maandag 30 december 2013

Veel patiënten krijgen zonder pardon generiek schildklierhormoon

Laatste wijziging: 4 maart 2014

Op schildklierfora, Facebook en Twitter, maar ook op het Viva-forum houdt het preferentiebeleid de gemoederen flink bezig. Zonder uitleg of informatie krijgen te veel patiënten te vaak opeens een ander merk of merkloos levothyroxine bij hun apotheek. Dit is een ongewenste ontwikkeling doordat zulke veranderingen in medicatie kunnen zorgen voor over- of onderdosering.


Deze praktijk gaat in tegen het advies in de Handleiding Geneesmiddelensubstitutie van de KNMP. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie is de beroeps- en brancheorganisatie voor apothekers.

In de praktijk

Inmiddels blijkt in de praktijk dat met verwijzing naar de Handleiding Geneesmiddelensubstitutie apothekers bereid zijn patiënten hun vaste merk levothyroxine te geven. En verzoek de arts het merk en medische noodzaak (MN) op het recept te zetten.


Meer informatie






zondag 22 december 2013

Jaaroverzicht 2013

Aan het eind van een jaar is het weer een mooi moment voor cijfertjes en statistieken. Vandaar dit jaaroverzicht van Schildkliertje met aantallen bezoeken, unieke bezoekers en bezochte pagina’s.

Bezoeken

Aantal bezoeken: 56.664
Unieke bezoekers: 37.312
Paginaweergaven: 127.527
Pagina's per bezoek: 2,25

Top 10 bezochte pagina’s

  1. Bloedonderzoek TSH, T4, T3
  2. Hypofyse en schildklier
  3. Hypothyreoïdie
  4. Oogziekte van Graves
  5. Als je schildklier te weinig of geen hormoon maakt
  6. Is een lagere TSH-waarde veilig?
  7. Medicijnen, bijsluiters en verkrijgbaarheid
  8. Antistoffen
  9. Slik jij genoeg schildklierhormoon?
  10. Als jij de baas wilt zijn over jouw schildklier behandeling!


donderdag 19 december 2013

Oogziekte van Graves en Rundle’s curve

It's time to set the record straight on Rundle’s curve. For many years, the term Rundle’s curve has been used as shorthand in the lexicon of Graves ophthalmopathy as a descriptor of the disease’s putative natural history.

Rundle and his curve
GB Bartley
Arch Ophthalmol. 2011;129(3):356-358. doi:10.1001/archophthalmol.2011.29

As depicted the disorder’s signs and symptoms are thought to worsen rapidly during a dynamic phase, reach a point of maximum severity, and then abate to a static plateau that is improved but not resolved to the baseline condition. The curve’s sinuous shape is probably applicable to many other diseases, such as rheumatoid arthritis, as well as to numerous nonmedical phenomena, such as the sales of Beatles’ recordings since 1964 or the waistline of the average American between Thanksgiving and Valentine’s Day.

Rundle’s curve is so widely recognized that it frequently is named without citation. When a reference to F. F. Rundle’s work is provided it almost always is to a publication he coauthored with C. W. Wilson in 1945. Occasionally the origin of the curve is traced to an article that Rundle wrote with I. B. Hales in 1960. A review of the Hales and Rundle article, however, finds neither the familiar figure nor a description of Graves ophthalmopathy’s untreated chronologic course.

In some articles, such as a thoughtful review by Wiersinga both the 1945 and 1960 studies are referenced, but, in that particular article, Rundle’s curve is depicted as an inverse of what is commonly recognized today. So what is Rundle’s curve, and where did it originate?





vrijdag 13 december 2013

Verband tussen hyperthyreoïdie en psychiatrische aandoeningen

Hyperthyreoïdie bij volwassenen wordt geassocieerd met stemmingswisselingen en verminderde kwaliteit van leven. Met deze studie werd de relatie onderzocht tussen hyperthyreoïdie en de mate waarin psychiatrische aandoeningen voorkomen (= morbiditeit) onder de bevolking.

Hyperthyroidism and psychiatric morbidity. Evidence from a Danish nation-wide register study
F Brandt, M Thvilum, D Almind, K Christensen, A Green, L Hegedus, T Heiberg Brix

Psychiatric manifestations of Graves’ hyperthyroidism. Pathophysiology and treatment options
R Bunevicius en AJ Prange

Gegevens over hyperthyreoïdie en psychiatrische morbiditeit werden verkregen door koppeling van het Deense patiëntregister aan het Deense medicijnregister. Een totaal van 2631 personen met hyperthyreoïdie werden geïdentificeerd en gekoppeld aan controlepersonen zonder hyperthyreoïdie in een verhouding 1:4. De gegevens werden over een periode van gemiddeld zes jaar gevolgd. Rekenmodellen werden gebruikt om het risico te beoordelen van psychiatrische morbiditeit vóór en na de diagnose van hyperthyreoïdie.

Conclusie

Voor en na de diagnose lopen personen met hyperthyreoïdie een groter risico om opgenomen te worden met een psychiatrische diagnose en behandeld te worden met antipsychotica, antidepressiva en angstremmers.

Lees ook










maandag 9 december 2013

Bewegen is goed voor je ... met tips en ervaringen

Deze tien ervaringsverhalen geven (hopelijk) informatie, herkenning, steun en waardevolle tips ...

Mijn tip op het gebied van sport en hobby = Doe yoga! Mij bevalt het enorm goed. Als ik gewoon ga sporten en fitnessen heb ik soms het gevoel dat ik er in blijf! Hartkloppingen en zweten als een otter. Maar yoga geeft naast een intensieve fysieke work-out op een rustig tempo ook veel meer innerlijke balans. Bovendien bestaan er verschillende stijlen, van zeer kalm tot poweryoga. Ik zou zeggen, probeer het eens!

Sinds begin april is duidelijk dat mijn klachten werden veroorzaakt door mijn schildklier. Ik had al een paar jaar last van vermoeide benen en begin 2011 werden de klachten sterker: lusteloos, geen zin om te trainen want de benen waren ’s morgens al moe, tijdens een wedstrijd ook benauwd gekregen alsof ik niet genoeg lucht meer kreeg, al geruime tijd het erg snel koud hebben, vanaf dit jaar erg snel zweten, brosse nagels, een erg lage hartslag bleek bij een cardiogram in maart en ga zo maar door. Sporten (hardlopen) gaat nu nog wel maar de spieren protesteren heftig, het duurvermogen daalt alsof ik tegen een grens aan loop. De huisarts zei nog doodleuk: je wordt ook wel wat ouder hoor (54 jaar). Ik doe ook nog eens zwaar lichamelijk werk in soms warme omstandigheden (kwekerij) wat me nog wel goed af gaat al moet ik zeggen dat warmte voorheen mijn vriend was, maar dat het nu af en toe mijn vijand is. Mijn gewicht is de laatste jaren langzaam gestegen wat ik er niet meer af krijg hoeveel ik ook train en werk. Mijn grootste frustratie op dit moment is dat ik niet meer lekker kan sporten, dat mijn lichaam mij in de steek laat.

Bewegen doet goed ... maar hoe dan?
Anna vertelt over haar positieve ervaringen met bewegen. Aan bod komen boeken, artikelen en websites waar zij veel baat bij heeft. Anna heeft de ziekte van Hashimoto en kampt met restklachten.

Blijf vooral bewegen en sporten. Ook al ben ik soms na een dag werken doodmoe toch trek ik mijn loopschoenen aan om hard te gaan lopen. Eerlijk is eerlijk, de ene keer gaat het natuurlijk beter als de andere keer. Maar het gevoel wat ik na afloop heb is niet te beschrijven: zo, toch maar weer even gedaan!! Verder bezoek ik frequent de sportschool (een medische sportschool is een must omdat de belasting wordt afgestemd op jouw situatie persoonlijk). Mijn spieren hebben hier enorm veel baat bij en mijn gewicht kan ik hierdoor ook nog redelijk tot goed onder controle houden!

Bij mij is 2 jaar geleden Hashimoto geconstateerd. Na ongeveer een jaar lijkt het stabiel met medicijnen. Ik ben in de tussentijd blijven sporten, maar regelmatig gefrustreerd thuisgekomen. Inmiddels gaat het conditioneel prima: ik hockey, ik rij paard en ik loop minstens 2 keer per week hard. Als ik een off-day heb, sport ik niet om frustratie te voorkomen. Ik heb goed leren luisteren naar mijn lichaam. Blessures duren wel langer, maar dat heeft wellicht ook met eigenwijsheid in mijn karakter te maken (lees: te lang aanmodderen).

Lees meer over sport en schildklier!

