vrijdag 28 september 2012

Cognitief functioneren bij behandeling hypothyreoïdie met levothyroxine

Dit is een onderzoek dat neuro-cognitief functioneren evalueert na langdurige LT4-behandeling (gemiddelde behandelingstijd 5,5 jaar). Daarnaast werd onderzocht of psychologisch welzijn in deze patiëntengroep verschilde met gezonde personen. Hypothyreoïdie wordt in verband gebracht met een verminderde functie van het geheugen, de concentratie, de psychomotorische snelheid, visuele waarneming en constructieve vaardigheden (handigheid).

Cognitive functioning and well-being in euthyroid patients on thyroxine treated replacement therapy for primary hypothyroidism
EM Wekking, BC Appelhof, E Fliers, AH Schene, J Huyser, JGP Tijssen, WM Wiersinga

Introduction

Overt hypothyroidism is associated with deficits in general intelligence, memory, attention, psychomotor speed, visuoperceptual and constructional skills (1). Thyroxine (T4) replacement therapy is the standard treatment of hypothyroidism that appears effective in restoring biochemical euthyroidism as evidenced by serum thyrotropin (TSH), and free T4 and triiodothyronine (T3) concentrations within the normal range. Although hormonal substitution therapy has been very successful in reducing morbidity and mortality of primary hypothyroidism, it is well known in clinical practice that a minority of patients have persistent symptoms despite adequate T4 replacement therapy. These are often vague, aspecific complaints about fatigue, muscle aches, depressed mood or decreased memory function.

  • This is the first study to evaluate neurocognitive functioning after long-standing T4 therapy (median duration of substitution therapy 5.5 years).
  • Secondly, we investigated whether psychological well-being in this patient group differs from healthy subjects.
  • Finally, we examined whether serum TSH or thyroid peroxidase antibodies (TPO-ab) are determinants of neurocognitive performance and well-being.

A recent community study (2) provided the first evidence to indicate that patients on thyroxine replacement even those with a normal serum TSH display significant impairment in psychological well-being compared with controls of similar age and sex. These findings raise the question whether neurocognitive functioning in T4-treated hypothyroid patients might also be impaired.

A review of neurocognitive aspects of hypothyroidism suggested that successful treatment of hypothyroidism might be associated with only partial and typically inconsistent patterns of recovery of overall neurocognitive functioning (1). However, this conclusion was reached from only a few studies on neurocognitive functioning carried out shortly after re-establishing euthyroidism with thyroid replacement therapy in hypothyroid patients.

In 1969, Whybrow et al. reported on four such patients, and concluded that when the hypothyroidism had been long-standing, brain impairment persisted after thyroid replacement therapy (3). Osterweil et al. reported on neurocognitive functioning of 54 patients with overt or minimal hypothyroidism (4). A subset of 11 to 34 patients was available for neurocognitive retesting. It was concluded that the deleterious effect of hypothyroidism is at least partly reversible, but possibly not completely, as some test results remained significantly impaired compared with euthyroid controls without hypothyroidism (4). A single case report by Mennemeier et al. reported similar conclusions (5).

As almost no data are available concerning neurocognitive functioning of patients with T4-treated hypothyroidism, we investigated the level of cognitive functioning in a large group of Dutch patients, all adequately treated for primary autoimmune hypothyroidism, and compared the results with the normal reference values for these tests.

Also read ...

Abstract, Subjects and methods, Results and Discussion.

