan de hand van drie voorbeeldpatiënten kun je de verschillende vormen herkennen. Het gaat om de heer De Jager en de dames De Roos en De Graaf. Meneer De Jager is kortademig, gejaagd en hij heeft last van hartkloppingen. Mevrouw De Roos is net bevallen en heeft klachten die passen bij een te snel werkende schildklier. Mevrouw De Graaf is moe, niet lekker en trillerig. Bovendien werkt de schildklier van haar zus te langzaam (= hypothyreoïdie).

Diagnose

Wat kun je doen bij deze heer en dames? Bij alle drie wordt eerst bloed geprikt. Bij hyperthyreoïdie is de TSH verlaagd, de T4 en fT4 zijn verhoogd en de T3 is verhoogd. Is dit het geval bij de patiënt, dan volgt een scan. Zoals gezegd: hyperthyreoïdie kent verschillende vormen. De oorzaak van de ziekte heeft gevolgen voor de behandeling.



Een scan laat zien om welke vorm het gaat. Hierbij wordt een beetje radioactieve stof in de ader gespoten. De schildklier neemt dat wel of niet op. En dat is te zien op de scan.

Bij de ziekte van Graves licht de schildklier diffuus op in de vorm van een vlinder.

Bij een of meer nodussen zie je alleen die nodussen oplichten.

Bij thyreoïditis (ziekte van Hashimoto) is niets te zien op de scan.



Terug naar de heer De Jager en de dames De Roos en De Graaf

Meneer heeft een verlaagde TSH, een verhoogde fT4, en een niet-verhoogde bse wat betekent dat er geen ontsteking is. Op de scan is een nodus te zien. Conclusie: meneer wordt behandeld met radioactief jodium. Hierdoor stopt de nodus met te veel hormoon maken.

Mevrouw De Roos blijkt een postpartum thyreoïditis te hebben. Er is geen afbeelding te zien met de scan. Bij hyperthyreoïdie krijgt iemand eventueel bètablokkers. Bij hypothyreoïdie kan levothyroxine voorgeschreven worden.

Bij mevrouw De Graaf is de TSH verlaagd en de fT4 verhoogd. Met een scan is een diffuus beeld van de schildklier te zien. Zij heeft de ziekte van Graves. Zij kiest voor de behandeling met tabletten.

Uitleg bij de behandeling

Bij de behandeling van de ziekte van Graves heeft de patiënt de keus uit drie opties: tabletten, operatie of radioactief jodium. Bij tabletten is een combinatie- of titratiebehandeling mogelijk.

Bij de combinatiebehandeling wordt de schildklier stilgelegd met methimazol, carbimazol of PTU; daarnaast slikt de patiënt levothyroxine.
Bij de titratiebehandeling krijgt de patiënt een zo laag mogelijke dosis methimazol, carbimazol of PTU.

Bij de behandeling met tabletten is de kans behoorlijk groot dat de ziekte terugkomt. Bij ongeveer 60%, maar mogelijk zelfs bij 70-75% van de patiënten. Operatie is een keus bij een groot struma, zwangerschapswens en hyperthyreoïdie tijdens de zwangerschap.

Antistoffen

Bij de ziekte van Graves is sprake van antistoffen. Het gaat om TSI. Die worden gemaakt door witte bloedlichaampjes. TSI doet hetzelfde als TSH: het stimuleert de schildklier tot het maken van schildklierhormoon.

Oogziekte van Graves

Eigenlijk hebben alle patiënten met de ziekte van Graves in enige mate last van hun ogen. Bij 50% van de patiënten is er sprake van een lichte vorm van de oogziekte van Graves (oftalmopathie). Ernstige klachten treden op bij ongeveer 10% van de Graves-patiënten.

Oorzaken

Bij de ziekte van Graves speelt aanleg een grote rol. Als een vrouw de ziekte van Graves heeft, dan heeft haar zus ongeveer 30% kans schildklierproblemen te krijgen.

Ook de omgeving speelt een rol. Denk hierbij aan jodium, stress, roken en infecties. Bij stress speelt de bijnier een rol. Bij de ziekte van Graves en zeker bij de oogziekte speelt roken een grote rol. Het advies luidt daar altijd: stoppen met roken.


dinsdag 6 november 2012

Verband tussen vitamine D en ziekte minder zeker dan gedacht

Het verband tussen vitamine D en gezondheid is niet zo zeker als gedacht. De kinderen van families met negentigplussers blijken gemiddeld minder vitamine D in hun bloed te hebben dan leeftijdsgenoten. Dat schrijven onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) in de Canadian Medical Association Journal.