Dit jaar kwam ik er achter dat ik schildklierproblemen heb. Na mij vaker niet lekker gevoeld te hebben ben ik eindelijk naar de dokter gegaan en heb bloed laten prikken. Hier kwam uit dat ik last had van hypothyreoïdie. De klachten vielen allemaal op hun plaats en sinds twee maanden heb ik medicijnen. Na de zomer begon mijn sport, voetbal, weer. Ik had voordien een aantal keren hard gelopen en dacht dat de conditie wel redelijk was. Maar ik zag in de loop der weken dat de conditie van mijn teamgenoten vooruit ging, waar die van mij eerder gelijk bleef. Ik had het gevoel dat ik een plafond had, hoe fit ik kon zijn. Dit was erg frustrerend, want ik kon het niet altijd volhouden. De dokter bevestigde dat het met de schildklier te maken had. Ik zat in een fase dat mijn medicatie omhoog ging, een pilletje meer per 2 weken. Ik merkte ook dat na twee weken mijn niveau ook omhoog ging. Nu mijn medicatie stabiel is, gaat het een stuk beter en mijn conditie gaat ook vooruit. Mindere dagen heb ik af en toe, ik denk 1x per maand. Ik weet gelukkig waar ik last van heb en hier kan ik dan ook rekening mee houden. Ik raad mensen aan eerder naar de dokter te gaan, wanneer zij zich niet lekker voelen. Laat je bloed controleren. Ik heb er namelijk te lang met schildklierproblemen rondgelopen, vind ik achteraf.

Al 9 jaar Hashimoto, gebruik nu Thyrax 175 mcg. Druk gezin, veel werk. Uiteindelijk (na veel gedoe) prima in evenwicht dankzij: Thyrax op vast tijdstip elke dag en twee maal per week sport (hoe dan ook). Ik eet koolhydraatarm en drink geen alcohol. Voel me eindelijk goed en dat is me alles waard.

Na zeker 10 jaar als een dood vogeltje op de bank te zitten en altijd moe te zijn, 2 dagen werken maar daarvoor iedere middag naar bed te moeten, heb ik nu een actief leven! Ik maak zelfs reizen naar de tropen en geniet volop! Ik ben 3 avonden in de week actief met bridge, theater, koor en zangles en heb nog steeds het gevoel dat ik veel moet inhalen.

Ik ben 25 jaar en geboren zonder schildklier. Mijn gehele jeugd heb ik badminton gespeeld en kon ik goed mee, behalve dat ik moeite had met de spierkracht oefeningen en ik niet lenig was. Ook heb ik altijd tegen overgewicht aan gezeten, wat ook niet helpt. Daarnaast speelde concentratie vaak een rol. Ik moet zeggen dat ik dat als kind niet in de gaten had. Vanaf mijn 16e ontwikkelde ik steeds vaker blessures. Badmintonnen werd steeds een lager niveau en uiteindelijk ben ik 3 jaar geleden begonnen met hardlopen. Ik doe dit omdat ik fit wil blijven, het houdt mijn spieren sterk en ik probeer nog steeds op gewicht te blijven. Conditioneel kan ik dit prima aan, ik kan 6-8 km lopen, maar ik heb snel last van spierpijn maar de spieren voelen ook vaak beurs. Daardoor komen blessures geregeld opzetten. Als ik voor mijn gevoel een off-day heb, gaat het sporten ook niet. Het is dan alsof ik na weken opbouwen ineens weer opnieuw kan beginnen alsof ik het kwijt ben. Of dit wat met de schildklier te maken heeft, daar ben ik nog niet uit. Vervelend op dat moment, maar dan ren ik gewoon wat minder. Een offday betekent namelijk dat er ook weer heel veel goede dagen zijn!

Sinds enkele jaren heb ik Hashimoto (hypo), ik heb het al zo lang dat ik me nauwelijks kan herinneren hoe ik was ‘voor’ de diagnose. Als ik me vergelijk met andere mensen van mijn leeftijd (27 jaar), dan merk ik dat ik weinig tot geen conditie heb, kortademig, snel spierpijn en veel minder soepel ben dan anderen. Wat ook meespeelt is dat ik geen resultaat zie als ik sport. Ik val maar niet af, wat niet erg motiverend werkt. Waar ik het allermeeste last van heb is de alles overheersende moeheid, waardoor weinig initiatief en depressieve gedachten. Ze zeggen dat je van sport een rush krijgt, maar die rush heb ik nog nooit gevoeld.

donderdag 5 december 2013

Nieuwe pillen, capsules, druppels en drankjes levothyroxine een aanwinst?

Het lijkt er veel op dat fabrikanten hun kans schoon zien. De markt voor levothyroxine is in beweging. Opeens duiken nieuwe vormen levothyroxine op: capsules, druppels en drankjes zijn hot. Ook nieuwe pillen verschijnen op de markt. Maar hebben patiënten er wel iets aan? Met druppels en drankjes is de kans op een verkeerde dosering groot. Hoe zit dat met capsules? En waarom merkloos schildklierhormoon? Levothyroxine heeft een nauwe therapeutische breedte. Iets te veel hormoon kan zorgen voor klachten en symptomen. Hetzelfde geldt voor iets te weinig hormoon.


De genoemde pillen, capsules en drankjes zijn in 2013 geregistreerd door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Deze producten hebben een handelsvergunning gekregen. Openbare beoordelingsrapporten zijn niet verkrijgbaar. Wat slikken we eigenlijk?

De laatste jaren zijn er telkens weer leveringsproblemen met schildklierhormoon. Merken en doseringen zijn niet altijd verkrijgbaar bij de apotheek. Patiënten ervaren ook dat hun apotheek niet telkens eenzelfde merk meegeeft. Ook dat is ongewenst. Duidelijk is dat een grote keus uit merken en generiek niet bijdraagt aan een betrouwbare levering en duidelijkheid bij patiënt, arts en apotheker.

Lees ook









woensdag 4 december 2013

Over anatabine, roken, tabak, ziekte van Hashimoto en antistoffen

Hashimoto’s thyroiditis is less prevalent in tobacco smokers. Anatabine, an alkaloid found in Solanaceae plants including tobacco, has been reported to ameliorate a mouse model of Hashimoto’s thyroiditis.

Anatabine supplementation decreases thyroglobulin antibodies in patients with chronic lymphocytic autoimmune (Hashimoto’s) thyroiditis: A randomized controlled clinical trial
LR Schmeltz, TC Blevins, SL Aronoff, K Ozer, JD Leffert, MA Goldberg, BS Horowitz, RH Bertenshaw,
P Troya, AE Cohen, RK Lanier, C Wright

Roken en autoimmuun schildklierziektes: het net sluit zich

Objective

The effects of anatabine in patients with Hashimoto’s thyroiditis.

Design, Setting, Patients, and Intervention

Double-blind, randomized, placebo-controlled multi-site study. A total of 146 patients (70 treated with anatabine, and 76 placebo) completed the study. Approximately 50% of patients in each group were on levothyroxine medication. Anatabine lozenges (9–24 mg/day) or placebo, each containing vitamins A and D3, were administered orally 3 times a day for three months.

Main Outcome Measures

Assessment of serum thyroid peroxidase antibodies (TPOAb) and thyroglobulin antibodies (TgAb). Safety was assessed though adverse events (AEs), clinical laboratory evaluations, and vital sign measurements.

Results

Anatabine treated patients had a significant reduction in absolute serum TgAb levels from baseline by study end relative to those on placebo (p = 0.027); however, there were no significant changes or differences in treatment group means for TPOAb or TgAb. Mean (± SD) TgAb values decreased by 46.2 (± 101.1) and 3.9 (± 83.9) WHO units for the anatabine and placebo groups, respectively. Significantly more patients had a drop in TgAb in the anatabine than placebo group. Overall the anatabine supplement was safe and well tolerated, although significantly more patients in the anatabine group reported AEs.

Conclusions

These results demonstrate an immunological effect of anatabine on TgAb levels. Further studies are warranted to dissect longer-term effects and possible actions of anatabine on the course of Hashimoto’s thyroiditis.


zondag 1 december 2013

Onderzoek naar schildklierhormoon bij herhaalde miskramen

Vrouwen met antistoffen tegen het schildklierenzym TPO (TPO-antistoffen) die meer dan twee keer een miskraam krijgen, worden vaak behandeld met schildklierhormoon. Nu nog bewijzen of dat werkt.

Schildklierpillen tegen miskramen
Liesbeth Jongkind

T4 Life - onderzoek naar schildklier en miskramen

Van de duizend vrouwen die zwanger worden, krijgen er honderd tot honderdvijftig een miskraam. Dat is vaak al ingrijpend, maar voor sommige vrouwen blijft het daar niet bij. Per jaar maken ten minste 2500 vrouwen in Nederland een tweede of volgende miskraam door. Want van die honderd tot honderdvijftig vrouwen krijgen er tien tot vijftien bij een volgende zwangerschap opnieuw een miskraam. Bij drie of vier van hen gaat het voor de derde keer mis. En gemiddeld krijgt een van die duizend zwangere vrouwen zelfs nog een vierde miskraam. Vaak is daar niks aan te doen, tot verdriet van de vrouwen en frustratie van hun behandelend artsen.