References introduction

  1. Dugbartey AT. Neurocognitive aspects of hypothyroidism. Archives of Internal Medicine. 1998 158 1413–1418.
  2. Saravanan P. Chau WF, Roberts N, Vedhara K, Greenwood R, Dayan CM. Psychological well-being in patients on ‘adequate’ doses of L-Thyroxine: results of a large , controlled community-based questionnaire study. Clin Endocrinol (Oxf) 2002;57(5): 577-585.
  3. Whybrow PC, Prange AJ, Jr. Treadway CR. Mental changes accompanying thyroid gland dysfunction. A reappraisal using objective psychological measurements. Arch Ge. Psychiatry 1969; 20(1):48-63.
  4. Osterweil D, Syndulko K, Cohen SN, Pettler-Jennings, Hershman JM, Cummings JL et al. Cognitive function in non-demented older adults with hypothyoïdism. Journal of the American Geriatrics Society 1992; 40(4):325-335.
  5. Mennemeier M, Garner RD, Heilman KM. Memory, mood and measurement in hypothyroidism. Journal of Clinical & Experimental Neuropsychology 1993; 15(5):822-831.

donderdag 27 september 2012

Wat je kunt meten en weten als er iets met je schildklier is!

Belangrijk is dat je als schildklierpatiënt leert wat de schildklier doet, wat je zelf kunt doen en wat een schildklieraandoening betekent. Kennis maakt je weerbaar en je wordt een gelijkwaardiger gesprekspartner van je arts. Het kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. In het Engels noem je dat: empowerment. (Helaas is er geen mooie vertaling ...)

Tips







zaterdag 22 september 2012

Wat arts en patiënt elkaar vertellen ...

Patiënten kunnen heel goed meepraten over de kwaliteit van de communicatie in de spreekkamer en hebben voor zowel artsen als patiënten stevige tips. In de spreekkamer praten twee partijen met elkaar: arts en patiënt. Opmerkelijk genoeg worden patiënten zelden systematisch betrokken bij de vraag wat goede communicatie is. Communicatietrainingen worden ontwikkeld door en voor professionals. Maar is dat wel terecht? Waarom zou je niet aan patiënten zelf vragen wat zij belangrijk vinden in de communicatie met hun arts?

Er is weinig reden patiënten níet systematisch te betrekken bij de beoordeling van de kwaliteit van zorg, betoogt Jozien Bensing van het NIVEL. Zij begon daarom de GULiVER-study, een internationaal project met onderzoekers uit België (Gent), Nederland (Utrecht), Engeland (Liverpool) en Italië (Verona), waarin burgers gevraagd werd video’s van medische consulten te beoordelen en hun oordeel van commentaar te voorzien. En waarom zijn er geen communicatietrainingen voor patiënten?

Lees ook





donderdag 20 september 2012

Hoge ouderdom en lage activiteit schildklier

Een lage schildklieractiviteit is één van de erfelijke factoren die bijdraagt aan het bereiken van een zeer hoge ouderdom. Leidse onderzoekers hebben hiervoor opnieuw aanwijzingen gevonden met behulp van gegevens uit de ‘Leiden Lang Leven Studie’, meldden zij in Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism.

Familial Longevity Is Associated with Decreased Thyroid Function
MP Rozing, JJ Houwing-Duistermaat, PE Slagboom, M Beekman, M Frölich, AJM de Craen, RGJ Westendorp en D van Heemst

Langlevendheid door lage activiteit schildklier
Twan van Venrooij
Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:C683

Schildklierfunctie, dagelijks functioneren en overleving van de oudste ouderen; de 'Leiden 85-plus Studie'
J Gussekloo, E van Exel, AJM de Craen, AE Meinders, M Frölich en RGJ Westendorp
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:90-6

Aan de ‘Leiden Lang Leven Studie’ namen 421 families deel waarvan van alle broers of zussen minimaal 2 een zeer hoge leeftijd hadden bereikt (89 jaar voor mannen, 91 voor vrouwen). Uit de studie bleek al eerder dat de kinderen van de hoogbejaarde broers en zussen op middelbare leeftijd lagere schildklierhormoonspiegels hebben dan controlepersonen. Of er ook bij de langlevenden zelf een relatie bestaat tussen de schildklieractiviteit en langlevendheid is echter niet op dezelfde manier te onderzoeken vanwege een gebrek aan geschikte controlepersonen.