Minder vitamine D bij kinderen van hoogbejaarden
Persbericht LUMC

Levels of 25-hydroxyvitamin D in familial longevity: the Leiden Longevity Study
R. Noordam, A.J.M. de Craen, P. Pedram, A.B. Maier, S.P. Mooijaart, J. van Pelt, E.J. Feskens, M.T. Streppel, P.E. Slagboom, R.G.J. Westendorp, M. Beekman, D. van Heemst

Low vitamin D levels may help some live longer
Healthline News

Dat kinderen van hoogbejaarden die meedoen aan de Leiden Lang Leven Studie minder vitamine D in het bloed hebben, hadden we niet verwacht, vertelt dr. Diana van Heemst van de afdeling Ouderengeneeskunde. “Het was interessant om te kijken hoe het vitamine D-gehalte bij hen is, omdat de relatie tussen laag vitamine D en ziekte niet duidelijk is. Er zijn eerder wel verbanden gevonden tussen een lage hoeveelheid vitamine D en ziekte, maar het bleef onduidelijk wat oorzaak en gevolg was. Het zou ook kunnen dat mensen die ziek zijn minder vaak buiten komen of minder gezond eten.”

Kinderen van hoogbejaarden bereiken zelf ook vaak een hogere leeftijd. Nu ze rond de zestig zijn zie je al dat allerlei bloedwaardes, zoals het glucose, bij hen beter zijn dan bij hun partners. Hoe het komt dat ze juist een lagere hoeveelheid vitamine D in het bloed hebben, is onbekend. “We hebben voor allerlei zaken gecorrigeerd, bijvoorbeeld of ze minder vitaine D-pillen slikten, omdat ze gezonder waren, maar dat is niet het geval”, aldus Van Heemst.


zondag 4 november 2012

Graves’ disease: test to predict remission and relapse

Background

Patients with Graves’ disease, an autoimmune disorder, develop hyperthyroidism because their immune system makes antibodies that turn on the thyroid gland, causing the thyroid to enlarge and make excessive amounts of thyroid hormones.


The antibodies turn on the thyroid by acting like TSH and binding to the TSH receptor. Sometimes the antibody goes away and Graves’ disease goes into remission. Indeed, that is the goal when patients stay on antithyroid drugs, such as Methimazole or Propylthiouracil, for 12-18 months and then the drugs usually are stopped.


Unfortunately, a large percentage of patients either do not go into remission or relapse within the first year after stopping the antithyroid drugs. Therefore, any test that would predict which patients would remain in remission and which would relapse before stopping the antithyroid drugs would be useful.

Clinical Thyroidology for Patients / Glenn Braunstein, MD
New test may help predict which patients with Graves’ disease will remain in remission after stopping antithyroid drugs

The authors developed a test that measured one type of thyroid-stimulating antibodies (the Mc4 assay) which was shown to be positive in the patients with Graves’ disease, but negative in patients without thyroid problems, patients with hyperthyroidisms from other causes and patients with Graves’ disease that are in remission. In this study, they tested the ability of the Mc4 assay to serve as a sensitive index of remission or relapse of Graves’ disease after treatment with antithyroid drugs.

The full article title
A TSHR-LH/CGR chimera that measures functional thyroid-stimulating autoantibodies (TSAb) can predict remission or recurrence in Graves’ patients undergoing antithyroid drug (ATD) treatment
Giuliani C et al. J Clin Endocrinol Metab.
April 6 2012 [Epub ahead of print]. doi: 10.1210/jc.2011-2897.

Summary of the study

A total of 55 patients with Graves’ disease who received antithyroid drugs for 12-48 months were followed for 12-120 months after the antithyroid drugs were stopped. Of the 28 patients who stayed in remission, 22 (78%) had normal Mc4 levels, while 10 of 12 (83%) patients who relapsed had elevated levels, as did all 15 patients who could not get off antithyroid drug therapy because they had evidence of persistent hyperthyroidism.

What are the implications of this study?

This is an important study that identifies a test with potential to identify remission of Graves’ disease in patients on antithyroid drugs as well as possibly identify those at high risk for relapse. However, a larger prospective study of patients with Graves’ disease needs to be performed to determine if similar results are obtained in larger populations.


vrijdag 2 november 2012

IEMO 80+ Schildklier Studie

Een licht verminderde werking van de schildklier kan vele klachten veroorzaken, variërend van vermoeidheid en depressie tot hartritmestoornissen. Uit sommige studies blijkt dat het bij ouderen zorgt voor een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Maar andere studies laten zien dat het bij ouderen juist zorgt voor een grotere overleving. Het is dus niet duidelijk of de aandoening bij ouderen moet worden behandeld.

Meer informatie

In de IEMO 80+ Schildklier Studie wordt het effect onderzocht van behandeling met schildklierhormoon bij ouderen (80 jaar of ouder) met een licht verminderde werking van de schildklier. Gedurende vier jaar worden 450 deelnemers vervolgd om te kijken wat het effect is op hart- en vaatziekten, kwaliteit van leven, sterfte en andere uitkomsten. Vervolgens kan een duidelijk antwoord worden gegeven op de vraag of ouderen met een licht verminderde werking van de schildklier moeten worden behandeld.