Een consortium van acht Nederlandse, een Belgisch en een Deens ziekenhuis onderzoekt de komende drie jaar in het kader van het T4 LIFE-onderzoek het toedienen van extra T4-hormoon bij 240 vrouwen die twee of meer miskramen gehad hebben en opnieuw zwanger willen worden. De helft van deze vrouwen krijgt geen schildklierhormoon maar een placebo. Noch de vrouwen zelf, noch de behandelend artsen weten wie de echte pilletjes krijgt en wie de neppillen.

Selenium geen effect op TPO-antistoffen bij gezonde vrouwen

Een aantal jaren geleden ging het AMC-onderzoek Selenium supplementation in euthyroid patients with thyroid peroxidase antibodies van start. Daarmee werd onderzocht of door selenium de TPO-antistoffen zouden dalen. Mogelijk zou dat miskramen kunnen voorkomen.

Selenite supplementation in euthyroid subjects with thyroid peroxidase antibodies
SA Eskes, E Endert, E Fliers, E Bernie, B Hollenbach, L Schomburg, J Körhrle, WM Wiersinga

Helaas had selenium geen effect op de TPO-antistoffen, TSH of kwaliteit van het leven van gezonde vrouwen met TPO-antistoffen.


maandag 25 november 2013

Functionele betekenis van anti-TPO is niet opgehelderd

TPO-antistoffen zijn gericht tegen het enzym thyreoperoxidase (TPO). TPO-antistoffen zijn vaak aantoonbaar bij de ziekte van Hashimoto, de ziekte van Graves, maar ook bij een stille thyreoïditis en euthyreoïdie. De functionele betekenis van anti-TPO is niet opgehelderd.

Bron:
NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (2013)

Thyreoperoxidase (TPO) is een enzym dat is betrokken bij de productie van schildklierhormoon. Bij de behandeling van hyperthyreoïdie met propylthiouracil (PTU) of thiamazol (strumazol) maakt men gebruik van remming van TPO. Wanneer iemand TPO-antistoffen heeft, is de kans dat hij hypothyreoïdie ontwikkelt vergroot.

Door de vorming van deze antilichamen tegen thyreoperoxidase, thyreoglobulinen en andere bestanddelen van de schildklier wordt deze vernietigd. De hoogte van de spiegels van de antilichamen is echter geen maat voor de ernst van de ziekte. Het is niet duidelijk waarom sommige patiënten, bij wie antilichamen kunnen worden aangetoond, hypothyreoïdie krijgen en andere niet.

Vrouwen met TPO-antistoffen hebben een risico van 2 tot 3% per jaar om (subklinische) hypothyreoïdie te ontwikkelen. Hebben zij tevens een subklinische hypothyreoïdie met een TSH > 6 mU/l, dan is het risico op de ontwikkeling van hypothyreoïdie 4 tot 5% per jaar. Bij mannen is de kans om hypothyreoïdie te ontwikkelen kleiner, echter de aanwezigheid van TPO-antistoffen verhoogt het risico bij mannen meer dan bij vrouwen.

Bij meerdere oorzaken van een hypothyreoïdie (Hashimoto, post-partumthyreoïditis, stille of lymfocytaire thyreoïditis en subacute thyreoïditis) kunnen TPO-antistoffen aanwezig zijn. De aanwezigheid van anti-TPO heeft echter geen invloed op het beleid, waardoor er geen indicatie is voor de bepaling ervan.



dinsdag 19 november 2013

Vermoeidheid bij schildklierkanker verdient aandacht

Patiënten die schildklierkanker hebben of hebben gehad, melden dat zij ook lang na de behandeling nog klachten hebben. Deze klachten zorgen er voor dat hun kwaliteit van leven minder goed is. Olga Husson vindt dat er meer aandacht moet komen voor deze klachten. Artsen kunnen hierbij een belangrijke rol vervullen.

306 mensen die de diagnose schildklierkanker kregen tussen 1998 en 2008 vulden een vragenlijst in. Daarnaast werden dezelfde vragen ook gesteld aan een groep mensen die geen schildklierkanker hadden gehad.

Fatigue among short- and long-term thyroid cancer survivors: results from the PROFILES registry
Olga Husson, Willy-Anne Nieuwlaat, Wilma A. Oranje, Harm R. Haak, Lonneke V. van de Poll-Franse, and Floortje Mols. Thyroid. October 2013, 23(10): 1247-1255. doi:10.1089/thy.2013.0015.

Lagere kwaliteit van leven

De gemiddelde leeftijd van de mensen die de vragenlijst invulden, was 56 jaar. De diagnose schildklierkanker was gemiddeld 10 jaar geleden voor de invullers. Van de deelnemers was 75 procent vrouw. Uit de analyses kwam naar voren dat bij het overgrote deel van de patiënten (70 procent) de schildklier geheel was verwijderd, gevolgd door één of meer behandelingen met radioactief jodium.

De kwaliteit van leven van patiënten die 2 tot 20 jaar geleden de diagnose schildklierkanker kregen, bleek lager te zijn dan die van de gemiddelde Nederlander met dezelfde leeftijd. Zowel hun lichamelijke als psychische gezondheid bleek slechter. Naast een lagere kwaliteit van leven hadden (ex-)schildklierkankerpatiënten ook meer klachten op het gebied van vermoeidheid, slapeloosheid, kortademigheid, gebrek aan eetlust en stofwisselingsklachten.


Klachten

Daarnaast geven (ex-)schildklierkankerpatiënten aan dat zij ook lange tijd na de eerste behandeling nog klachten hebben, zoals concentratieproblemen, hormonale problemen, psychologische problemen en plotseling invallende vermoeidheid. Vooral deze klachten verklaren de verminderde kwaliteit van leven van (ex-) schildklierkankerpatiënten in vergelijking met de controlegroep zonder kanker.

De resultaten maken duidelijk dat er meer aandacht en erkenning moet komen voor de klachten waar (ex-)schildklierkankerpatiënten ook lange tijd na diagnose nog mee te maken kunnen krijgen. De arts kan hierbij een belangrijke rol spelen door (ex-)patiënten te informeren over deze klachten, te leren omgaan met de klachten en door te verwijzen naar andere hulpverleners voor ondersteunende zorg (bijvoorbeeld een psycholoog of fysiotherapeut).


vrijdag 15 november 2013

Is slikken van levothyroxine bij het ontbijt een goed idee?

De standaardbehandeling van hypothyreoïdie bestaat uit levothyroxine. Dit is hetzelfde schildklierhormoon dat door de schildklier wordt gemaakt. Als je levothyroxine tegelijk slikt met calcium, ijzer, sommige voedingsmiddelen, koffie en medicijnen, wordt het minder goed opgenomen in de darm.

Daarom krijgen patiënten meestal het advies levothyroxine op een lege maag in te nemen, 30 tot 60 minuten voor het eten. Voor veel patiënten betekent dit het eerste ding in de ochtend voor het ontbijt. Dit is lastig voor veel patiënten. Dat kan zijn omdat zij veel medicijnen slikken of omdat ze vroeg naar school of werk moeten.

Met deze studie is gekeken wat er gebeurt als patiënten hun levothyroxine bij hun ontbijt innemen en niet 30 tot 60 minuten wachten.


Het onderzoek in het kort

Deze studie werd uitgevoerd in Brazilië bij 45 patiënten met hypothyreoïdie. Zij slikten levothyroxine en hadden een normaal TSH-niveau. De eerste 90 dagen slikte een deel van de patiënten hun levothyroxine 30 tot 60 minuten voor het ontbijt; het andere deel van de patiënten slikte hun levothyroxine tijdens het ontbijt. De volgende 90 dagen schakelden de patiënten over op het andere regime. TSH-niveaus werden beoordeeld op basislijn, 45, 90, 135 en 180 dagen na het begin van de studie.

De gemiddelde TSH was aan het begin van de studie 1,7 mU/l. Het TSH-niveau was hoger (TSH = 2,9 mU/l) in de groep die levothyroxine innam tijdens het ontbijt, vergeleken met de groep die 30 tot 60 minuten wachtte met het ontbijt na de inname van levothyroxine. In die groep was de gemiddelde TSH 1,9 mU/l.

Patiëntvoorkeur

Aan het einde van de studie werd aan de patiënten gevraagd welke manier van innemen hun voorkeur had. Van de patiënten gaf 41% de voorkeur aan levothyroxine nemen en wachten, 33% gaf de voorkeur aan levothyroxine bij het ontbijt en 26% had geen voorkeur.

Wat zijn de gevolgen van deze studie?

