woensdag 18 januari 2012

Schildklier en psychische klachten

Schildklierhormoon oefent op vrijwel alle organen invloed uit. Het is van groot belang voor de regeling van de groei, de stofwisseling, en de ontwikkeling en werking van het centraal zenuwstelsel.

Te veel en te weinig schildklierhormoon hebben invloed op aandacht, concentratie (denkvermogen), agressiviteit, angst en seksualiteit.



Klachten bij hyperthyreoïdie

Als de schildklier te veel hormoon maakt, ontstaat vaak overactiviteit. Lichaam en geest zijn ‘te wakker’. Soms uit zich dat in een enorme en onvermoeibare werklust. Hyperthyreoïdie kan heel plotseling ontstaan, maar vaak ontwikkelt de ziekte zich langzaam.

De volgende symptomen komen vaak voor bij hyperthyreoïdie:

  • rusteloosheid
  • overactiviteit
  • verscherpte waarneming (overgevoeligheid voor geluid)
  • nervositeit
  • concentratiestoornissen
  • prikkelbaarheid, ongeduldigheid
  • versterkt emotioneel gedrag
  • angst (bijv. straatvrees)
  • verhoogde spanning
  • wisselende depressieve gevoelens
  • huilbuien

Typerend voor iemand met hyperthyreoïdie zijn rusteloosheid, overactiviteit en gevoelens van agressie. Genoemd worden ‘een constante onrust voelen’, ‘geen moment stil kunnen zitten’, ‘het gevoel te hebben uit elkaar te kunnen barsten, alsof het van binnen kookt’, ‘op en top gespannen zijn, als het ware onder stroom staan’. De dwang om steeds maar bezig te moeten zijn en de onmogelijkheid je te concentreren op je bezigheden, kan uitmonden in agressie. Ook een geluid of bepaald gedrag van huisgenoten, kan makkelijk agressie opwekken en leiden tot uitbarstingen, ruzie en geschreeuw.

Veranderde persoonlijkheid

Hyperthyreoïdie kan leiden tot een verandering van de persoonlijkheid. Partner, huisgenoten en collega’s herkennen de persoon soms nauwelijks meer. Ze begrijpen ook de reden niet van de verandering. De patiënt weet het zelf ook niet en kan het dus ook niet uitleggen. Deze situatie legt een grote druk op partner, huisgenoten en collega’s op het werk. Zij moeten zich vaak in allerlei bochten wringen om de sfeer goed te houden.

Als de diagnose is gesteld en de behandeling begonnen is, wordt de oorzaak van het afwijkende gedrag pas duidelijk. Vaak hoort de patiënt dan pas hoe hij of zij veranderd was en hoe moeilijk het om met hem of haar om te blijven gaan. Het zal niemand verbazen dat bij deze patiënten veel verbroken relaties voorkomen. Van groot belang is dat patiënt en partner op een zo vroeg mogelijk tijdstip op de hoogte zijn van de gevolgen van een functiestoornis van de schildklier.

Klachten bij hypothyreoïdie

Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig hormoon. Lichaam en geest zijn vaak ‘slaperig’. Hypothyreoïdie ontstaat vaak heel langzaam, maar dat hoeft niet. De patiënt en zijn omgeving hebben niet in de gaten dat er iets lichamelijk mis is. Behalve van lichamelijke klachten is er bij hypothyreoïdie vaak sprake van achteruitgang van de zogenaamde cognitieve functies: aandacht, concentratie en inprentingsvermogen. Verder kan de patiënt last hebben van:

  • vergeetachtigheid
  • dof en wattig gevoel in hoofd
  • gebrek aan initiatief
  • apathie (gevoelsvervlakking, ongevoeligheid voor psychische prikkels)
  • onzekerheid
  • traagheid
  • depressieve gevoelens
  • pseudodementie
  • soms is er sprake van snelle irritatie, agitatie en agressie

Omdat hypothyreoïdie vaak een zeer geleidelijk verloop heeft, wordt de aandoening dikwijls pas na lange tijd als zodanig herkend. Aanvankelijk worden de klachten vaak toegeschreven aan stress, depressie of menopauze (overgang bij vrouwen). Naarmate het langer duurt voordat de diagnose wordt gesteld, des te ernstiger kunnen de verschijnselen worden.

Diagnose

Het is voor een arts niet altijd even makkelijk om vast te stellen of iemand hyper- of hypothyreoïdie heeft. Vrijwel alle patiënten met een schildklierfunctiestoornis hebben klachten en symptomen die kunnen passen bij een te traag of te snel werkende schildklier. Hypothyreoïdie kan leiden tot klachten als gewichtstoename, kouwelijkheid, obstipatie en traagheid. Hyperthyreoïdie kan leiden tot klachten als gewichtsverlies, ondanks goede eetlust, diarree en hartkloppingen. Zowel hypo- als hyperthyreoïdie kan moeheid en menstruatiestoornissen veroorzaken. Een uitgesproken beeld met klassieke symptomen is in de praktijk zeldzaam.

Het is moeilijk onderscheid te maken tussen hyperthyreoïdie en nervositeit. Dat komt doordat een aantal symptomen hetzelfde zijn, zoals hartkloppingen, abnormaal versnelde hartslag, trillende vingers. Klachten van overgevoeligheid voor warmte, grote eetlust of vermagering kunnen dan de doorslag geven. Bij hypothyreoïdie en depressie lijken de symptomen erg op elkaar. Bij beide aandoeningen kun je je lichamelijk mat, moe en futloos voelen, een droge huid hebben en last hebben van obstipatie. Maar je kunt ook geremd zijn in denken en handelen, en weinig of geen zin hebben in vrijen.

Behandeling

Als bloedonderzoek heeft aangetoond dat er sprake is van een schildklierstoornis, dan kan met de juiste behandeling worden begonnen. Een juiste behandeling betekent: niet te veel en niet te weinig schildklierhormoon. Langzaam maar zeker verdwijnen de meeste klachten. In de praktijk blijkt dat veel schildklierpatiënten klachten houden. Heeft de schildklierstoornis lange tijd bestaan voordat de behandeling begon, dan kan het herstel langer tijd duren.

Klachten en symptomen vaak aspecifiek

Het is voor een arts niet altijd even makkelijk om vast te stellen of iemand hyper- of hypothyreoïdie heeft. Vrijwel alle patiënten met een schildklierfunctiestoornis hebben klachten en symptomen die kunnen passen bij een te traag of te snel werkende schildklier. Een uitgesproken beeld met klassieke symptomen is in de praktijk zeldzaam.

Hypothyreoïdie kan leiden tot klachten als gewichtstoename, kouwelijkheid, obstipatie en traagheid. Hyperthyreoïdie kan leiden tot klachten als gewichtsverlies, ondanks goede eetlust, diarree en hartkloppingen. Zowel hypo- als hyperthyreoïdie kan moeheid en menstruatiestoornissen veroorzaken.

Bovenstaand geldt als de schildklier te veel of te weinig hormoon maakt. Maar ook geldt dat als de dosis schildklierhormoon te hoog of te laag is.

3 opmerkingen:

Anoniem zei

Zijn er meer mensen die eerst de ziekte van graves hebben gehad en daarna door radioactieve slok een te langzaamwerkende schildklier hebben?

Laura zei

Ja, de meeste mensen hebben na radioactief jodium een te langzaam werkende schildklier.

Mel zei

ja ik heb de ziekte van Graves en een slok gehad. hierdoor werkt me schildklier nu te langzaam.

Een reactie plaatsen

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.