De studie wordt uitgevoerd in zes Nederlandse UMC's: AMC, Erasmus MC, LUMC, UMCG, UMC St. Radboud en VUmc. Het LUMC treedt namens de deelnemende UMC's op als penvoerder. De studie wordt gecoördineerd door het Instituut voor Evidence-Based Medicine voor Ouderen | IEMO.

Lees ook

dinsdag 30 oktober 2012

ThyPRO, over de inzet van kwaliteit van leven-vragenlijsten

Artsen en patiënten hechten een andere waarde aan bepaalde klachten en symptomen. Bij een afspraak met een patiënt kunnen ThyPRO-vragenlijsten een rol spelen. Circa drie weken voor een afspraak wordt een vragenlijst gestuurd naar een patiënt. Een ingevulde vragenlijst is op die manier een hulpmiddel voor de arts bij het spreekuur. Een vragenlijst is niet bedoeld als hulpmiddel voor de patiënt.

Validity and reliability of the novel thyroid-specific quality of life questionnaire, ThyPRO
Torquil Watt, Laszlo Hegedüs, Mogens Groenvold, Jakob Bue Bjorner, Åse Krogh Rasmussen, Steen Joop Bonnema and Ulla Feldt-Rasmussen

Is thyroid autoimmunity per se a determinant of quality of life in patients with autoimmune hypothyroidism?
Torquil Watt, Laszlo Hegedüse, Jakob Bue Bjorner, Mogens Groenvold, Steen Joop Bonnema, Åse Krogh Rasmussen, Ulla Feldt-Rasmussen

Confirmatory factor analysis of the thyroid-related quality of life questionnaire ThyPRO
Torquil Watt, Mogens Groenvold, Nina Deng, Barbara Gandek, Ulla Feldt-Rasmussen, Åse Krogh Rasmussen, Laszlo Hegedüs, Steen Joop Bonnema, Jakob Bue Bjorner

Appropriate scale validity and internal consistency reliability have recently been documented for the new thyroid-specific quality of life (QoL) patient-reported outcome (PRO) measure for benign thyroid disorders, the ThyPRO. However, before clinical use, clinical validity and test–retest reliability should be evaluated.

Aim

To investigate clinical (‘known-groups’) validity and test–retest reliability of the Danish version of the ThyPRO.

Methods

For each of the 13 ThyPRO scales, we defined groups expected to have high versus low scores (‘known-groups’). The clinical validity (known-groups validity) was evaluated by whether the ThyPRO scales could detect expected differences in a cross-sectional study of 907 thyroid patients. Test–retest reliability was evaluated by intra-class correlations of two responses to the ThyPRO 2 weeks apart in a subsample of 87 stable patients.

Results

On all 13 ThyPRO scales, we found substantial and significant differences between the groups expected to have high versus low scores. Test–retest reliability was above 0.70 (range 0.77–0.89) for all scales, which is usually considered necessary for comparisons among patient groups, but below 0.90, which is the usual threshold for use in individual patients.


Recommendation

The use of the ThyPRO measure is recommended in studies evaluating important clinical questions regarding therapy of thyroid patients, such as whether patients with mild thyroid disease benefit from treatment and whether block replacement therapy with antithyroid drugs and levothyroxine is associated with a better QoL in patients with hyperthyroidism than monotherapy with antithyroid drugs.




Conclusion

We found support for the clinical validity of the new thyroid-specific QoL questionnaire, ThyPRO, and evidence of good test–retest reliability. The questionnaire is now ready for use in clinical studies of patients with thyroid diseases.





vrijdag 26 oktober 2012

Thyrax weer leverbaar

Vandaag - 26 oktober 2012 - aangepast op de website Farmanco.

Opmerking

24-10-2012: Beschikbaarheidsprobleem met Thyrax is opgelost.

Productomschrijving

Thyrax Duotab tablet 0,025 mg van MSD B.V.
Thyrax Duotab tablet 0,1 mg van MSD B.V.

Reden van niet-beschikbaarheid

Vanwege beperkte beschikbaarheid van grondstoffen is Thyrax tablet 0,1 mg tijdelijk niet leverbaar geweest [1]. Zie ook de brief [2]. Door de verhoogde vraag was ook Thyrax 0,025 mg tijdelijk niet of beperkt beschikbaar [1].

In de kantlijn

Schildkliertje zal de ontwikkelingen volgen. Het lijkt er veel op dat er meer aan de hand is. Lees bijvoorbeeld over het medicijntekort en kijk naar de uitzending van Radar van 22 oktober. Er zijn afgelopen zomer ook tijdelijk problemen geweest met Euthyrox 112. In Groot-Brittannië meldt British Thyroid Foundation af en aan problemen met de levering van Eltroxin.

maandag 22 oktober 2012

Beginstadia autoimmuun schildklierziektes: vervolg Amsterdam AITD cohort

Bij patiënten met een autoimmuun schildklierziekte valt het eigen afweersysteem de schildklier aan.

Grigoris Effraimidis bekeek gedurende vijf jaar een groep van 803 vrouwen die een familielid hebben met een autoimmuun schildklierziekte. Elk jaar onderzocht hij de concentratie schildklierhormoon, de antilichamen tegen de schildklier en vitamine D.