Deze studie toont aan dat er minder levothyroxine wordt opgenomen als je het inneemt bij het ontbijt. Ondanks een stijging van de gemiddelde TSH-waarde, bleef de TSH binnen het normale bereik.

Bij patiënten bij wie een nauwkeurige TSH-waarde belangrijk is, zoals zwangere vrouwen of mensen met schildklierkanker moeten, is het beter om levothyroxine als volgt te slikken: eerst slapen en na het slikken 30 tot 60 minuten wachten voor het ontbijt.

Voor patiënten met hypothyreoïdie maakt inname van levothyroxine ruim voor of bij het ontbijt waarschijnlijk geen verschil. De dosis levothyroxine kan eventueel aangepast worden.

Wanneer slik jij je schildklierhormoon?



donderdag 14 november 2013

Onderzoek naar capsules met vloeibaar schildklierhormoon

Levothyroxine (L-T4) treatment with coffee, or with water followed by coffee within a few minutes, results in poor TSH response in many patients. Thyroxine is worldwide suitable in tablets form but novel formulations in soft gel capsule or liquid formulation are now available.

Oral liquid levothyroxine treatment at breakfast: a mistake?
C Cappelli, I Pirola, E Gandossi, AM Formenti, M Castellano

Wie heeft ervaring met Tirosint?
Schildklierforum

Oral liquid l-Thyroxine (l-T4) may be better absorbed compared to l-T4 tablets following bariatric surgery
I Pirola, AM Formenti, E Gandossi, F Mittempergher, C Casella, B Agosti, C Cappelli

Oral liquid formulation of levothyroxine is stable in breakfast beverages and may improve thyroid patient compliance
A Bernareggi, E Grata, MT Pinorini, A Conti

Switching levothyroxine from the tablet to the oral solution formulation corrects the impaired absorption of levothyroxine induced by proton-pump inhibitors
R Vita, G Saraceno, F Trimarchi, S Benvenga

Design

We fortuitously observed an euthyroid patient who wrongly assumed liquid L-T4 with coffee at breakfast: after changing the assumption thirty minutes before breakfast, no change of TSH, fT4 and fT3 was observed. Once the first patient was identified, we identified additional stable euthyroid patients who assumed liquid L-T4 with coffee.

In Nederland
Volgens het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) zijn in Nederland nu ook zulke zachte capsules verkrijgbaar met levothyroxine natrium en de hulpstoffen gelatine, glycerol en gedemineraliseerd water. Een dergelijk middel is geregistreerd en heeft een handelsvergunning. Het gaat hier om Tirosint (productkenmerken en bijsluiter). Onduidelijk is of het middel al echt verkrijgbaar is.

Methods

Patients were recruited by searching our thyroid patients database. All patients on liquid L-T4 treatment were contacted by phone to find out if L-T4 was taken at breakfast. We identified fifty-four patients that were submitted to TSH, fT4 and fT3 evaluation, with the following indication to assume the same dosage of L-T4 half hour before breakfast. We checked again their TSH, fT4 and fT3 values, 3 and 6 months later.

Results

No significative difference of thyroid hormonal values was observed between patients who assumed L-T4 at breakfast and after 3 and 6 months of its assumption half hour before breakfast [TSH: 2.5 ± 1.1 vs 2.5 ± 1.1 and 2.4 ± 1.1 (mIU/L), respectively], [fT4: 12.4 ± 2.4 vs 12.5 ± 2.4 and 12.3 ± 2.1 (pg/mL), respectively] and [fT3: 3.4 ± 0.6 vs 3.4 ± 0.6 and 3.3 ± 0.5 (pg/mL), respectively].

Conclusion

Oral liquid L-T4 could remove the problem of L-T4 malabsorption by coffee observed with traditional tablets formulations.





maandag 11 november 2013

Betekenis van schildklier antistoffen voordat een diagnose wordt gesteld

Antibodies to thyroglobulin (Tg), thyroperoxidase (TPO), and TSH receptor (TSH-R) are prevalent in autoimmune thyroid diseases. We aimed to assess whether females with Graves disease or Hashimoto thyroiditis are more likely than age-matched controls to have thyroid antibodies before clinical diagnosis and to measure the timing of antibody seroconversion.

Significance of prediagnostic thyroid antibodies in women with autoimmune thyroid disease (AITD)
S Hutfless, P Matos, MV Talor, P Caturegli, NR Rose

Antistoffen en de ontwikkeling van euthyreoïdie naar hypo- of hyperthyreoïdie
Uitleg in het Nederlands

Methods

This was a nested case-control study using the Department of Defense Serum Repository and the Defense Medical Surveillance System, 1998–2007. We assessed thyroid antibodies in the serum of 522 female, active-duty, military personnel including: 87 Graves disease cases, 87 Hashimoto thyroiditis cases, and 348 age matched controls. One serum sample was available at the time of the clinical diagnosis (± 6 months); three additional samples were retrieved from the repository up to 7 years before the clinical diagnosis, for a total of 2088 samples.

Results

In Hashimoto thyroiditis, TPO antibodies were found in about 66% of the cases at all time points. Tg antibodies showed a similar stationary trend, at a lower prevalence of about 53% at all time points. No TSH-R antibodies were found.

In Graves disease, TPO antibodies gradually increased from 31% at 5–7 years prior to diagnosis to 57% at diagnosis and Tg antibodies from 18 to 47%. TSH-R antibodies were present before diagnosis and showed an increasing prevalence from 2, 7, 20, to 55%.

Conclusions

Antibodies to Tg, TPO, and TSH-R precede by years the development of the diagnostic autoimmune thyroid diseases phenotype. Overall, the presence of thyroid antibodies in apparently healthy individuals should not be neglected.


vrijdag 8 november 2013

Agranulocytose is een bijwerking van medicijnen bij hyperthyreoïdie

Een zeldzame bijwerking van schildklierremmers als Strumazol (thiamazol), Carbimazol en PTU is: agranulocytose. Gelukkig komt deze bijwerking weinig voor, maar die bijwerking kan wel gevaarlijk zijn. Door agranulocytose verlaagt het aantal van een bepaald soort witte bloedlichaampjes (granulocyten) sterk. Met als gevolg een hoog risico op ernstige infecties. Deze bijwerking gaat samen met keelpijn en koorts.

Belangrijk is dat deze bijwerking steeds weer aandacht krijgt. Telkens weer wordt bij mensen de diagnose hyperthyreoïdie gesteld. En telkens weer hebben deze nieuwe patiënten een kleine kans om deze bijwerking te krijgen. Maar ook bij jarenlang gebruik van deze middelen kan deze bijwerking optreden.

Lees ook



donderdag 7 november 2013

Generation R en de schildklier

Generation R onderzoekt de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 opgroeiende kinderen in Rotterdam, allemaal geboren tussen 2002 en 2006. Deze kinderen zijn al vanaf de vroege zwangerschap gevolgd en worden gevolgd tot zij jong volwassen zijn. Centraal staat de vraag waarom het ene kind zich optimaal ontwikkelt en het andere kind niet of minder.

Wat doet Generation R?
Onderzoeksresultaten van Generation R

Altijd een stapje voor zijn

Door op verschillende manieren gegevens te verzamelen, wordt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling en de groei van kinderen, naar het ontstaan van ziekten, gedragsproblemen en nog veel meer. Hiermee levert Generation R een belangrijke bijdrage aan de gezondheid en de zorg voor alle kinderen en hun ouders in Nederland.

Schildkliertje en Generation R
Onderzoeksresultaten Generation R op PubMed

Generation R en de schildklier

De prenatale periode en de vroege kindertijd staan bekend als een periode waarin de hersenen zich snel ontwikkelen. In deze periode kunnen omgevingsfactoren makkelijk de structuur en functie van de hersenen beinvloeden, en daarmee ook de ontwikkeling van het gedrag van het kind. Uit Generation R onderzoek blijkt onder meer dat een tekort in schildklierhormonen bij de moeder in de zwangerschap, nadelige effecten heeft op de ontwikkeling van het kind.


vrijdag 1 november 2013

Uitleg over nut en noodzaak van voedingssupplementen

Veel mensen gebruiken een of meer voedingssupplementen. Deze supplementen bevatten vitaminen, mineralen, kruiden, aminozuren, enzymen, en vele andere producten. Ze komen voor als: traditionele tabletten, capsules en poeders, drankjes en energierepen. Populaire supplementen bevatten vitaminen D en E; mineralen zoals calcium en ijzer; kruiden zoals echinacea en knoflook; en specialiteiten zoals glucosamine, probiotica, en visolie.

Als je evenwichtig en gevarieerd eet en verder gezond bent, heb je meestal geen voedingssupplementen nodig, op enkele uitzonderingen na. Supplementen worden vaak verkocht alsof het medicijnen zijn, maar ze hebben geen RVG-nummer (Register Verpakte Geneesmiddelen).