Om toch meer duidelijkheid te krijgen over de relatie tussen schildklieractiviteit en langlevendheid bij de hoogbejaarde deelnemers aan de ‘Leiden Lang Leven Studie’, onderzochten Rozing en collega’s dit op een andere manier. Zij hebben de mate van langlevendheid binnen een familie berekend aan de hand van de leeftijd van overlijden van de ouders van de langlevenden en deze vervolgens gecorreleerd aan de schildklieractiviteit bij hun hoogbejaarde kinderen. De gedachte hierachter was dat eigenschappen gerelateerd aan langlevendheid, in dit geval een lage schildklieractiviteit, meer uitgesproken zouden moeten zijn bij een hogere mate van langlevendheid bij de ouders.

Dit bleek inderdaad het geval. Hoe lager de zogenoemde ‘family mortality history score’ van de ouders, hoe lager de niveaus van T4 en T3 bij hun hoogbejaarde kinderen. De resultaten ondersteunen eerdere bevindingen die suggereerden dat lage schildklieractiviteit een erfelijke factor is die betrokken is bij langlevendheid, concluderen de onderzoekers. Volgende onderzoeken zullen zich richten op het ontrafelen van de hierbij betrokken genetische mechanismen.


woensdag 19 september 2012

Stoppen met roken en ziekten van de schildklier

Current smoking is associated with a low prevalence of thyroid auto-antibodies. On the other hand, smoking withdrawal enhances thyroid autoantibody level and may be a risk factor for development of hypothyroidism. Aim of the study was to assess the association between smoking habits (smoking cessation in particular) and development of autoimmune hypothyroidism.

Smoking cessation is followed by a sharp but transient rise in the incidence of overt autoimmune hypothyroidism - A population-based case-control study
Carlé A, Pedersen IB, Knudsen N, Perrild H, Ovesen L, Rasmussen LB, Jørgensen T, Laurberg P.
Department of Endocrinology & Medicine, Aalborg Hospital, Aarhus University Hospital, Denmark

Design

Populations-based case-control study.

Participants

Cases (n=140) newly diagnosed with primary autoimmune overt hypothyroidism were identified prospectively by population monitoring (2,027,208 person-years of observation) of all thyroid function tests performed in the two well-defined geographical areas. Individually age-, sex-, and region-matched euthyroid controls (n=560) were simultaneously included from the same population.

Measurements

Participants gave details on smoking habits including smoking withdrawal and other lifestyle factors. Smoking habits were verified by measuring urinary cotinine (a nicotine metabolite).

Results

Incident hypothyroidism was very common in people who had recently stopped smoking: OR vs. never smokers (95%-CI); quit smoking < 1 years: 7.36 (2.27-23.9); 1-2 years: 6.34 (2.59-15.3); 3-10 years: 0.75 (0.30-1.87); >10 years: 0.76 (0.38-1.51). Results were consistent in both sexes and irrespective of age. Within two years after smoking cessation, the percentage of hypothyroid cases attributable to cessation of smoking was 85%. Current smoking was not associated with altered risk for developing overt hypothyroidism (OR: 0.92 (0.57-1.48)).

Conclusions

The risk of having overt autoimmune hypothyroidism diagnosed is more than 6 fold increased the first 2 years after cessation of smoking. Clearly smoking cessation is vital to prevent death and severe disease.

However, awareness of hypothyroidism should be high in people who have recently quit smoking, and virtually any complaint should lead to thyroid function testing.

dinsdag 18 september 2012

Welke schildklieraandoening heb jij?

Afgelopen maand kon je een enquête invullen over welke schildklieraandoening jij hebt. En daar hoort een uitslag bij!

Resultaten

In totaal hebben 92 mensen gestemd.

  • Hypothyreoïdie 59 (64%)
  • Hyperthyreoïdie 9 (9%)
  • Nodus / Cyste 10 (10%)
  • Schildklierkanker 17 (18%)
  • Oogziekte van Graves 4 (4%)

Let op

Deze cijfers zeggen alleen iets over bezoekers van Schildkliertje en mensen die gestemd hebben. De uitslag heeft dus geen enkele wetenschappelijke waarde.