Ook verzamelde Effraimidis gegevens over roken, alcohol, stress, jodiumconcentratie en besmetting met de bacterie Yersinia enterocolitica. Hij onderzocht specifiek de rol van deze factoren bij het ontstaan van de ziekte.

Early stages of thyroid autoimmunity: follow-up studies in the Amsterdam AITD cohort
Proefschrift Grigoris Effraimidis (met Nederlandse samenvatting)

Auto-immuun schildklierziekten zijn te beschouwen als een complexe aandoening waarbij het samenspel tussen genetische factoren en omgevingsfactoren leidt tot het manifest worden van de ziekte: of als de ziekte van Hashimoto (hypothyreoidie) of als de ziekte van Graves (hyperthyreoidie). Uit tweelingstudies is overtuigend gebleken dat de genetische aanleg een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van deze ziekten; deze zou voor ongeveer 75% bijdragen aan de vatbaarheid. De tot nu toe bekende genen zijn soms specifiek voor de ziekte van Hashimoto of de ziekte van Graves. Blootstelling aan omgevingsfactoren zou verantwoordelijk zijn voor de resterende 25% van de vatbaarheid voor auto-immuun schildklierziekten.

Lees ook



zondag 21 oktober 2012

Omgevingsfactoren en autoimmuun schildklierziektes

De ziekte van Graves, de ziekte van Hashimoto en een verstoorde schildklierfunctie na de bevalling hebben een autoimmuun oorsprong en worden daarom autoimmuun schildklierziekten genoemd.

Het ontstaan van die autoimmuunziekten (AITD) heeft verschillende oorzaken. Erfelijke factoren spelen een belangrijke rol. Maar ook omgevings- en hormonale factoren zijn van invloed. Zo ontwikkelt een autoimmuun schildklierziekte zich niet altijd bij beide individuen van een eeneiige tweeling. Daarnaast krijgen emigranten, afkomstig uit landen waar weinig auto-immuunziekten voorkomen, deze wel als in hun nieuwe land dergelijke ziekten vaak voorkomen.

The environment and autoimmune thyroid diseases
Mark F. Prummel, Thea Strieder en Wilmar M. Wiersinga
Academisch Medisch Centrum in Amsterdam
European Journal of Endocrinology (2004) 150 605-618

Op een rijtje

De volgende factoren worden behandeld: allergie, bacteriële infecties, behandeling met radioactief jodium, bestraling, groei van de ongeboren vrucht, jodium, microchimerisme, nucleaire neerslag, orale anticonceptie, pariteit, roken, seizoenen, selenium, stress, virusinfecties, vrouwelijke hormonen en Yersinia enterocolitica.



donderdag 18 oktober 2012

Hoe oud was jij met de diagnose schildklier?

Van half september tot half oktober konden bezoekers van Schildkliertje aangeven op welke leeftijd bij hen de diagnose schildklier werd gesteld. Van die gelegenheid is goed gebruik gemaakt: 215 mensen vulden de enquête in.

De uitslag

  • jonger dan 10 jaar - - - 4 (1%)
  • 10 tot 20 jaar - - - 13 (6%)
  • 20 tot 30 jaar - - - 38 (17%)
  • 30 tot 40 jaar - - - 76 (35%)
  • 40 tot 50 jaar - - - 52 (24%)
  • 50 tot 60 jaar - - - 29 (13%)
  • 60 tot 70 jaar - - - 3 (1%)
  • ouder dan 70 jaar - - - 0 (0%)

Totaal aantal stemmen: 215



dinsdag 16 oktober 2012

European Thyroid Journal

De European Thyroid Journal is een nieuw tijdschrift dat aandacht besteedt aan allerlei schildklierzaken. Het blad wordt uitgegeven door de European Thyroid Association (ETA). Bekende Nederlandse namen kom je tegen in de redactie. Wilmar M. Wiersinga is chief-editor. Theo Visser en Robin Peeters maken deel uit van de editorial board.

Eerste jaargang


Andere websites van European Thyroid Association


Patients' Corner

Speciaal voor patiënten met de oogziekte van Graves is er de Patients' Corner.




vrijdag 12 oktober 2012

Medicijntekort was nog nooit zo groot

Het onderwerp verdiende aandacht van de media, en gelukkig is die aandacht er nu. Medicijntekort was nog nooit zo groot, meldt de Volkskrant vandaag. Het aantal medicijnen dat niet kan worden geleverd, neemt toe. Dat blijkt uit cijfers van Farmanco, een databank waar apothekers medicijntekorten registreren.

In 2011 waren 242 medicijnen niet verkrijgbaar, tegen 174 in 2010. Volgens apothekersorganisatie KNMP was het medicijntekort niet eerder zo groot. Sinds 2004 registreren apothekers leveringsproblemen in de database Farmanco. Vervolgens onderzoekt de KNMP wat er aan de hand is. Uit een analyse van de meldingen blijkt dat 69 procent van de medicijntekorten een economische oorzaak heeft.