In Nederland geldt de nodige wet- en regelgeving voor voedingssupplementen en kruidenpreparaten. Daarin staat aan welke eisen moet worden voldaan. Zo gelden er eisen voor de bereiding, de samenstelling en de etikettering van voedingssupplementen. De controle daarop is gebrekkig omdat er te weinig geld en middelen zijn voor het Staatstoezicht op de Volksgezondheid (NVWA en IGZ).

Office of Dietary Supplements | National Institutes of Health
Op de website van deze Amerikaanse overheidsorganisatie staat heel veel nuttige uitleg, voorlichting en informatie over supplementen. Hier volgt een kleine selectie uit de vele pagina’s:

Stel jezelf de volgende vragen voordat je een voedingssupplement gebruikt

  • Wat zijn de potentiële voordelen van dit supplement voor de gezondheid?
  • Wat zijn de potentiële voordelen voor mij?
  • Wat zijn de veiligheidsrisico’s en bijwerkingen van het product?
  • In welke dosis kan ik het supplement gebruiken?
  • Hoe, wanneer, en hoe lang kan ik het nemen?
  • Wat is de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van het supplement?


Tips

  • Je zorgverlener (arts, verloskundige, apotheker of diëtist) kan vertellen of je een supplement nodig hebt en zo nodig welk supplement dat dan is.
  • Overleg eerst met je zorgverleners of je supplementen in plaats van of in combinatie met voorgeschreven medicijnen kan gebruiken.
  • Neem voor een chirurgische ingreep contact op met je zorgverlener over de supplementen die je gebruikt.
  • De term ‘natuurlijk’ betekent niet automatisch dat een supplement veilig is. De veiligheid van een supplement hangt af van veel dingen, zoals zijn chemische samenstelling, hoe het werkt in het lichaam, hoe het is bereid, de eventueel gebruikte dosis en mogelijke vervuiling. Bepaalde kruiden (bijvoorbeeld smeerwortel en kava) kunnen schade toebrengen aan de lever.
  • Houd bij welke supplementen je gebruikt. Bewaar deze gegevens op een vaste plaats. Noteer de naam van het product, de dosis die je gebruikt, hoe vaak je het gebruikt, hoe je je erbij voelt en de reden waarom je het gebruikt.

Tot slot

Zomaar jodium (kelp), selenium of schildklier ondersteunende supplementen slikken, is geen goed idee. De risico’s voor schildklierpatiënten worden in internationale onderzoeken genoemd. Onderzoeksresultaten benadrukken het belang van voorlichting van de patiënt bij het gebruik van deze supplementen en de behoefte aan meer regulering van deze producten die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid.

Aanleiding om het een en ander op een rijtje te zetten was het bericht dat Schildklier Organisatie Nederland (SON) een overeenkomst had gesloten met een orthomoleculaire webwinkel. Vergelijk daarmee de waarschuwing voor het gebruik van supplementen van de British Thyroid Foundation (BTF).

Eén Nederlandse website met uitgebreide, betrouwbare informatie over voedingssupplementen zou welkom zijn. Nu is het een zoektocht langs allerlei websites. Informatie is verspreid en de vraag is ook hoe betrouwbaar die informatie is (denk aan zo'n door fabrikanten gesponsorde website). Dat moet toch beter kunnen.





maandag 28 oktober 2013

Impact of iodine supplementation in mild-to-moderate iodine deficiency

Although the detrimental effects of severe iodine deficiency are well recognised the benefits of correcting mild-to-moderate iodine deficiency are uncertain. Taylor, Okosieme, Dayan and Lazarus undertook a systematic review of the impact of iodine supplementation in populations with mild-moderate iodine deficiency.

Impact of iodine supplementation in mild-to-moderate iodine deficiency: systematic review and meta-analysis
Peter N Taylor, Onyebuchi E Okosieme, Colin M Dayan, John H Lazarus

Interesting quotes

In a recent study from the Netherlands low maternal urinary iodine during pregnancy was associated with impaired executive functioning in children at 4 years of age.

Low urinary iodine excretion during early pregnancy is associated with alterations in executive functioning in children, The Generation R Study
Nina H van Mil et al

The advantages of correcting mild iodine deficiency will no doubt be less dramatic than for severe deficiency but substantial returns in productivity and reduced health care costs will still be made.

A major concern with iodine supplementation has been the risk of iodine induced thyroid dysfunction. We found no evidence of an excess of thyroid dysfunction in the controlled iodine intervention trials in pregnancy. Furthermore, the incidence of postpartum thyroid dysfunction observed in these trials was not higher than published rates in the general population.

Epidemiological studies however show that sharp increases in iodine intake in severely iodine deficient populations may precipitate hyperthyroidism especially in elderly individuals with longstanding thyroid autonomy. Less striking manifestations are reported in marginally iodine deficient areas or where iodine prophylaxis has been gradually introduced.

[...] transient increases in the incidence of hyperthyroidism were recorded in the aftermath of iodisation but with reversal to baseline rates occurring within years of iodisation.

[...] increases in the occurrence of thyroid dysfunction or autoimmunity in the wake of iodisation. In addition the prevalence of both TPOAb and TgAb (albeit low titre) was higher 4:5 years after cautious iodine fortification of salt was introduced in Denmark, particularly in young women.

These population level increases in the adult incidence of autoimmune thyroiditis thus seem an inevitable byproduct of iodisation but should not deter future efforts at iodisation as the potential adverse effects of iodine deficiency on child development far outweighs the risk of correctable hypothyroidism in adults.

Long-term exposure to excessive iodine from water is associated with thyroid dysfunction in children
Sang Z, Chen W, Shen J, Tan L, Zhao N, Liu H, Wen S, Wei W, Zhang G, Zhang W

Thyroid function and serum lipids of adults living in areas of excessive iodine in water in Hebei province
Li H, Sang Z, Tan L, Zhao N, Wei W, Zhang G, Liu H, Wen S, Zhang W

However salt may not suffice as the sole vehicle of iodisation in some countries. Retail outlet surveys conducted in the United Kingdom for example showed that most commercial salt brands lacked adequate iodine and iodised salt was unlikely to contribute substantially to overall iodine nutrition. In addition recent successful public health campaigns aimed at preventing cardiovascular disease through reduced salt consumption may have instigated further reductions in population iodine intake.

However, a recent WHO forum has indicated that strategies to reduce salt intake and increase iodine fortification should not necessarily be contradictory and such strategies could support each other [...]

We therefore agree that whilst awaiting results from current trials of iodine supplementation in pregnancy, pregnant and breastfeeding women should be offered iodine supplementation [...]

For instance some authors suggest that self reported supplement intake in excess of 150 µg daily is associated with impaired foetal neurodevelopment. This is a concern given that the adaptive mechanisms to counteract the thyroid inhibitory actions of an acute iodide load, or Wolff-Chaikoff effect, do not fully develop in the foetus until late gestation.


maandag 21 oktober 2013

Patiëntenorganisatie in zee met orthomoleculaire webwinkel

Op 19 oktober 2013 was op de website van Schildklier Organisatie Nederland te lezen dat SON zich had aangesloten bij De Roode Roos BV. Het initiatief voor de webwinkel De Roode Roos is genomen door het bestuur van de Moermanvereniging (!!!), als gezamenlijke inkooporganisatie. De Roode Roos levert orthomoleculaire voedingssupplementen.

Op zijn minst mag dit een wonderlijke ontwikkeling heten.

Orthomoleculaire geneeskunde is een vorm van alternatieve geneeskunde waarbij de nadruk ligt op het consumeren van de juiste moleculen, in het bijzonder vitamines en sporenelementen in hoge doses.

Het gebruik van kruidenpreparaten en voedingssupplementen neemt wereldwijd toe. Veel van die ‘zelfzorgmedicijnen’ worden zonder recept over-the-counter verkocht, wat betekent bij de drogist, de supermarkt of via internet. De controle is over het algemeen slecht geregeld.

De risico’s voor schildklierpatiënten worden in internationale onderzoeken genoemd. Onderzoeksresultaten benadrukken het belang van voorlichting van de patiënt en leverancier bij het gebruik van deze supplementen en de behoefte aan meer regulering van deze producten die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid.

Update 6 mei 2016
Op de site van de Roode Roos wordt SON nog steeds (6 mei 2016) genoemd als aangesloten vereniging.

Lees op Schildkliertje





vrijdag 18 oktober 2013

Vijf vrouwen vertellen over hun behandeling met schildklierhormoon

Wanneer je schildklier te weinig of geen schildklierhormoon maakt, slik je schildklierhormoon. Belangrijk is hoe jij je daarbij voelt. Helaas blijkt in de praktijk dat te veel patiënten ervaren dat het niet meevalt om goed ingesteld te raken op schildklierhormoon. Dat er zoiets bestaat als een persoonlijke instelling op schildklierhormoon, blijkt vaak onbekend. Gevolg is een niet-optimale dosis hormoon. Wat vervolgens zorgt voor klachten, problemen met werk en relaties.