Ervaringen delen?





dinsdag 11 september 2012

Levothyroxine innemen met koffie: geen goed idee

Several drugs inhibit the intestinal absorption of levothyroxine (L-T4) when taken simultaneously with the thyroid hormone or shortly later. Recently, in a study on 8 women, coffee has been reported to reduce the intestinal absorption of L-T4, so that L-T4 was added to the list of the medications whose intestinal absorption is decreased by coffee.

Coffee impairs intestinal absorption of levothyroxine; report of additional cases
A Sindoni, R Vita, S Fusco, G Saraceno, MA Pappalardo, O-R Cotta, S Grasso, F Trimarchi, S Benvenga

Coffee interferes with the intestinal absorption of levothyroxine
Clinical Thyroidology

We report another six adult patients, 5 women and 1 man, aged 38 to 62 years, who were observed during the last 18 months. All patients were referred because of failure of serum TSH to be normalized or suppressed by appropriate replacement (1.6-1.8 μg/kg b.w.) or TSH-suppressive (2.0-2.2 μg/kg b.w.) therapy with L-T4. In each of the six patients, serum TSH failed to be normalized or suppressed if L-T4 was swallowed simultaneously with coffee (or followed by coffee soon after).

Correction of this habit, by drinking coffee 60 minutes after having swallowed L-T4 with water, resulted in normalization or suppression of serum TSH.



maandag 10 september 2012

Inzicht in schildklierhormoon: slechts het begin, niet het einde

In 2004 en 2005 verschenen twee artikelen van onder meer P. Saravanan en C. M. Dayan op de site Hot Thyroidology van de European Thyroid Association en in The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism. Beschreven werd hoe in die jaren het inzicht van de werking van schildklierhormoon en de effecten van vervangend schildklierhormoon in feite slechts aan het begin stond. Met alle ontwikkelingen in de laatste jaren en nu zelfs met de publicatie van een (experimentele) Europese richtlijn voor de behandeling met L-T4 en L-T3, is er alle reden om aandacht te besteden aan deze artikelen. Zoals Saravanan en Dayan stelden: het was geen einde, maar een begin.

Understanding thyroid hormone action and the effects of thyroid hormone replacement – Just the beginning not the end
P Saravanan en CM Dayan

Partial substitution of thyroxine (T4) with tri-iodothyronine in patients on T4 replacement therapy: results of a large community-based randomized controlled trial
P Saravanan, DJ Simmons, R Greenwood, TJ Peters en CM Dayan

Future directions

New developments in thyroid hormone biology have indicated multiple levels at which variations in the pathway of thyroid hormone action could have clinically important effects but at present evidence of clinical relevance is limited. To make progress in this area and determine whether inter-individual variations in the pathway of thyroid hormone action contribute to psychological morbidity, predispose to other conditions and/or determine failure to respond adequately to thyroid hormone replacement in some individuals is a complex task.

Progress is required in 4 areas

  1. There is a need for new markers of thyroid action in different tissues. In particular, it will be important to determine whether individuals who respond poorly to thyroid hormone in terms of psychological well-being fail to improve in any more objective measures that could relate to thyroid hormone action e.g. sleep pattern or serotonergic responses. These could then be used to monitor response to intervention more objectively.
  2. Studies are required to identify any variations or polymorphisms in elements of the pathway of thyroid hormone action - e.g. T3/rT3 ratio, deiodinase or transporter polymorphisms - which predict the psychological response to thyroid hormone or correlate with other potentially thyroid hormone related effects (eg sleep parameters, echocardiographic changes or changes in bone turnover).
  3. Future intervention studies with T4 alone or in combination with T3 should be large in order:
    • to carry sufficient power to see any clinical significant effect,
    • to allow correlations to be drawn between response to therapy and baseline measures of thyroid hormone action or metabolism and
    • to be sufficiently long-term enough to enable assessment of the risk to the heart and skeleton of potential overplacement. Such studies also need to be very carefully blinded to distinguish placebo effects from effects attributable to the intervention.
  4. Future studies involving T3 replacement will require careful attention to dosing, dose titration and dosing ratios with T4. We have shown that despite chronic combined T3/T4 therapy wide fluctuations persist in the free T3 levels. Thus, use of new low-dose and slow-release preparations to allow careful monitoring and physiological replacement will be particularly valuable.