Lees ook





woensdag 10 oktober 2012

Schildklierhormoon werkt ook via de hersenen

Bron: www.amc.nl

Schildklierhormoon heeft effect op veel lichaamsprocessen, waaronder de aanmaak van glucose in de lever. Daarbij reist het hormoon als het ware door het vaatstelsel: de boodschap wordt afgegeven via de bloedbaan. Uit onderzoek van de afdeling Endocrinologie en Metabolisme van het AMC blijkt dat schildklierhormoon ook een alternatieve, snellere route tot zijn beschikking heeft: via de hersenen. Het hormoon stuurt daarbij een hersenkern aan, die op zijn beurt weer onderdelen van het autonome zenuwstelsel gebruikt om bijvoorbeeld de glucoseproductie in de lever te verhogen.

De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in PNAS (Proceedings of the National Academy of Science), het blad van de Amerikaanse Academie van Wetenschappen. ‘We tonen aan dat er een neurale component is in de werking van schildklierhormoon’, aldus hoogleraar Endocrinologie Eric Fliers in een interview over het onderzoek dat in april 2009 AMC Magazine stond.

Thyroid hormone modulates glucose production via a sympathetic pathway from the hypothalamic paraventricular nucleus to the liver
Lars P. Klieverik, Sarah F. Janssen, Annelieke van Riel, Ewout Foppen, Peter H. Bisschop, Mireille J. Serlie, Anita Boelen, Mariëtte T. Ackermans, Hans P. Sauerwein, Eric Fliers and Andries Kalsbeek

De paraventriculaire kern (PVN) in de hersenen is onderdeel van de hypothalamus. Het toedienen van schildklierhormoon in de PVN van ratten leidt heel snel tot een verhoging van de glucoseproductie in de lever. Snijdt men vervolgens de sympathische zenuwtakken door die de hypothalamus met de lever verbinden, dan blijft die reactie uit.

Schildklierhormoon werkt ook tussen de oren
Rob Buiter, AMC Magazine

Blijkbaar stuurt het schildklierhormoon de hersenkern aan, die op zijn beurt weer sympathische zenuwen stimuleert. Sympathische zenuwen zijn onderdeel van het autonome zenuwstelsel. Dat regelt een groot aantal onbewuste functies, waaronder vecht-, vlucht- en angstreacties. Dit betekent dat het hormoon niet alleen organen beïnvloedt via het bloed, maar ook via de hersenen. Daarmee wordt aangetoond dat naast de bekende en directe endocriene gevolgen van schildklierhormoon ook indirecte, neurale effecten een rol spelen.

Thyroid Hormone, Metabolism and the Brain
Lars P. Klieverik, Proefschrift

‘We leggen hier echt een nieuw stukje biologie bloot,’ aldus Fliers in het AMC Magazine. Klinische consequenties voor patiënten met te veel of te weinig schildklierhormoon heeft de ontdekking nog niet. Maar ‘we snappen misschien wel bepaalde symptomen beter.’

In de nabije toekomst hoopt Fliers het betreffende mechanisme ook bij mensen te kunnen bestuderen. Daarbij zal hij gebruik maken van beeldvormende technieken om de activiteit van de hypothalamus bij schildklierpatiënten zichtbaar te maken. Tevens onderzoekt hij de komende jaren, de rol van neurale verbindingen van dat hersengebied met de lever en andere organen in diverse hormonale systemen.


zondag 7 oktober 2012

Secundaire hypothyreoïdie en behandeling met schildklierhormoon

Bij secundaire hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig of geen hormoon doordat de schildklier geen seintje krijgt van de hypofyse. De hypofyse maakt bij deze aandoening geen of te weinig TSH. De behandeling van secundaire hypothyreoïdie bestaat uit schildklierhormoon: T4-hormoon (Thyrax, Euthyrox) plus eventueel T3 (Cytomel).

Nederlandse Hypofyse Stichting

Behandeling primaire hypothyreoïdie

Bij primaire hypothyreoïdie (wanneer de oorzaak in de schildklier zelf ligt) speelt de TSH-waarde een grote rol bij de diagnose en behandeling. Veel patiënten voelen zich het beste bij een TSH-waarde in het laag-normale gebied en een vrije-T4-waarde in het hoog-normale gebied. Een verklaring hiervoor is dat er extra T4 nodig is voor de omzetting in T3, dat anders door de schildklier geproduceerd wordt. Verder bevinden de TSH-waarden van de meeste gezonde mensen zich in het laag-normale gebied.

Behandeling secundaire hypothyreoïdie

Bij de behandeling van secundaire hypothyreoïdie moet je het zonder de TSH-meting doen: de hypofyse maakt immers geen of te weinig schildklierstimulerend hormoon. Adequate behandeling met T4-hormoon is niet eenvoudig omdat de T4 niet kan worden aangepast met behulp van de TSH-waarde. Sommige artsen zijn tevreden met een vrij T4-niveau (FT4) in het midden van de referentiewaarden, maar andere artsen streven naar een FT4 in het bovenste deel van de referentiewaarden.