Petra

Ik werk in de zorg, ben zelf schildklierpatiënt (hashimoto), en merk dat jammer genoeg veel huisartsen niet de standaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap volgen bij het instellen en controleren van patiënten. Zij hanteren de referentiewaarden en durven of willen niet naar een laag normaal TSH, tussen 1 en 2 zodat de patiënt klachtenvrij is. Soms wordt zelfs aangegeven dat FT4 immers normaal is en TSH 9,6, en dus is geen verhoging van de dosis T4-hormoon nodig. Dit betekent voor veel patiënten minder kwaliteit van leven. Vaak zou 12,5 mcg verhoging met als streven TSH tussen 1 en 2 al een stuk minder klachten en meer energie opleveren; dat staat ook in de NHG-standaard. Het lijkt dat huisartsen te weinig kennis hebben. Hier moet iets aan gedaan worden.


Johanneke

Ruim twee jaar werkt mijn schildklier te langzaam. Volgens mijn internist ben ik goed ingesteld op een mix van Cytomel en Euthyrox. Iedere dag kom ik energie tekort en dat is niet omdat ik zoveel doe. Ik moet juist heel veel laten.



Louise

Ik heb de diagnose subklinische hypothyreoidie. De internist wilde geen proefbehandeling geven, ook al had ik klachten. Mijn huisarts durfde wel een proefbehandeling van zes weken te geven en ik merkte duidelijk verbetering van klachten. Therapie voortgezet. Ik had echter wel een tsh van 3,98 mU/l na de proefbehandeling en merkte dat (nog) niet al mijn klachten weg waren. Ik zei tegen de huisarts dat ik duidelijk verbetering voelde, maar voor mijn gevoel net iets meer hormoon nodig had. Mede vanwege een kinderwens waarbij de tsh onder de 2 moet zijn. Het antwoord van de huisarts was dat een tsh van 3,98 binnen de referentiewaarden valt en dat ik geen klachten meer kon ervaren. Ze had nog nooit gehoord dat je een tsh onder de 2 moet hebben bij een kinderwens. Ook was ze bang dat ik zou gaan hyperen als ik meer medicatie krijg. Ik gebruik 25 mcg thyrax (1 blauwtje), maar denk zelf meer nodig te hebben.


Elly

Tot een paar maanden geleden voelde ik me echt niet goed, had veel klachten en bij het bloedonderzoek was de ft4 gezakt van 26 naar 16. Huisarts vond het een prima waarde, heb zelf aangegeven dat het voor mezelf beter was als de ft4 boven de 24 uit zou komen. Hij vond het om die reden goed dat ik ophoogde met een halve blauwe tot 150 mcg. Na 6 weken voelde me al weer vooruit gaan en de ft4 was ook weer 24. Of hij de nieuwe richtlijnen kent? Ik geef het altijd zelf aan en dan vindt hij het goed, ben blij dat ik er zoveel vanaf weet door erover gelezen te hebben.


Annemarie

Ik heb hypothyreoidie. Ik ben zes jaar in behandeling bij de huisarts en ik voel mij nog steeds rot. Het voorlaatste bloedonderzoek laat zien dat mijn TSH 4,3 was. Toen is mijn medicatie verhoogd naar 125 mcg Thyrax. Na het laatste bloedonderzoek moest mijn dosis weer naar 100 mcg. Ik ben lid geworden van een forum vanwege mijn overtollige klachten en daar kreeg ik informatie dat de dosis moest worden verhoogd en niet verlaagd. En zo blijf ik 6 jaar bezig! Ik heb de huisarts gevraagd om een verwijzing naar de internist, maar ik kreeg als antwoord dat zij mij ook kan behandelen! Wat moet ik in deze situatie doen? Ik heb er geen vertrouwen meer in.









maandag 14 oktober 2013

Antistoffen en de ontwikkeling van euthyreoïdie naar hypo- of hyperthyreoïdie

Bij auto-immuunaandoeningen van de schildklier werkt het afweersysteem van het lichaam niet goed. Het immuunsysteem vergist zich en valt het eigen lichaam aan. Het maakt antistoffen tegen deze eigen cellen: auto-antistoffen. Er wordt veel onderzoek naar gedaan, omdat veel nog onduidelijk is.

Onderwerp van dit deelonderzoek binnen de Amsterdam AITD Cohort Study was de ontwikkeling van euthyreoïdie (= normale schildklierfunctie) naar openlijke auto-immuun hypothyreoïdie of naar openlijke auto-immuun hyperthyreoïdie.

Natural history of the transition from euthyroidism to overt autoimmune hypo- or hyperthyroidism: a prospective study
G Effraimidis et al.

Early stages of thyroid autoimmunity: follow-up studies in the Amsterdam AITD cohort
Lees de samenvatting in het proefschrift van G Effraimidis

Binnen het Amsterdamse onderzoek naar auto-immuun schildklierziektes - AITD Cohort Study - werden 790 euthyreote vrouwen die één of meer eerste of tweede graads verwanten hadden met een schildklieraandoening, 5 jaar gevolgd met een jaarlijks onderzoek. Bij ieder jaarlijks bezoek werd de schildkliertoestand vastgesteld door meting van TSH, vrij T4, TPO-antistoffen, Tg-antistoffen en TSH-receptorantistoffen.

AITD Cohort Study: THEA-score voorspelt Hashimoto of Graves

In het deelonderzoek van Effraimidis werden de gegevens vergeleken van een klein aantal personen met openlijke hypothyreoïdie (TSH > 5,7  mU/l en FT4 < 9,3  pmol/l) en openlijke hyperthyreoïdie (TSH < 0,4  mU/l en FT4 > 20,1) met de gegevens van controlepersonen. Aan het begin hadden de personen die later hypothyreoïdie kregen al een hogere TSH- en lagere FT4-waarde dan hun controlepersonen. Dat verschil was er een jaar later nog steeds. Dat was anders bij de personen die later hyperthyreoïdie kregen. In het begin was er geen verschil tussen hun TSH- en FT4-waarden en die van hun controlepersonen. De personen met hypo- en hyperthyreoïdie hadden vaker TPO-antistoffen dan de controlepersonen.

Vergeleken met controlepersonen hadden:
  • rokers minder vaak hypothyreoïdie;
  • vrouwen in de periode na de bevalling vaker hypothyreoïdie;
  • vrouwen tijdens de zwangerschap vaker hyperthyreoïdie.

Conclusie

De gegevens suggereren dat de overgang van een normale schildklierfunctie naar hypotyreoïdie een geleidelijk proces is dat jaren kan duren. Dat in contrast tot hyperthyreoïdie, een proces dat zich meer lijkt te ontwikkelen in een periode van maanden.

Lees ook




donderdag 10 oktober 2013

Aandacht voor individueel TSH-FT4 setpoint is gewenst

Uit onderzoek blijkt dat iedereen een unieke schildklierfunctie heeft. De TSH en FT4 van een individu bestrijken een veel kleiner gebied binnen de referentiewaarden vergeleken met die van een groep. Een testresultaat binnen de referentiegrenzen van een laboratorium is daardoor niet per se normaal voor een individu. Omdat de TSH-waarde sterk reageert op kleine veranderingen van de FT4, kan een afwijkende TSH-waarde erop wijzen dat de FT4-waarde niet goed is voor een individu. Bij de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen is aandacht hiervoor gewenst.

A novel minimal mathematical model of the hypothalamus-pituitary-thyroid axis validated for individualized clinical applications
SL Goede, MK Leow, JW Smit, JW Dietrich

Set-point of the hypothalamic-pituitary-thyroid axis and individual TSH-range
The clinical significance of subclinical thyroid dysfunction
B Biondi en DS Cooper

Narrow individual variations in serum T4 and T3 in normal subjects: A clue to the understanding of subclinical thyroid disease
S Andersen, KM Pedersen, NH Bruun en P Laurberg

Iedereen een eigen setpoint

De ontdekking dat iedereen een eigen TSH-FT4 setpoint heeft, was in 2002 een grote doorbraak in het denken over subklinische schildklieraandoeningen.

Met de term setpoint wordt hier bedoeld dat de hypothalamus, de hypofyse en de schildklier hun hormonen op een niveau houden waarbij iemand zich goed voelt.

Een afwijkende TSH-waarde met een normale FT4-waarde noem je subklinische schildklierziekte. Dat onderscheid tussen subklinische en openlijke schildklierziekte (afwijkend TSH en afwijkend FT4) is willekeurig. Of iemands schildklier niet goed werkt kan je in feite pas goed bepalen als je zijn normale TSH-FT4 setpoint weet binnen de referentiewaarden van het laboratorium.