Partial substitution of thyroxine (T4) with tri-iodothyronine 
showed a modest beneficial effect after 3 months.
Interestingly, thyroid function ‘drifted’ between 3 and 12 months of follow-up (with a fall in the T3/T4 ratio) and the effect was lost.


Conclusions

Despite 100 years of thyroid hormone replacement, controversy still exists about the optimum replacement therapy for hypothyroid patients. Several recent studies have given insight in to the complex thyroid hormone metabolism. These support the hypothesis that serum and tissue levels of thyroid hormones may diverge significantly and vary between tissues.
The dissatisfaction experienced by some individuals on thyroxine replacement despite normal TSH levels may in part relate to this. If so, it should be seen as a pointer to greater understanding of the action of thyroid hormone and its predisposing effects on morbidity in many conditions rather than an unwelcome clinical frustration. If so, we are the beginning of a road of discovery rather than at the end of an unsuccessful chapter in thyroid hormone replacement.

Lees ook



donderdag 6 september 2012

Schildklierkanker en medicijnen

Na de operatie en behandeling met radioactief jodium

Tijdens en na de behandeling van schildklierkanker worden de volgende medicijnen gebruikt:
  • recombinant humaan TSH
  • levothyroxine
  • tyrosine kinase remmers (sorafenib en vandetanib)

Recombinant humaan TSH

Bij schildklierkanker wordt als middel wel recombinant humaan TSH (rhTSH of Thyrogen®) gebruikt.

Ablatie

Bij schildklierkanker wordt de schildklier met een operatie verwijderd. Na deze operatie worden patiënten (meestal) behandeld met radioactief jodium om restweefsel van de schildklier te vernietigen (= ablatie).

Nacontroles

Aangezien de schildklierkanker in bepaalde gevallen kan terugkeren is regelmatig nazorgonderzoek (follow-up) van belang. Deze follow-up bestaat uit een bloedtest waarbij Tg (thyreoglobuline) wordt gemeten. Vaak wordt er ook een lichaamsscan gemaakt met radioactief jodium.

Recombinant humaan TSH kan gebruikt worden bij de eerste behandeling met radioactief jodium na de operatie. En het kan ook gebruikt worden bij de bloedtest en lichaamsscan bij de follow-up van schildklierkanker.

Wanneer de patiënt een verhoogde TSH-waarde heeft (een hormoon dat de schildklier stimuleert), kan de hoeveelheid Tg nauwkeuriger gemeten worden. Met injecties recombinant humaan TSH (rhTSH) kan de hoeveelheid TSH kunstmatig verhoogd worden. Uit onderzoek blijkt echter dat dit de diagnostische opbrengst van de Tg-meting amper verbetert.

Als de patiënt rhTSH gebruikt, hoeft hij voor de nacontrole niet met levothyroxine te stoppen. Voordat dat rhTSH op de markt kwam, moest de patiënt met levothyroxine stoppen en kreeg hij klachten door een flinke hypothyreoïdie. Bij het gebruik van rhTSH wordt die hypothyreoïdie voorkomen.

Levothyroxine

Wanneer de schildklier verwijderd is met een operatie, ontstaat hypothyreoïdie. Er is geen schildklier meer die hormoon maakt. De arts schrijft bij hypothyreoïdie levothyroxine voor. Tabletten levothyroxine (T4-hormoon) zijn verkrijgbaar als Thyrax®, Euthyrox® en Eltroxin®. De tabletten vervangen de hele schildklier (= substitutie).

De TSH-waarde wordt bij patiënten na schildklierkanker vaak laag gehouden. Het vrije T4 (FT4) is dan vaak hoog. Dat heeft een reden. TSH is schildklier stimulerend hormoon. Het stimuleert schildkliercellen om te werken. Na schildklierkanker wil je juist niet dat (mogelijk) achtergebleven schildkliercellen gaan werken.