Onderzoek

Uit onderzoek blijkt dat de behandeling van hypopituïtarisme (uitval van meerdere hypofysehormonen) is verbeterd in de afgelopen twee decennia, door gevoeliger laboratoriumtests en betere hormoonbehandelingen. Maar de kwaliteit van leven blijft verminderd ondanks de hormoontherapie, waaronder T4, hydrocortison, geslachtshormonen en groeihormoon (GH).

Conclusies van een Duits onderzoeksteam

De conclusie van een Duits onderzoeksteam (Marc Slawik et al.) luidt: De behandeling van schildklierhormoontekort bij hypopituïtarisme met 1,6 mcg T4 / kg lichaamsgewicht verbeterde het lichaamsgewicht, de vochthuishouding, en de klinische tekenen en symptomen van te weinig schildklierhormoon. Het resultaat was beter dan bij behandeling met een dosering die werd vastgesteld op basis van FT4-niveaus zoals die voorkomen bij mensen met een goede werking van de schildklier.

Een redelijke benadering van de beste dosis schildklierhormoon lijkt dus een startdosering van T4 (bijv. 1,6 mcg / kg lichaamsgewicht). Deze wordt vervolgens bijgesteld aan de hand van schildklierhormoonbepalingen gericht op:
  • een FT4-niveau dicht bij de bovengrens van de normaalwaarden
  • een FT3-niveau in de bovenste helft van het normale bereik
Het onderzoek: Thyroid hormone replacement for central hypothyroidism: A randomized controlled trial comparing two doses of thyroxine (T4) with a combination of thyroxine (T4) and triiodothyronine (T3)

Conclusies Brits onderzoeksteam

Een Brits onderzoeksteam (Olympia Koulouri et al.) vergeleek de FT4-waarden van patiënten met aangeboren secundaire hypothyreoïdie met patiënten met primaire hypothyreoïdie (schildklieraandoening) die adequaat behandeld worden met T4. Daaruit bleek dat patiënten uit de eerste groep (waartoe ook hypofysepatiënten die schilklierhormoon slikken gerekend kunnen worden) over het algemeen worden onderbehandeld. Ze krijgen dus te weinig schildklierhormoon. Een FT4-waarde van rond de 16 pmol/l (met referentiewaarden tussen 9 en 25 pmol/l) zou een goed richtpunt kunnen zijn.
Het onderzoek: Diagnosis and treatment of hypothyroidism in TSH deficiency compared to primary thyroid disease: pituitary patients are at risk of under-replacement with levothyroxine

Schildkliermedicatie finetunen

Stel je voor: je vraagt je af of het mogelijk zou zijn om gezondheidswinst te behalen, je beter te voelen, door je dosis schildkliermedicatie te finetunen. Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, want bij hypofysepatiënten is er vaak sprake van (pan)hypopituïtarisme: men heeft uitval van meerdere (of alle) hypofysehormonen. Daardoor is het moeilijk om vast te stellen welke klacht door welk hormoontekort wordt veroorzaakt. Immers, de klachten die hierdoor kunnen ontstaan lijken erg op elkaar. Schildklierpatiënten hebben dat probleem niet: zij hebben vaak te maken met maar één hormoon.



dinsdag 2 oktober 2012

Ongerustheid rond levering Thyrax

In februari 2012 werden de eerste problemen gemeld rond de levering van Thyrax. Dat gebeurde door patiënten op het Hypoforum (SON) en door KNMP op de site Farmanco. Zoals in het bericht van Farmanco te lezen is, is de levering van Thyrax nog steeds niet in orde. Het is bijna 10 maanden verder. Er is een beperkte levering van Thyrax tablet 0,1 mg. De datum waarop het product weer voldoende beschikbaar zal zijn, is nog onbekend.

Verpakkingsmachine, grondstoffen of technische storingen?

In eerste instantie vertelde MSD dat de problemen kwamen door een kapotte verpakkingsmachine. Later veranderde dat in een tekort aan grondstoffen. Dat kun je lezen op de site Farmanco en in de brief van MSD aan Farmanco. MSD schreef dat ook aan mij in een brief: de problemen kwamen door een tekort aan grondstoffen. De Schildklierstichting (SON) meldde in september dat het zou gaan om 'enkele technische storingen' (www.schildklier.nl).

UPDATE: Thyrax weer leverbaar
Op 26 oktober kwam eindelijk het bericht dat Thyrax weer voldoende beschikbaar was. De onrust rond medicijntekorten is echter nog niet verdwenen.

Ongerust

In combinatie met dit bericht in de NRC maken mensen zich zorgen. Wat is er nu werkelijk aan de hand en hoe ziet de toekomst eruit?