Verschillen tussen personen in het setpoint van de hypothalamus-hypofyse-schildklieras zijn genetisch bepaald. Dit is mogelijk de reden dat klachten en symptomen verschillen bij personen met dezelfde TSH en FT4. Ook zou dat mogelijk het verschil in biologische activiteit van schildklierhormoon per persoon kunnen verklaren.

Een normale TSH-waarde (zelfs lager dan 2,5 mIU/liter) is niet - zoals eerder gedacht - die gevoelige test om bij iemand een schildklierfunctiestoornis vast te stellen. Belangrijk is om laboratoriumresultaten te beoordelen samen met de klinische situatie, bijvoorbeeld iemands klachten en symptomen, de fysiologische status zoals leeftijd en zwangerschap, en onderliggende gezondheidstoestand (andere aandoeningen en medicijngebruik).

maandag 7 oktober 2013

QoL bij euthyreoot struma en hashimoto na schildklieroperatie

Met vragenlijsten werd de kwaliteit van leven onderzocht bij vrouwen met een goedaardig struma met normale schildklierwaarden na een schildklieroperatie. Conclusie luidde dat zo’n operatie niet bijdroeg aan de kwaliteit van leven.

Abstract

Hashimoto's thyroiditis is associated with decreased quality of life (QoL). Thyroid surgery could hypothetically lead to an increase in QoL.

Quality of life after thyroid surgery in women with benign euthyroid goiter: influencing factors including Hashimoto’s thyroiditis
R Promberger, M Hermann, SJ Pallikunnel, R Seemann, M Meusel, J Ott

Methods

In a follow-up analysis of a prospective cohort study that included euthyroid women undergoing thyroid surgery for benign thyroid disease, 248 patients were willing to answer the SF-36 QoL questionnaire.

Results

At follow-up after a median of 26 months, only the SF-36 module of ‘bodily pain’ had increased. Preoperative anti–thyroid peroxidase antibody levels were positively correlated with increasing QoL in the SF-36 modules ‘bodily pain’ and ‘role emotional’. For the presence of histologically confirmed Hashimoto's thyroiditis, a significant positive correlation was found for all modules apart from ‘physical functioning’.

Conclusions

In women with benign euthyroid goiter, thyroid surgery does not lead to an overall improvement in health-related QoL. It should not be recommended for patients with elevated anti–thyroid peroxidase antibody levels. Patients with histologically confirmed Hashimoto's thyroiditis might benefit in terms of QoL.

donderdag 3 oktober 2013

Tips om zo goed mogelijk ingesteld te raken op schildklierhormoon

Goed ingesteld raken op schildklierhormoon is geen sinecure. De optimale waarden en dosis hormoon verschillen per persoon. TSH en FT4 kunnen geïnterpreteerd worden als veiligheidslimiet. De patiënt is een mens met zijn/haar kwaliteit van leven en geen testresultaat. Zowel mensen met hyperklachten als mensen met hypoklachten krijgen te horen: waarden zijn goed dus je kunt geen klachten hebben. Maar zoals gezegd optimale waarden verschillen: de één kan zich prima voelen met een TSH van 2, terwijl de ander pas van de bank komt met een TSH van 0,4, en weer een ander stuitert met die 0,4.

Behandelrichtlijnen

In de NHG-standaard Schildklieraandoeningen 2013 staat:
  • ‘Het doel van de behandeling van hypothyreoïdie is dat de patiënt klachtenvrij is dan wel zich zo optimaal mogelijk voelt en dat het TSH en vrije T4 normaal zijn. Het TSH bevindt zich bij goed ingestelde patiënten veelal in het laag-normale gebied (het vrije T4 is dan meestal hoog-normaal).’ 14) 21)
  • ‘Pas de dosering levothyroxine aan op geleide van de klachten van de patiënt en streef daarbij naar een normaal TSH en vrije T4, met inachtneming dat het TSH en vrije T4 sneller verbeteren dan de klachten.’
  • ‘Een kleine verhoging van de dosering met 12,5 mcg levothyroxine, ook al zijn TSH en vrije T4 al normaal, kan ervoor zorgen dat de patiënt zich beter voelt.’
  • ‘Een combinatiebehandeling van levothyroxine met liothyronine (T3) wordt niet aanbevolen. Er zijn geen voordelen aangetoond van de combinatiebehandeling boven behandeling met alleen levothyroxine en data over de veiligheid op lange termijn ontbreken.’ 26)’

In de NIV-richtlijn Schildklierfunctiestoornissen Revisie 2012 staat:
  • Op pagina 13: ‘Blijf bij primaire hypothyreoïdie de dosering levothyroxine verhogen tot de TSH-concentratie binnen het referentiegebied is gekomen en de patiënt klachtenvrij is. Verhoog de dosering niet verder als de TSH-waarde 0,5 mU/l is.’
  • Op pagina 14: ‘Bij persisterende klachten kan, na uitsluiting van alternatieve oorzaken, de combinatie levothyroxine met liothyronine worden overwogen. Deze behandeling dient als experimenteel te worden beschouwd en bij voorkeur door de internist te worden toegepast. Voor patiënten met hartritmestoornissen is combinatietherapie gecontraïndiceerd. Indien na 3 maanden geen verbetering optreedt dient combinatietherapie te worden gestaakt. Voor een nadere toelichting op het bepalen van de juiste dosering en de te gebruiken preparaten zij verwezen naar Wiersinga et al, 2012.’ (Schildkliertje: zie hieronder bij Combinatie T4+T3).

Aandachtspunten bij de behandeling van schildklieraandoeningen

  • Het belang van goede kennis van de schildklier bij reguliere artsen.
  • Een goede respectvolle wijze van communicatie met de patiënt.
  • Een volledige voorlichting over de kwaal, het verloop van de aandoening, de mogelijkheden van behandeling en de gevolgen van wel/niet behandelen.
  • De aanvulling met schildklierhormoon geeft niet de normale bloeduitslagen weer van gezonde mensen.
  • Het hormooneffect op weefselniveau is moeilijk te meten en in getallen weer te geven.
  • Vaststelling van een optimale hormoonbehandeling is alleen mogelijk binnen bepaalde grenzen. Het is daarom belangrijk te bedenken dat aanvullende hormoontherapie niet altijd leidt tot volledig herstel van de kwaliteit van leven. Erkenning van niet-perfecte medicatie is van groot belang voor begrip van klachten door artsen en patiënten.

Meer onderzoek nodig voor bevestiging of lagere TSH-waarde veilig is

BRON
Uit een Brits onderzoek van Graham Leese en Robert Flynn van de Universiteit van Dundee, Tayside zou blijken dat een TSH tussen 0,04 en 0,4 voor patiënten die levothyroxine slikken veilig is.

Van ongeveer 17.000 patiënten die levothyroxine slikten, werden de gegevens over een periode van 8 jaar onderzocht. Gekeken werd of de TSH-waarde gevolgen had voor de gezondheid op de lange termijn van de patiënten.


Volgens de tabel hebben patiënten met een hoge TSH (> 4,0) of onderdrukte TSH (< 0,03) vaker last van hart- en vaatziekten, hartritmestoornissen en botbreuken dan patiënten met een normale TSH (0,4-4,0). Bij patiënten met een iets lagere TSH (0,04-0,4) was de uitkomst hetzelfde als bij die patiënten met een normale TSH. Zij hadden geen grotere kans om deze problemen te krijgen. Een te hoge TSH is dus niet goed. Maar de TSH mag ook weer niet onderdrukt zijn.



Combinatie T4 + T3

De meeste patiënten slikken alleen levothyroxine. Dat is de standaardbehandeling. Een deel van de patiënten houdt restklachten na het optimaal instellen op levothyroxine. Soms proberen deze patiënten en hun artsen of aanvullend T3-hormoon (liothyronine) verbetering geeft van deze restklachten. T3-hormoon is bekend als Cytomel, Cynomel of Thybon. Tot voor kort was er geen richtlijn voor de behandeling met T4+T3. Gelukkig is die richtlijn er nu wel. (De NIV-Richtlijn verwijst naar deze (experimentele) richtlijn.)

2012 ETA Guidelines: The Use of L-T4 + L-T3 in the Treatment of Hypothyroidism
Wilmar M. Wiersinga, Leonidas Duntas, Valentin Fadeyev, Birte Nygaard, Mark P.J. Vanderpump

Hopelijk behoort het snel tot de verleden tijd dat artsen zich vaak houden aan de bijsluiter van Cytomel aan. Deze bijsluiter is niet geschreven voor de T4+T3-behandeling en bevat onduidelijke aanwijzingen ten aanzien van de dosis. Een startdosering volgens de bijsluiter van 25 mcg is veel te hoog bij een T4+T3-behandeling. Meestal voelen patiënten zich prettiger met een aanvullende lagere dosering T3 van 6,25 mcg of 12,5 mcg, meestal verdeeld over de dag. Deze dosis komt meer overeen met de normale T3-productie van een goed werkende schildklier.

