dinsdag 17 april 2012

Bloedonderzoek naar antistoffen TPO, Tg en TSH-receptor

Vaak is een schildklieraandoening een auto-immuunziekte. Het lichaam maakt antistoffen tegen het eigen weefsel. De volgende antistoffen spelen een rol:
  • antistoffen tegen de schildklier
  • antistoffen tegen de TSH-receptor

Veel is nog onbekend over de rol van deze antistoffen.

Antistoffen tegen de schildklier

Anti-TPO en anti-Tg zijn antistoffen tegen de schildklier. Mogelijk veroorzaken zij een ontsteking en beschadigen ze de schildklier. Veel patiënten met de ziekte van Graves en de ziekte van Hashimoto hebben deze antistoffen. Bij patiënten met andere schildklieraandoeningen komen deze antistoffen ook voor. Ze zijn soms ook aanwezig bij gezonde personen, met name bij vrouwen boven 45 jaar. Niet iedereen met deze auto-antistoffen krijgt een schildklieraandoening.

Antistoffen TPO, normaalwaarden in IE/ml

  • negatief: lager dan 60
  • dubieus: 60 – 100
  • positief: hoger dan 100

Elk laboratorium heeft zijn eigen normaalwaarden


Antistoffen Tg, normaalwaarden in IE/ml

  • negatief: lager dan 280
  • dubieus: 280-344
  • positief: hoger dan 344

Antistoffen tegen de TSH-receptor

Antistoffen tegen de TSH-receptor hebben te maken met de werking van TSH. TSH stimuleert de schildklier om hormonen te maken. Bij deze antistoffen is er verschil tussen stimulerende en blokkerende antistoffen. Samen worden ze vaak TBII genoemd.

  • Stimulerende antistoffen – ook wel TSI genoemd – doen TSH na. In dat geval stimuleren ze de schildklier om veel schildklierhormoon te maken.
  • Blokkerende antistoffen - soms TBI genoemd - zorgen dat de TSH zijn werk niet kan doen. De schildklier wordt niet meer gestimuleerd om hormoon te maken. De schildklier verschrompelt (atrofie).

Antistoffen tegen de TSH-receptor, normaalwaarden in IE/l

  • negatief: lager dan 1,8
  • positief: hoger dan 1,8



TSI en zwangerschap

Bij Graves’ hyperthyreoïdie nu of in het verleden moet tijdens de zwangerschap het bloed altijd gecontroleerd worden op TSI-antistoffen. Dat gebeurt t/m de zesde maand. Als er TSI-antistoffen zijn aangetoond, moet de controle in de laatste drie maanden van de zwangerschap worden herhaald. Deze antistoffen kunnen via de placenta bij de baby terecht komen.

In de laatste drie maanden kunnen die antistoffen de schildklierfunctie beïnvloeden van de baby. Hierdoor kan de baby zelf hyperthyreoïdie krijgen. Dit is gelukkig zeldzaam, bij ongeveer 1 tot 5% van alle zwangerschappen van alle ‘Graves-zwangeren’. Maar als het voorkomt, heeft de baby meer kans op onder andere groei- en ontwikkelingsstoornissen, een te snelle hartslag en een te grote schildklier (struma).

Een struma kan problemen geven bij een bevalling. In dit geval moeten een internist en gynaecoloog de zwangerschap en bevalling goed begeleiden.



Voor het eerst online: 1 april 2008
Laatste wijziging: 15 februari 2015

3 opmerkingen:

sandratool zei

Mijn a-tsh id 1,0. Houdt deze waarde verband met verminderde vruchtbaarheid, miskramen, vermoeidheid en haaruitval?

Laura zei

Wat bedoel je met a-tsh?

Anoniem zei

Hi, do you know where I can get my tpo and tg antibodies tested privately, so that I can avoid the huisarts ? In England I can do this no problem but now I live here in Brabant, and I would like to know whether or not my diet has made a difference to my antibody levels.
Thanks, Anthia

Een reactie plaatsen

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.