Stichting Farmaceutische kengetallen (SFK)

Weliswaar verwijst de NRC naar de blijvende problemen rond de levering van preferente middelen (zie de website van de SFK) en valt levothyroxine niet onder de zogenaamde 'preferente middelen' vanwege de smalle therapeutische breedte, in de praktijk lijkt het er veel op dat levothyroxine als zodanig wordt behandeld. Schildklierpatiënten melden immers dat zij door de leveringsproblemen met Thyrax een ander merk of merkloos levothyroxine krijgen van de apotheek; een middel dat toevallig 'op de plank ligt'.

Een dergelijke verandering van substitutie kan zorgen voor ongewenste effecten, zoals typische symptomen van overdosering (hartkloppingen, gewichtsverlies, slecht slapen, nervositeit en vermoeidheid) of typische symptomen van onderdosering (droge huid, obstipatie, gewichtstoename, vermoeidheid, haarverlies en onregelmatige menstruatie). Wat kan leiden tot ernstige effecten met onverwacht ziekenhuisbezoek of werkverzuim.

Initiatieven

Enkele verontruste patiënten hebben een brief aan het ministerie van VWS geplaatst op Facebook. Reacties en steunbetuigingen zijn van harte welkom.
Andere schildklierpatiënten hebben een brief naar de woordvoerders Volksgezondheid in de Tweede Kamer gestuurd.

Lees ook



maandag 1 oktober 2012

Alcohol consumption as a risk factor for autoimmune thyroid disease: a prospective study

In Clinical Thyroidology vat Stephen W. Spaulding, MD drie nieuwe onderzoeken samen naar het matig gebruik van alcohol en de invloed daarvan op de ontwikkeling van hypothyreoïdie. Tevens geeft hij commentaar.

Amsterdam

A 5-year study cohort from Amsterdam for prospectively studying the course of euthyroid subjects whose relatives have autoimmune thyroid diseases (AITDs), was now used to assess the annual incidence of overt hypothyroidism in subjects who consumed more than 10 drinks per week versus those who did not.

Effraimidis G, Tijssen JGP, Wiersinga WM.
Alcohol consumption as a risk factor for autoimmune thyroid disease: a prospective study.
Eur Thyroid J 2012;1:99-104.

Denemarken

A study cohort of Danish subjects originally designed to assess how increasing iodine intake affected thyroid diseases was now used retrospectively to analyze the effect of alcohol consumption on the prevalence of hypothyroidism.

Carle A, Pedersen IB, Knudsen N, Perrild H, Ovesen L, Rasmussen L, Jørgensen T, Laurberg P.
Moderate alcohol consumption may protect against overt autoimmune hypothyroidism—a population-based case-control study.
Eur J Endocrinol. July 16, 2012 [Epub ahead of print]. doi: 10.1530/EJE-12-0356.

Cleveland

Finally, a study from the Cleveland Clinic retrospectively assessed the prevalence of hypothyroidism in patients who consumed fewer than 10 drinks per week versus those who abstained completely, in patients with biopsy-proven non-alcoholic fatty liver disease (NAFLD) versus control patients with normal liver function.

Pagadala MR, Zein CO, Dasarathy S, Yerian LM, Lopez R, McCullough AJ.
Prevalence of hypothyroidism in nonalcoholic fatty liver disease.
Dig Dis Sci 2012;57:528-34. Epub December 20, 2011.



Subklinische hypothyreoïdie en ouderen - een onderzoek

Context

Studies of long-term outcomes of subclinical hypothyroidism have assessed only baseline thyroid function, despite natural transitions to euthyroidism and overt hypothyroidism over time.

The Natural History of Subclinical Hypothyroidism in the Elderly: The Cardiovascular Health Study
LL Somwaru, CM Rariy, AM Arnold and AR Cappola

Subclinical Hypothyroidism May Spontaneously Revert to Euthyroidism in Elderly Patients Negative for TPO Antibodies
Jerome M. Hershman, MD, Samenvatting, analyse en commentaar

Objective

We provide estimates of persistence, resolution, and progression of subclinical hypothyroidism over 4 yr, stratified by baseline TSH, anti-thyroid peroxidase antibody (TPOAb) status, age, and sex.

Design, Setting, and Participants

Participants were 3996 U.S. individuals at least 65 yr old enrolled in the Cardiovascular Health Study. Subclinical hypothyroidism was detected at baseline in 459 individuals not taking thyroid medication.

Main Outcome Measure

Thyroid function was evaluated at 2 and 4 yr and initiation of thyroid medication annually. Results were stratified by baseline TSH, TPOAb status, age, and sex.

Results

Persistence of subclinical hypothyroidism was 56% at 2 and 4 yr. At 2 yr, resolution was more common with a TSH of 4.5–6.9 mU/liter (46 vs. 10% with TSH 7–9.9 mU/liter and 7% with TSH > 10 mU/liter; P < 0.001) and with TPOAb negativity (48 vs. 15% for positive; P < 0.001).

Higher TSH and TPOAb positivity were independently associated with lower likelihood of reversion to euthyroidism (P < 0.05). TSH of 10 mU/liter or higher was independently associated with progression to overt hypothyroidism (P < 0.05). Transitions between euthyroidism and subclinical hypothyroidism were common between 2 and 4 yr. Age and sex did not affect transitions.