Iedereen een eigen TSH-FT4 setpoint

De ontdekking dat iedereen een eigen TSH-FT4 setpoint heeft, was een grote doorbraak in het denken over subklinische schildklieraandoeningen. Met de term setpoint wordt hier bedoeld dat de hypothalamus, de hypofyse en de schildklier hun hormonen op een niveau houden waarbij iemand zich goed voelt.


Verschillen tussen personen in het setpoint van de hypothalamus-hypofyse-schildklieras zijn genetisch bepaald. Dit is mogelijk de reden dat klachten en symptomen verschillen bij personen met dezelfde TSH, T4 en T3. Ook zou dat mogelijk het verschil in biologische activiteit van schildklierhormoon per persoon kunnen verklaren.Belangrijk is om laboratoriumresultaten te beoordelen samen met de klinische situatie, bijvoorbeeld iemands klachten en symptomen, de fysiologische status zoals leeftijd en zwangerschap, en onderliggende gezondheidstoestand (andere aandoeningen en medicijngebruik).

Wanneer je maar klachten blijft houden, neem dan zelf initiatief. Het gaat om jou! Wat kun je zoal doen?


maandag 30 september 2013

NHG-Standaard Schildklieraandoeningen: met toegang voor patiënten

Richtlijnen zijn wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Richtlijnen gaan uit van gemiddelde patiënten. Daardoor kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn.

Afwijken van de richtlijn is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient de arts dit beargumenteerd, gedocumenteerd en in overleg met de patiënt te doen.

Richtlijnen zijn geschreven voor artsen én patiënten. Zij vormen een belangrijke bron van actuele informatie voor de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen. Doe je voordeel ermee als patiënt!




Stroomdiagram diagnose
Dat is goed: de nieuwe NHG-Standaard Schildklieraandoeningen is online.

Handig en snel kan je de belangrijke informatie vinden en lezen over de schildklier, de diagnose van een schildklieraandoening met behulp van het stroomdiagram en de behandeling van schildklieraandoeningen.

Voor patiënten is daar ook Thuisarts.nl. Die website vormt een nuttige ingang, maar die informatie kan bijna niet anders dan te beknopt zijn.



Inhoudsopgave van de samenvatting






donderdag 26 september 2013

Hoe kan het gebruik van behandelrichtlijnen verbeterd worden?

Background

Guidelines continue to be underutilized, and a variety of strategies to improve their use have been suboptimal. Modifying guideline features represents an alternative, but untested way to promote their use. The purpose of this study was to identify and define features that facilitate guideline use, and examine whether and how they are included in current guidelines.

How can we improve guideline use? A conceptual framework of implementability
AR Gagliardi, MC Brouwers, VA Palda, L Lemieux-Charles, JM Grimshaw

Methods

A guideline implementability framework was developed by reviewing the implementation science literature. We then examined whether guidelines included these, or additional implementability elements. Data were extracted from publicly available high quality guidelines reflecting primary and institutional care, reviewed independently by two individuals, who through discussion resolved conflicts, then by the research team.

Voor artsen én patiënten
Richtlijnen voor de behandeling van schildklieraandoeningen

Results

The final implementability framework included 22 elements organized in the domains of adaptability, usability, validity, applicability, communicability, accommodation, implementation, and evaluation. Data were extracted from 20 guidelines on the management of diabetes, hypertension, leg ulcer, and heart failure. Most contained a large volume of graded, narrative evidence, and tables featuring complementary clinical information. Few contained additional features that could improve guideline use. These included alternate versions for different users and purposes, summaries of evidence and recommendations, information to facilitate interaction with and involvement of patients, details of resource implications, and instructions on how to locally promote and monitor guideline use. There were no consistent trends by guideline topic.

Conclusions

Numerous opportunities were identified by which guidelines could be modified to support various types of decision making by different users. New governance structures may be required to accommodate development of guidelines with these features. Further research is needed to validate the proposed framework of guideline implementability, develop methods for preparing this information, and evaluate how inclusion of this information influences guideline use.

zondag 22 september 2013

Waarden zijn goed dus de dosis schildklierhormoon is goed? Nee!

Als je schildklier te weinig of geen schildklierhormoon maakt, noem je dat hypothyreoïdie. Vaak zal de huisarts deze aandoening behandelen met levothyroxine volgens de behandelrichtlijn NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (2013).

Het lijkt zo eenvoudig in deze huisartsenrichtlijn:
  • Het doel van de behandeling van hypothyreoïdie is dat de patiënt klachtenvrij is dan wel zich zo optimaal mogelijk voelt en dat het TSH en vrije T4 normaal zijn.
  • Pas de dosering levothyroxine aan op geleide van de klachten van de patiënt en streef daarbij naar een normaal TSH en vrij T4, met inachtneming dat het TSH en vrij T4 sneller verbeteren dan de klachten.
  • Een kleine verhoging van de dosering met 12,5 mcg levothyroxine, ook al zijn TSH en vrije T4 al normaal, kan ervoor zorgen dat de patiënt zich beter voelt.
  • Het TSH bevindt zich bij goed ingestelde patiënten veelal in het laag-normale gebied (het vrije T4 is dan meestal hoog-normaal).


Zo eenvoudig als het lijkt in de richtlijn, zo eenvoudig is het niet in de praktijk. Te veel patiënten met hypothyreoïdie en klachten horen te vaak van hun arts: ‘de bloedwaarden - TSH en vrij T4 - zijn goed, dus kunnen de klachten niet komen door de dosis schildklierhormoon’.

Zij durven niet naar een laag normaal TSH zodat de patiënt klachtenvrij is

Vergeten wordt of onbekend is dat goed ingestelde patiënten vaak een laag-normale TSH hebben en een hoog-normale vrij T4.



Tijd voor actie!

Blijkbaar is de NHG-Standaard Schildklieraandoeningen nog (steeds) niet algemeen bekend bij huisartsen. Daar lopen te veel patiënten tegenaan. Verspreiding van die richtlijn is dus noodzaak. Daar kan je zelf ook iets aan doen:
  • Leer wat de schildklier doet, wat je zelf kunt doen en wat een schildklieraandoening betekent.
  • Print de pagina’s die je nodig hebt van de richtlijnen en leg die voor aan je arts.
  • Deel je ervaringen en help elkaar op schildklierfora, twitter en facebook!

woensdag 18 september 2013

Hypothyroxinemia and TPO-antibody positivity are risk factors for premature delivery: the Generation R study

Premature delivery is an important risk factor for child mortality and psychiatric, metabolic and cardiovascular disease later in life. In the majority of cases, the cause of prematurity cannot be identified. Currently, it remains controversial if an abnormal maternal thyroid function during pregnancy increases the risk of a premature delivery. Therefore, we investigated the relation between maternal serum thyroid parameters and the risk of premature delivery in a large prospective population-based study.

Hypothyroxinemia and TPO-antibody positivity are risk factors for premature delivery:
the Generation R study

TIM Korevaar, S Schalekamp-Timmermans, YB de Rijke, WE Visser, W Visser, SMPF de Muinck Keizer-Schrama, A Hofman, HA Ross, H Hooijkaas, H Tiemeier, JJ Bongers-Schokking, VWV Jaddoe, TJ Visser, EAP Steegers, M Medici en RP Peeters

Design

Serum TSH, FT4, T4 and TPO-antibodies (TPOAb) were determined during early pregnancy in 5971 pregnant women from the Generation R study. Data were available on maternal age, parity, smoking, socio-economic status, ethnicity, maternal anthropometrics and urinary iodine levels.

Tim Korevaar presenteerde dit onderzoek op het ETA schildkliercongres in Leiden, 
zie Abstracts, Oral Presentation 9 (OP9), pagina 78

Results

  • Of all women, 5.0% had a premature delivery (before 37 weeks), 4.4% had a spontaneous premature delivery and 1.4% a very premature delivery (before 34 weeks).
  • High TSH levels and subclinical hypothyroidism were associated with premature delivery but not with spontaneous premature delivery.
  • Maternal hypothyroxinemia was associated with a 2.5-fold increased risk of premature delivery, a 3.4-fold increased risk of spontaneous premature delivery and a 3.6-fold increased risk of very premature delivery.
  • TPOAb positivity was associated with a 1.7-fold increased risk of premature delivery, a 2.1-fold increased risk of spontaneous premature delivery and a 2.5-fold increased risk of very premature delivery.
  • These effects remained similar after correction for TSH/FT4 levels.

Conclusions

Hypothyroxinemia and TPOAb positivity are associated with an increased risk of premature delivery. The increased risk in TPOAb positive women seems to be independent of thyroid function.

Meer informatie


Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.