Tips bij het gebruik van levothyroxine/T4-hormoon

Lees verder bij praktische tips voor het sikken van levothyroxine. Na schildklierkanker krijgt iemand vaak een iets hogere dosis levothyroxine om de tsh-waarde onderdrukt te houden. Op die manier worden mogelijk achtergebleven schildkliercellen niet gestimuleerd om te werken.

Tyrosine kinase remmers (sorafenib en vandetanib)

Uitzaaiingen worden ook meestal met radioactief jodium behandeld; soms met een operatie. Niet alle uitzaaiingen nemen radioactief jodium op, dan kan operatie of bestraling mogelijk nodig zijn. Maar ook enkele nieuwe geneesmiddelen kunnen wellicht nieuwe behandelingsopties bieden voor deze patiënten. Het gaat hier om tyrosine kinase remmers (tyrosine kinase inhibitors) zoals sorafenib en vandetanib. In enkele klinische studies bij progressief schildkliercarcinoom werd daar onderzoek naar gedaan.

Meer informatie over onderzoek naar sorafenib vind je op deze pagina onder het kopje Onderzoek.

maandag 3 september 2012

Over gezondheidszorg, democratie en zorgconsumenten

Mensen krijgen met de ontwikkeling naar vraaggestuurde zorg en marktwerking een actievere rol. Van de patiënt of 'zorgconsument' wordt verwacht dat hij of zij zichzelf beter kan informeren over goede zorg, waar dat wel en niet te verkrijgen is en over nut en noodzaak van behandelingen. Verwacht wordt dat ze zelf kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist zij gaan. Op deze manier zouden ze zorgaanbieders dwingen goede kwaliteit te leveren tegen een scherpe prijs.

Leestips

Volgens Margo Trappenburg is deze ontwikkeling niet ingegeven door een beweging ‘van onderop’, dus door ongeruste patiënten die inspraak eisen. De democratie komt ‘van bovenaf’. Het is de overheid die de gezondheidszorg wilde hervormen, met als doel de almaar groeiende kosten te beheersen. Het oude verzekeringsstelsel prikkelde daartoe niet. Alles wat de dokter goed achtte, werd betaald.

Zij beschrijft hoe de overheid een aantal strategieën bedacht om haar invloed te vergroten. Een van die strategieën was om ‘de patiënt’ te organiseren als tegenhanger van het machtig medisch bolwerk dat zich maar niet liet reguleren. Vervolgens bleek het voor de overheid wel zo handig om één duidelijke gesprekspartner te hebben. En zo werd in 1992 de NPCF opgericht, als federatie van patiëntenverenigingen met een breed draagvlak. Een van de bedoelingen van de NPCF was dat ze collectieve contracten met verzekeraars zou sluiten, een andere was dat ze gesprekspartner zou zijn voor de overheid. Daarmee was de politieke figuur van de ‘zorgconsument’ geboren.

Jany Rademakers stelt vast dat veel mensen gewoon niet in staat zijn om op een actieve manier hun gezondheid te managen. De helft van de mensen heeft moeite om de regie te nemen als het over de gezondheid gaat. Dat komt doordat mensen de taalvaardigheden niet hebben, de kennis missen, niet weten waar ze de informatie vandaan moeten halen of het zelfvertrouwen niet hebben om vragen te stellen aan de dokter.




zaterdag 1 september 2012

September = aandacht voor schildklierkanker

Thyroid Cancer Awareness Month

De maand september staat helemaal in het teken van schildklierkanker. Het is de thyroid cancer awareness month. Deze awareness ofwel dat bewustzijn is nodig. Het aantal patiënten met schildklierkanker groeit namelijk wereldwijd. Informatie over schildklierkanker is nodig en patiënten willen hun ervaringen delen.

Informatie op Schildkliertje


Ervaringen delen


Informatie op websites







Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.