Conclusions

Subclinical hypothyroidism persists for 4 yr in just over half of older individuals, with high rates of reversion to euthyroidism in individuals with lower TSH concentrations and TPOAb negativity. Future studies should examine the impact of transitions in thyroid status on clinical outcomes.

vrijdag 28 september 2012

Cognitief functioneren bij behandeling hypothyreoïdie met levothyroxine

Dit is een onderzoek dat neuro-cognitief functioneren evalueert na langdurige LT4-behandeling (gemiddelde behandelingstijd 5,5 jaar). Daarnaast werd onderzocht of psychologisch welzijn in deze patiëntengroep verschilde met gezonde personen. Hypothyreoïdie wordt in verband gebracht met een verminderde functie van het geheugen, de concentratie, de psychomotorische snelheid, visuele waarneming en constructieve vaardigheden (handigheid).

Cognitive functioning and well-being in euthyroid patients on thyroxine treated replacement therapy for primary hypothyroidism
EM Wekking, BC Appelhof, E Fliers, AH Schene, J Huyser, JGP Tijssen, WM Wiersinga

Introduction

Overt hypothyroidism is associated with deficits in general intelligence, memory, attention, psychomotor speed, visuoperceptual and constructional skills (1). Thyroxine (T4) replacement therapy is the standard treatment of hypothyroidism that appears effective in restoring biochemical euthyroidism as evidenced by serum thyrotropin (TSH), and free T4 and triiodothyronine (T3) concentrations within the normal range. Although hormonal substitution therapy has been very successful in reducing morbidity and mortality of primary hypothyroidism, it is well known in clinical practice that a minority of patients have persistent symptoms despite adequate T4 replacement therapy. These are often vague, aspecific complaints about fatigue, muscle aches, depressed mood or decreased memory function.

  • This is the first study to evaluate neurocognitive functioning after long-standing T4 therapy (median duration of substitution therapy 5.5 years).
  • Secondly, we investigated whether psychological well-being in this patient group differs from healthy subjects.
  • Finally, we examined whether serum TSH or thyroid peroxidase antibodies (TPO-ab) are determinants of neurocognitive performance and well-being.

A recent community study (2) provided the first evidence to indicate that patients on thyroxine replacement even those with a normal serum TSH display significant impairment in psychological well-being compared with controls of similar age and sex. These findings raise the question whether neurocognitive functioning in T4-treated hypothyroid patients might also be impaired.

A review of neurocognitive aspects of hypothyroidism suggested that successful treatment of hypothyroidism might be associated with only partial and typically inconsistent patterns of recovery of overall neurocognitive functioning (1). However, this conclusion was reached from only a few studies on neurocognitive functioning carried out shortly after re-establishing euthyroidism with thyroid replacement therapy in hypothyroid patients.

In 1969, Whybrow et al. reported on four such patients, and concluded that when the hypothyroidism had been long-standing, brain impairment persisted after thyroid replacement therapy (3). Osterweil et al. reported on neurocognitive functioning of 54 patients with overt or minimal hypothyroidism (4). A subset of 11 to 34 patients was available for neurocognitive retesting. It was concluded that the deleterious effect of hypothyroidism is at least partly reversible, but possibly not completely, as some test results remained significantly impaired compared with euthyroid controls without hypothyroidism (4). A single case report by Mennemeier et al. reported similar conclusions (5).

As almost no data are available concerning neurocognitive functioning of patients with T4-treated hypothyroidism, we investigated the level of cognitive functioning in a large group of Dutch patients, all adequately treated for primary autoimmune hypothyroidism, and compared the results with the normal reference values for these tests.

Also read ...

Abstract, Subjects and methods, Results and Discussion.

References introduction

  1. Dugbartey AT. Neurocognitive aspects of hypothyroidism. Archives of Internal Medicine. 1998 158 1413–1418.
  2. Saravanan P. Chau WF, Roberts N, Vedhara K, Greenwood R, Dayan CM. Psychological well-being in patients on ‘adequate’ doses of L-Thyroxine: results of a large , controlled community-based questionnaire study. Clin Endocrinol (Oxf) 2002;57(5): 577-585.
  3. Whybrow PC, Prange AJ, Jr. Treadway CR. Mental changes accompanying thyroid gland dysfunction. A reappraisal using objective psychological measurements. Arch Ge. Psychiatry 1969; 20(1):48-63.
  4. Osterweil D, Syndulko K, Cohen SN, Pettler-Jennings, Hershman JM, Cummings JL et al. Cognitive function in non-demented older adults with hypothyoïdism. Journal of the American Geriatrics Society 1992; 40(4):325-335.
  5. Mennemeier M, Garner RD, Heilman KM. Memory, mood and measurement in hypothyroidism. Journal of Clinical & Experimental Neuropsychology 1993; 15(5):822-831.

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.